'Cause I love livin' in the city (Yes I do)
I love livin' in the city
Spent my whole life in the city
Where junk is king and the air smells shitty
People pukin' everywhere
Piles of blood, scabs and hair
Bodies wasted in defeat
Young people dyin' on the street
But the suburban scumbags, they don't care
They just get fat and dye their hair
FEAR - I Love Livin’ in the City, 1977, tekst door Lee Ving
Ik kan mijn ogen er niet voor sluiten en toch loop ik er elke dag voorbij. Je weet wel wat ik bedoel - het toenemend aantal daklozen en bedelaars; mensen in het openbaar onder invloed van drank of drugs op alle uren van de dag. De wegtrekkende medemenselijkheid en ogenschijnlijke psychologische gesteldheid van voorbijgangers; jonge vrouwen die hun seksualiteit verkopen om in de zwarte cijfers te blijven; de weelde aan glasscherven, sigarettenpeuken en kotsvlekken op de stoep, bij het station. Ze grabbelen voor het schamele statiegeld voor blikjes en flesjes in vuilnisbakken naast de markt en schieten door de stilstaande trein langs het perron, vlak voor vertrek, met een vast ritme: poenk, stap, stap… poenk, stap, stap… poenk, stap, stap, klik-zrrrt, piep-piep-piep-piep-piep… De wereld om ons heen lijkt in sneltreinvaart naar de verdommenis te gaan.
In de wereld van de bedelaars en prostituees is vaak een rangorde. Sluit je pas net aan? Dan pik je het laatste graantje mee. Je krijgt de slechtste bedel- of tippelplek en ligt onder vuur van een panopticum aan kritische blikken van je lotgenoten. Gedraag jij je niet of sta je hen in de weg, dan kan je verwachten dat ze je een hak zullen zetten. Vechten zal je voor je schamele bestaan en pas nadat jij je hebt bewezen, heb je enig betrekkelijk comfort verdiend. De wittebroodsweken van het leven liggen nu achter je.
De burgerlijke moraal ziet mensen als pooiers, prostituees, bedelaars en verslaafden ruwweg op twee manieren.
Manier 1
Je bent niet zielig- we mogen mensen zoals jij niet meer zielig noemen. Andere zachte taal mag wel. Je bent ‘tijdelijk ontmoedigd om mee te draaien in de participatiemaatschappij’ en kiest een ‘afwijkend, maar eigenzinnig pad, wat niet veel mensen kunnen’. Je weerbaarheid en moed worden geprezen. Misschien hebben de werkende mensen die je pad kruisen wel kleingeld voor je over. De gulheid van de barmhartige lieden van de heersende klasse zullen jouw leed vast verlichten en je de kans bieden om je uit de penarie te werken (al zij het met wat startende schulden, een noodzakelijk kwaad om ‘sociale mobiliteit’ mogelijk te maken). Zoals het klokje thuis tikt, biedt het ‘technisch gezien’ een oplossing. “God is in Zijn Hemel, alles is wel in de wereld.”
Manier 2
Je bent uitschot, omdat je moreel verwerpelijke dingen doet. Je doet moreel verwerpelijke dingen omdat je uitschot bent. Geen mens dat goed leeft doet wat jij doet; geen mens die doet wat jij doet zal een goed leven bereiken. Je verdient de ziekte en de kou die je niet kan vermijden. Je verdient het uit de daklozenopvang geworpen te worden. Jouw laag van de maatschappij bestaat bewust, opzettelijk. Je bent er willens en wetens in verzeild en je zal erin blijven.
De driestuiversopera samengevat
De driestuiversopera is een muzikaal toneelstuk dat zich afspeelt in het criminele milieu van Soho, Londen. Het verhaal draait om de bandiet Mackie Messer (Macheath), die in het geheim trouwt met Polly Peachum, de dochter van de bedelaarskoning Jonathan Jeremiah Peachum.
Peachum is woedend over dit huwelijk en zint op wraak. Hij chanteert de politiechef, Macheath’s voormalige krijgsmakker Tiger Brown, om hem te arresteren. Macheath wordt verraden door de prostitué Jenny en gevangengezet. In de gevangenis ontstaat een ruzie tussen Polly en Macheath’s andere geliefde, Lucy Brown.
Ondanks een ontsnapping wordt Macheath opnieuw gearresteerd en ter dood veroordeeld. Net wanneer hij op het punt staat te worden opgehangen, komt een plotselinge en ironische redding: een boodschapper van de koningin verschijnt, schenkt Macheath gratie, verheft hem in de adelstand en geeft hem een riant pensioen.
