Wahid wil onderzoek naar politieke moorden 1965/66

"Wie schuldig is moet worden berecht"

Van een correspondent

De Indonesische president Wahid heeft verklaard dat hij een gerechtelijk onderzoek wil naar de moorden van 1965/66 die aan minstens één miljoen mensen het leven hebben gekost. Het merendeel van de slachtoffers waren communisten of vermeende communisten. In een TV-interview in Jakarta op 14 maart gaf Wahid aan dat hij openheid van zaken wil over deze zwarte periode in de geschiedenis van Indonesië.

Zijn doel is het totstandbrengen van een verzoening onder de verschillende groepen in de Indonesische samenleving en het verminderen van de haat die de nationale eenheid nog steeds bedreigt. Hoewel het onderzoek voor alle betrokkenen een pijnlijke geschiedenis gaat worden, vindt Wahid het de zaak van de regering om een eerlijke en rechtvaardige discussie op gang te brengen over de gebeurtenissen en de schuldigen te berechten.

Excuses
President Wahid zei verder dat hij al jaren eerder zijn excuses had aangeboden over de moorden op communisten en vermeende communisten, en hij bracht ook naar voren dat veel van de moordenaars leden waren van de grootste moslim-organisatie Nahdlatul Ulama, opgericht door de vader van de president in de jaren 60. Volgens Wahid is het onzeker of de PKI-mensen (Communistische Partij van Indonesië) die zijn vermoord ook echt schuldig waren. "Sommigen zeggen van wel, anderen beweren het tegendeel", aldus Wahid. "Daarom is er een gerechtelijk onderzoek nodig om de waarheid boven tafel te halen. Wie schuldig is moet dan worden berecht."

De 30 september-beweging
De moorden in 1965/66 volgden op het aan de macht komen van ex-dictator Soeharto die president Soekarno afzette en een golf van repressie tegen progressieve mensen en organisaties op gang bracht. Aan de Soeharto-coup gingen een aantal gebeurtenissen vooraf. Op 1 oktober 1965 werd een aantal generaals van de landmacht door andere land- en luchtmachtofficieren, die zich de 30 september-beweging noemden, opgepakt en voor een krijgsraad te velde gebracht. De generaals werden schuldig bevonden en geëxecuteerd.

De 30 september-beweging gaf aan dat het in actie was gekomen om president Soekarno te beschermen tegen opstandelingen in het leger. Soekarno zelf wist van de actie niets af en gaf orders om de zaak onmiddellijk stop te zetten toen hij ervan hoorde. Hij maakte duidelijk dat hij zelf de politieke beslissingen zou nemen. Eén van de reactionaire officieren die de dans ontsprong was Soeharto. Hij werd niet opgepakt omdat de 30 september- beweging er vanuit ging dat hij aan hun kant stond. Hij was zelfs op de hoogte van de plannen omdat hij was ingelicht door één van de leiders van de beweging. Deze man leeft nog en zal tijdens het onderzoek als getuige optreden. Het is ook bijna zeker dat Soeharto directe contacten met de CIA had.

Coup
Voor Soeharto was dit de kans waar hij al een tijd op had gewacht. Samen met andere reactionaire officieren greep hij de macht, zogenaamd om rust en orde te herstellen, en liet Soekarno arresteren. De voormalige president werd onder huisarrest geplaatst tot zijn dood in 1970. In heel Indonesië ging de repressie van start die uiteindelijk aan meer dan één miljoen mensen het leven zou kosten. Soeharto wilde de PKI vernietigen, de, op twee na, grootste communistische partij in de wereld met drie miljoen leden en ongeveer 25 miljoen aanhangers.

Er werd beweerd dat de PKI contact had met de 30 september-beweging. Dit blijkt gedeeltelijk waar te zijn. Nadat Soeharto de macht had gegrepen, werd in Jakarta een Volkscongres bijeengeroepen waar alle linkse mensen uit waren geweerd. Het Volkscongres, waar 150 leden aanwezig waren, besloot om de PKI en alle Marxistische organisaties te verbieden. Het beruchte Besluit 25/'66 dat nog steeds van kracht is.

Slachtoffers
De repressie, met Soeharto als regisseur, nam ongekende vormen aan, en wordt beschreven als de bloedigste volkerenmoord sinds de Tweede Wereldoorlog. Meer dan één miljoen mensen werden vermoord, honderdduizenden werden opgesloten, waaronder 10.000 in het concentratiekamp op het eiland Boeroe. Velen werden ter dood veroordeeld, anderen kregen levenslang of minimaal 20 jaar gevangenis.

