Na vele jaren communistisch gemeenteraadslid te zijn geweest, kan het niet anders dan dat er ook veel herinneringen bovenkomen als je terugdenkt. Het zijn vaak niet de herinneringen aan gebeurtenissen tijdens gemeenteraadsvergaderingen die het eerst bij mij opkomen, maar wel die waar inwoners direct bij betrokken waren en waarbij een beroep op de gemeentelijke instanties moest worden gedaan. Het zal u dan ook niet verbazen dat het dan meestal met de sociale dienst van de gemeente te maken had. Nu bestaat het gevaar dat de zaken die hier verder naar voren komen ook in het verleden al eens in deze column aan de orde zijn geweest. “Nou en?”, zou ik zeggen. Waarheden kunnen niet genoeg herhaald worden. Als ik aan de praattafel zat, dan zei men weleens: “waarom schrijf je geen boek over jouw gebeurtenissen?” Waar vrijwel altijd het antwoord was: als ik daar tijd voor zou hebben…
Al een lange tijd had een vrouw met haar partner samengewoond. Nadat deze na een korte en ernstige ziekte overleed, kwam zij alleen te staan. Toen alles achter de rug was, was de bankrekening leeg. Het was in haar geval niet zeker of zij voor een nabestaandenuitkering in aanmerking kwam. Zo nee, dan wachtte een aanvraag voor bijstand. Zo ben ik met haar naar het gemeentehuis geweest om de papieren te halen voor zo’n aanvraag, en uiteraard werd om een voorschot gevraagd, om geld voor de vaste lasten en voor eten en drinken te hebben. Zo’n voorschot kon later verrekend worden, dus er was geen enkele reden om hier moeilijk over te doen. Toen ik de volgende dag met haar de ingevulde papieren bracht, bleef ik op enige afstand in de kantine wachten. Wat hoorde ik? Hoorde ik haar huilen? Wat bleek: de aanvraag was in goede orde bevonden, maar men weigerde haar een voorschot te verstrekken. Hoe zou zij nog weken zonder geld moeten leven?
Jazeker, het was in de tijd dat wij - vooruitlopend op de participatiewet - al steeds vaker met de begrippen ‘eigen kracht’, ‘mensen in hun kracht zetten’ en ‘zelfredzaamheid’ geconfronteerd werden. Deze vrouw, die door het overlijden van haar levensgezel lamgeslagen was, moest nodig ‘in haar kracht gezet worden’. Dat was wat de politiek vanuit Den Haag voorschreef. Het toeslagenschandaal moest toen nog bekend worden…
Na deze botte weigering moest ik aan de bak. Dus ik ging naar de balie van de sociale dienst en vroeg daar met welk recht deze vrouw een voorschot was geweigerd, wetende dat de verhuurder, de zorgverzekeraar en de gas-, water- en lichtleveranciers hun geld opeisen en dat er ook nog boodschappen gedaan moesten worden. Ik heb de dienstdoende ambtenaar gezegd dat het op dat moment druk was in het centrum van het dorp – door winkelend publiek en toeristen - en ik op de drukste punten het publiek zal gaan toespreken en over het pas gebeurde zal vertellen. Zo zou het publiek vers van de lever horen over hoe asociaal en onmenselijk het bestuur van deze gemeente is. Daarna werd overlegd, en kwam het bericht dat er een voorschot opgehaald kon worden.
Zo was er nog een vrouw in ons dorp van wie de man was overleden. Ze werkte een aantal dagen per week bij een boerenbedrijf. Vanwege haar zwakke rug kon zij niet langer dan die paar dagen werken. Zij viel buiten de boot voor de algemene nabestaandenuitkering en ontving bedrijfspensioen voor nabestaanden; geld vanuit een bepaalde regeling. Samen met haar inkomsten uit werk kwam zij net boven de bijstandsnorm uit. Daar was zij blij mee, want dan hoefde zij niet een beroep op de gemeente te doen. Van kennissen had zij wel gehoord dat dat niet altijd een pretje was. En dat ging heel wat jaren goed, ondanks dat zij in vergelijking met de tijd dat haar man nog leefde, een veel soberder leven moest leiden. Totdat de brief kwam. De brief waarin stond dat het bedrag van die regeling haar niet toekwam. Alleen haar man zou daar bij het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd recht op hebben gehad. Al die jaren, zo stond er, had zij dat bedrag ten onrechte ontvangen. De brief kwam van de verzekeringsmaatschappij die ook haar eigen pensioen verzorgde. En, u raadt het al: men ging de terugbetaling daarmee verrekenen. Met als resultaat dat alleen het met werk verdiende geld overbleef. Zij probeerde meer te werken, maar haar rug zei: “nee”.
