Skip navigation

Citaat van de Maand

"

De vakorganisaties begonnen hun macht te voelen. Als ooit de tijd gekomen was om zich opnieuw tegen allerlei onrecht te verzetten dan was het in deze eerste jaren van de twintigste eeuw, nu de socialistische beweging zo’n opvallende groei vertoonde. Nog steeds werd het recht van de arbeiders om zich te organiseren bestreden. De werkgevers trachtten acties in die richting de kop in te drukken. Dit leidde in 1903 tot een reeks stakingen. De eerste ontstond onder de havenarbeiders te Amsterdam. De vereniging van werkgevers op scheepvaartgebied wilde niets weten van de in 1900 opgerichte hanenarbeidersorganisatie. Dit leidde tot een conflict. Daar leek een vonk in een grote hoop brandbaar materiaal te zijn gesprongen, want op vele plaatsen braken stakingen uit. De omvangrijkste was die bij de spoorwegen. De Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij had steeds elke organisatie van haar personeel belet; wie er wel voor ijverde werd teruggeplaatst of ontslagen. De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen was iets minder streng, maar erkende de organisaties niet als vertegenwoordigers van het personeel. Niettemin hadden deze organisaties zich schriftelijk tot de directie gewend met eisen betreffende de lonen en werktijden. Antwoord was er niet gekomen, maar er was toch een zekere vrees bij de spoorwegmaatschappijen ontstaan, want ze gingen niet direct meer tot ontslagen over.

Pieter Terpstra
Opkomst en strijd van de arbeidersbeweging in Friesland