Velen verdwenen of werden op straat doodgeschoten. Vooral leden van het centraal comité van de PKI, de zogenaamde A-categorie, werden slachtoffer van de moordenaars. PKI-leider D.N. Aidit werd in november 1965 op Midden- Java opgepakt en op instructie van Soeharto vermoord. In maart 1966 verdween Njoto, de eerste vice-voorzitter van het centraal comité van de PKI. Ook hij werd vermoord.

Een andere PKI-leider, M.H. Lukman, de tweede vice-voorzitter, logeerde in april 1966 bij een kameraad in Jakarta. Het huis waar hij verbleef werd door de militairen aangevallen en Lukman, zijn vriend en de zwangere vrouw van zijn vriend werden allen doodgeschoten. Dit soort incidenten deed zich in het hele land voor.

Vrijlating
Buiten de PKI-leiding werden ook de kaders van de partij en een groot aantal aanhangers vermoord of gevangengezet. De B- en C-categorie gevangenen werden pas in 1979 vrijgelaten. Deze vrijheid was in feite maar schijn. De betrokkenen moesten zich regelmatig melden bij de autoriteiten en konden ook niet reizen of verhuizen zonder toestemming. Pas na de val van Soeharto in mei 1998 werd er een begin gemaakt met het vrijlaten van de nog vastzittende politieke gevangenen.

Intussen is er ook meer bekend over de rechtszaken tegen PKI-leden die in de jaren '60 werden gevoerd. Tijdens de rechtszaken stelden de aangeklaagden de rechtse kliek van Soeharto verantwoordelijk voor het geweld en de problemen in Indonesië. De pleidooien die toen werden gehouden zijn lang geheim gehouden, maar komen nu naar buiten.

Zelfkritiek
Maar er was ook zelfkritiek, onder meer van de secretaris-generaal van het politbureau, Sudishman. In september 1966 produceerde hij een zelfkritiek op de leiding van de PKI die betrekking had op de gehele periode van 1951 tot 1965 op ideologisch, politiek en organisatorisch vlak. Onderdeel hiervan was kritiek op de contacten die sommige PKI-leiders onderhielden met de 30 september-beweging. Hij gaf aan dat een revolutie alleen kan beginnen door de bewustwording van de massa, niet door een samenzwering. Sudishman beschuldigde de PKI-leiders die zich met de 30 september-beweging hadden bemoeid van avonturisme. In december '66 werd hij opgepakt en voor een militair tribunaal gesleept. Later werd Sudishman geëxecuteerd.

Reacties
De oproep van Wahid voor een onderzoek naar de moorden in 1965/66 is met gemengde reacties ontvangen. Vooral de NGO's en de progressieve groepen juichen het initiatief toe. Maar er is ook kritiek ondermeer van de vice-voorzitter van Commissie II van het parlement, Hartono Marpjono, die lid is van de moslim-partij PBB. Ook de moslimorganisatie MUI, die ooit door Soeharto werd opgericht, is tegen.

In de Nahdllatul Ulama (NU), Wahid's eigen organisatie zijn er verschillende meningen. Eén van de leiders van de NU is tegen het onderzoek omdat ook NU-leden bij de moorden betrokken waren. Het is intussen bekend dat de militaire leiding valse documenten heeft gebruikt om de NU-leden tegen de PKI op te zetten. Zo werden er valse PKI-dodenlijsten getoond, waarop de namen van NU-leden stonden. De krant van de NU geeft weer een ander beeld. Het blad heeft de oproep van Wahid een wijs besluit genoemd. Steun is er ook van de PKB-voorzitter Matori Abdul Djalil. Hij vindt het onderzoek nodig vanuit een mensenrechtenstandpunt.

Democratie
Hoe groot de steun voor Wahid's principiële en tactische beslissing is moet nog blijken. Er tekent zich een soort balans af met een zwijgende meerderheid die het beleid van de president steunt. Oppositie van het oude controle-apparaat is niet meer te verwachten. Twee onderzoeksorganisaties van het leger, de Baskortans en de Litsus zijn recentelijk ontbonden. Het lijkt er op dat Wahid's koers richting democratie aan kracht wint. Maar Indonesië zal pas een echte democratie zijn als ook de PKI en andere linkse organisaties vrij kunnen functioneren. Hiervoor zal nog een lange strijd nodig zijn. (zie ook kort buitenlands nieuws in deze krant)