Dat alles betekende dat er aanvullende bijstand moest worden aangevraagd bij de gemeente. Daar werd mijn hulp bij ingeroepen. Dat hier nu ook een voorschot moest komen, was wel duidelijk. Immers, voordat er een aanvraag voor bijstand afgehandeld is zijn we weken verder, en de wereld draait gewoon door. Gas en licht moeten blijven branden; de leveranciers wachten niet op een besluit van de gemeente. Ook in dit geval ging ik mee, en wachtte ik in de kantine. Het duurde allemaal wel erg lang, dus ik ging de hal in. Daar stond ze te wachten, overduidelijk last hebbende van haar rug. Zo moest zij daar zeker wel een half uur gestaan hebben.
Het duurde nog enige tijd voordat zij te woord gestaan werd, maar ik moet hier, zoals Multatuli in Max Havelaar, tegen de lezer zeggen dat ‘mijn verhaal eentonig is’. Ook nu weer deed men heel moeilijk over het verstrekken van een voorschot. Ook hier toonde men geen enkel begrip voor de persoonlijke situatie van de mensen die om hulp vragen. Al die mooie woorden, waarvan de beleidsstukken vol stonden, zoals ‘maatwerk’ en ‘klantgericht werken’ ten spijt. Ook nu weer moest met kracht opgetreden worden tegen de uitvoering van rijksbeleid waardoor op dat moment hulpeloze mensen ‘in hun kracht gezet’ moesten worden. Mij was toen al duidelijk dat de tijd waarin ik met één gesprek in het gemeentehuis soms problemen kon oplossen of voorkomen, voorbij was.
Laat de lezer nu niet denken dat het alleen maar over voorschotten gaat, want die zijn enkel nodig omdat de beslissing op een aanvraag - in dit geval voor een bijstandsuitkering - heel lang op zich kan laten wachten. Vaak komt het voor dat na alle gevraagde gegevens geleverd te hebben er nog weer nieuwe gegevens gevraagd worden. Meerdere keren zelfs. Je kunt je dan niet aan de indruk onttrekken dat er gehoopt wordt op een gelegenheid om de aanvraag af te kunnen wijzen.
Inmiddels zitten de mensen in grote spanning af te wachten. Ook deze inwoonster kreeg haar voorschot en uiteindelijk haar uitkering. In haar geval een tweeledig bedrag: reguliere bijstand en leenbijstand. Dit laatste bijna even hoge bedrag, stond tegenover het door haar terug te betalen bedrag dat met haar bedrijfspensioen verrekend werd.
Dat in de vorm van een lening uitbetaalde gedeelte moet in feite terugbetaald worden aan de gemeente. Het ging om een bedrag van ongeveer €15.000! Toen zij later recht op AOW kreeg had zij het - samen met haar bedrijfspensioen - in geen jaren zo goed gehad. Tot er weer een brief kwam. De brief waarin stond dat het voornoemd bedrag aan de gemeente terugbetaald zou moeten worden. Zo heb ik een afspraak gemaakt met de toen verantwoordelijke wethouder, met wie ik in de gemeenteraad al meerdere keren in de clinch gelegen had. Op een middag zijn we daar met z’n tweeën geweest om uit te leggen waarom die terugvordering onrechtvaardig was. Afgesproken werd dat het een en ander goed uitgezocht zou worden. Een lange tijd werd er niks van gehoord, en heb ik de inwoonster op het hart gedrukt vooral niet naar het gemeentehuis te bellen. Ik heb steeds gezegd: hoe langer het duurt, hoe beter.
Tot de volgende brief, waarin de vrouw aan de brief van een paar jaar eerder herinnerd werd: terugbetaling en eventueel een betaalregeling treffen. Toen heb ik de brief geschreven waarin er aan het gesprek met de wethouder destijds herinnerd werd, en mevrouw en ik daarna van de gemeente niets meer hadden vernomen. Toen kwam de volgende brief van de gemeente waarin het gesprek van destijds ook genoemd werd, en dat daar ten onrechte niets mee gedaan was. Dat was onjuist geweest en werd ook als reden genoemd voor kwijtschelding van het terug te betalen bedrag.
Soms krijg je wel eens iets mee ‘in de wandelgangen’. Daarin zou gezegd zijn dat de NCPN de grenzen van het toelaatbare opzoekt. Dat lijkt me wel een goeie, die houden we erin.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!