De prille Brecht
Brecht wordt ervan beticht dat De driestuiversopera oppervlakkig is. Immers lijkt het de burgerlijke moraal te bekritiseren zonder grondige analyse en oproep tot ertegen handelen, laat staan door te verenigen in vakbonden, organisaties van de sociale beweging en belangrijker nog, de communistische partij. Maar wie iets verder dan de oppervlakte kijkt, treft iets anders aan. Het uitgangspunt van het stuk is samen te vatten in een citaat uit de liedtekst: “Eerst komt het vreten, dan de moraal.” Ook heeft het Berlijn van 1928 meer gemeen met het Londen van 1728, qua straatbeeld en klassensamenstelling, dan je in eerste instantie denkt.
De rangorde in De driestuiversopera
De personages in de opera komen vooral uit het lompenproletariaat: criminelen en bedelaars die van hand tot tand leven, koste wat kost. Ook zijn ze luizen in de pels van de arbeidersaristocraten, zoals Tiger, groots omgekocht door de burgerij en klein door de criminaliteit, die zijn ogen sluit voor hun handelen. In het Brechtiaans theater zijn er niet zozeer personages vervuld van karakter, zoals mensen van vlees en bloed. Ze zijn er om via de vervreemdende theatervorm het publiek tot bewust nadenken te zetten. Tot dat doel zijn hun motieven simpel: ze zijn als krabben in een bak, allemaal proberen ze eruit te klimmen, ten koste van elkaar. Bedelaarskoningen, bendeleiders en corrupte politiechefs maken de dienst uit en leven gedwee langs elkaar, zo lang men niet let op waarom ze hun gruweldaden begaan.
Ideologie verhult
Brecht, als communist, is voor de opheffing van de armoede en de uitbuiting van mens door mens. De conclusie van het stuk bewijst dit op cynische wijze. Als de armen van Londen elkaar niet moesten vertrappen voor hun bestaanszekerheid, zou de motivatie voor hun misdadigheid wegvallen. Enerzijds is de positie van mensen in de criminaliteit wel verwerpelijk en anderzijds hebben deze mensen zelf ook een hand in het overwinnen van hun lot (enig klassenbewustzijn en toetreding tot het proletariaat is hier gebaat), maar niet zoals de burgerlijke moraal stelt. Een tweevoudige dwaling met kernen van waarheid en de verkeerde conclusie. Deze moraal, die deze sociale laag geenszins dient, kan alleen verslagen worden door de materiële omstandigheden te overwinnen die het dagelijks voeden. Door mensen te betrekken in het beslissen over hun eigen lot via echte democratie voor de werkende klasse, via de centrale planning, kan de mens eindelijk uit de ‘donkere middeleeuwen’ van de geschiedenis van de klassenmaatschappij loskomen en vooruit gaan. Dan begint de geschiedenis echt. De eerste pogingen zijn al gedaan. Tot de realisatie dat de gezant van de kroon of de baas van het monopolie dit nooit vrijelijk uit handen zal geven, moet de toeschouwer zelf komen.
Brechts communistische ideologie wordt zoals bij zovelen verzwegen in het stuk. De ‘marxistische’ citaten ("Wat is het openbreken van een slot vergeleken met het kopen van aandelen? Wat is inbreken in een bank vergeleken met het oprichten van een bank? Wat is het vermoorden van een man vergeleken met het in dienst nemen van een man?" later toegevoegd uit de musical Happy End, tevens van de pen van Brecht en Weill) zijn wel aanwezig in de opvoering, maar het programmaboek spreekt er met andere woorden over:
“Zal er nog gezongen worden in donkere tijden? (...) Het is een vraag die nazindert. Met onze productie willen we een volmondig, uitbundig en hartstochtelijk JA! uitzingen als antwoord op deze vraag. Ja, ook dán zal er gezongen worden, juist dan, óver de donkere tijden. En door dit zingen zien we weer vonken aan de hemel, glinsteringen van inspiratie, hoop, menselijkheid, mogelijkheid, verbeelding en verbinding.”
“Vlijmscherpe satire en verbluffend innovatieve muziek zorgen voor een meesterwerk dat bijna honderd jaar na de creatie nog altijd van een adembenemende actualiteit is. Op het toneel geen goden, helden of diva’s, maar onderwereld-figuren, gangsters en bedelaars: schurken en schooiers. Verraad, corruptie, uitbuiting en zelfzucht - of gewoon het streven naar overleven - zorgen voor een cynische overlevingskunst, die ons de helaas nog steeds schroeiende vraag stelt naar wat eerst komt: ‘das Fressen’ of ‘die Moral’? In De driestuiversopera krijgt deze onderkant van de samenleving een stem. Maar, weerklinken deze stemmen ook voldoende in onze samenleving?”
