Skip navigation

Citaat van de Maand

"

Kameraden-arbeiders! 1 mei komt eraan, de dag waarop de arbeiders van alle landen hun ontwaking tot een klassenbewust leven vieren, hun solidariteit in de strijd tegen alle dwang en onderdrukking van de mens door de mens, en hun strijd om de miljoenen werkende mensen te bevrijden van honger, armoede en vernedering. Twee werelden staan tegenover elkaar in deze grote strijd: de wereld van het kapitaal en de wereld van de arbeid; de wereld van uitbuiting en slavernij en de wereld van broederschap en vrijheid.

Aan de ene kant staat het handjevol rijke bloedzuigers. Zij hebben de fabrieken en molens, het gereedschap en de machines in beslag genomen, en miljoenen hectaren land en bergen geld tot hun privaat eigendom gemaakt. Zij hebben de regering en het leger tot hun dienaren gemaakt, als trouwe waakhonden van de rijkdom die zij hebben vergaard.

Aan de andere kant staan de miljoenen onterfden. Zij worden gedwongen deze geldzakken om toestemming te smeken om voor hen te mogen werken. Door hun arbeid scheppen zij alle rijkdom; toch moeten zij hun hele leven strijden voor een stuk brood, om werk smeken alsof het liefdadigheid is, hun kracht en gezondheid verspillen door slopende zware arbeid, en verhongeren in de krotten in dorpen of in de kelders en zolders van grote steden.

Maar nu hebben deze onterfde arbeiders de oorlog verklaard aan de geldschieters en uitbuiters. De arbeiders van alle landen strijden om de arbeid te bevrijden van loonslavernij, van armoede en gebrek. Ze strijden voor een maatschappelijk systeem waarin de rijkdom die door de gezamenlijke arbeid wordt gecreëerd ten goede komt, niet aan een handvol rijke mannen, maar aan allen die werken. Ze willen het land en de fabrieken, molens en machines tot gemeenschappelijk bezit van alle arbeiders maken. Ze willen de scheiding tussen rijk en arm afschaffen, willen dat de vruchten van de arbeid naar de arbeiders zelf gaan, en dat alle verworvenheden van de menselijke geest, alle verbeteringen in de manier van werken, het lot van de werkende mens verbeteren en niet dienen als middel om die te onderdrukken.

Lenin, 1904
1 mei