De regisseur, Servé Hermans, zegt: “Ik maak géén politiek theater.” Ja, ja, dat zal blijken. Voor hem “[geeft het] je heerlijke muziek, kleurrijke personages, humor... en een wereld die totaal kapot is. Doe ermee wat je wilt." Een van de twee acteurs die Mackie Mes speelt, Maarten Heijmans, hoopt dat het publiek ‘de melodielijntjes fluit’ en dat eventuele lessen zich ‘in het onbewuste manifesteren’. Ook de dramaturgen schieten mis op Brecht als het op de boodschap aankomt en hebben het over ‘hyperkapitalistisch denken’ dat onvrede veroorzaakt. Wat te doen? “De samenleving is maakbaar… zie het, herken het… doe er iets aan!” Een holle frase. Nadruk schrijver dezes.
Kaartprijs en productie
Ikzelf heb 45 euro betaald per kaartje. Natuurlijk is het idee van een operakaartje voor drie stuivers symbolisch en ook ietwat diëgetisch - het stuk is bedoeld voor gewone mensen voor een lage prijs. Alleen een bijzondere vertoning van een verfilming van het stuk is ooit verkocht voor drie stuivers voor elke stoel, ongeacht hoe goed of slecht de rang. En die prijs is logisch - in plaats van een enkele zanger is een voltallige opera-cast die alle nummers ‘eindelijk’ tot uitvoering kan brengen. De muzikale begeleiding is verzorgd door een heuse professionele harmonie. Dan zijn er nog technici, chauffeurs, kap en grime, etc. We hebben het over een voorstelling die tourt in meer dan twee vrachtwagens vol materialen, met meerdere touringcars aan zangers-acteurs en orkestleden. Een kostelijke avond voor een hoge kostprijs, waar de bezoeker en de subsidiepartijen voor betalen. Welgeteld 22 acteurs en figuranten; 10 creatieve werkers voor kap, grime en muziekale leiding. Productieteam: 39 mensen achter en rond de schermen, waarvan 3 stagiairs; een koor uit 15; orkest uit 20. Team Opera Zuid: 21 werknemers, 11 vrijwilligers én een Raad van Toezicht van 7. Ook omdat er geen kapitaal of waren worden geproduceerd door de kunsten, komen de kosten daar te liggen - het wordt grotendeels niet voorgeschoten.
Burgerlijke toneelkunsten
Theater maken produceert geen meerwaarde. Logisch, als consument betaal je voor een dienst en je consumeert het als individu, betaalt van je loon: ideologie en cultuur. De ideeën en ideologieën zijn onderhevig aan de materiële omstandigheden waarin ze bestaan. In alle tijden zijn de heersende ideeën die van de heersende klasse. Ook in de arena van het theater is het dus niet de vrijmarkt van de ideeën waarin onder andere theaterstukken gekocht en verkocht worden voor de handelsprijs als ontastbare waar. Het opdraven van de ideologie van een kunstwerk of theaterstuk is iets wat het in de huidige maatschappij temt tot stilstaand iets, een metafysische doodslag, zodat het verandert en verkocht wordt als statisch, modificeerbaar iets voor consumptie. Er wordt een ‘dood’ idee in circulatie gebracht en daartegenover staan wat loongelden en herverdeelde meerwaarde, opgedaan uit belastingen, accijnzen enz., vaak over datzelfde loon. De gebruikswaarde voor de heersende klasse is echter duidelijk wanneer je er even over nadenkt.
De geldschieters/partners bestaan uit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Provincie Limburg, Provincie Noord-Brabant, Gemeente Maastricht, IT- en elektronica-industrieel Simac, busmaatschappij Heidebloem NV, André en Marjorie Rieu, de Kurt Weill Foundation for Music, het VSBfonds, het Cultuurfonds, de Gubbels-Huijnen Foundation, Stichting Kanunnik Salden/Nieuwehof, met dank aan stichting Vrienden van Philzuid.
Daarmee worden de communistische ideeën en toneelvorm van Brecht gepresenteerd als artefact uit de twintigste eeuw. Een onschadelijk iets. Het socialisme-communisme is immers een gewisse dood gestorven. Tot het doel dat idee in te brengen wordt dit stuk voor 45 euro entree opgevoerd. Toch proef en zie je het elke dag: er wordt meer en meer ingepikt van de werkende mens en die mens begeeft zich vaker en dieper in de criminaliteit. “Die Preise für Lebensmittel steigen, und die Preise für Moral steigen noch viel stärker.” De rode theatergezelschappen van vroeger blijven voor nu in het verleden, maar toch lees je in deze krant alles over. Stil blijven, ho maar, en geen woord gelogen. Met jou zijn er velen. De socialistische realistische stroming van weleer zal terugkomen en wel op een hoger niveau. Op naar de terugkeer van het proletarisch ‘moraal!’
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!