Het is 2010, gemeente Berkelland. Na jaren van bezuinigingen op de muziekschool wordt aangekondigd dat de subsidie voor De Triangel wordt gehalveerd. Dit zal het einde betekenen van een muziekschool die hier al 45 jaar lang muziekonderwijs verzorgt. Honderden kinderen en volwassenen verliezen niet alleen hun toegang tot muziekonderwijs, maar ook zien 45 werkers hun vaste inkomen verdwijnen. Een paar maanden eerder voert de wethouder van Financiën, die namens de D66 deel uitmaakt van het college van B&W dat deze beslissing heeft genomen, campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. In het verkiezingsprogramma prijst D66 haar steun voor De Triangel, zowel in het verleden als in de toekomst.
Terug in 2026. De NOS rapporteert dat het aandeel Nederlandse studenten op de masteropleiding tot uitvoerend musicus in de laatste 20 jaar is gedaald van 52 procent naar 22 procent. Dat conservatoria in Nederland steeds afhankelijker worden van buitenlandse studenten is op zich natuurlijk geen probleem. Internationale uitwisseling binnen de arbeidersklassen is van groot belang. Het biedt ons de mogelijkheid om ervaringen en kennis over onze positie met elkaar te delen en onze internationale solidariteit te versterken. Deze verandering laat echter wél zien wat de gevolgen van het jarenlange culturele afbraakbeleid zijn voor de werkers in Nederland.
De cultuursector wordt al decennialang gezien als enkel een kostenpost. 'Onproductieve” culturele zelfontwikkeling wordt afgedaan als een 'linkse hobby'. Wanneer gemeenten moesten bezuinigen, wordt deze post vaak als eerste gekort. Verder dan het financiële plaatje wordt blijkbaar niet gekeken. Dat muziek aantoonbare positieve effecten heeft op de ontwikkeling van het brein van kinderen, wordt niet meegewogen. Ook de sociale samenhang die muziek brengt wordt genegeerd.
Nederland kent duizenden amateurmuziekverenigingen, die een ontzettend belangrijke rol spelen in het gemeenschapsleven. Wanneer de aanwas voor deze verenigingen opdroogt, zullen ook de verenigingen zelf langzaamaan verdwijnen. Of wordt dit juist als pluspunt meegenomen door een politiek die snakt naar een steeds individualistischer wordende samenleving?
Toen De Triangel uiteindelijk failliet ging, was dit niet het volledige einde van het muziekonderwijs. Een deel van de muziekdocenten maakte een doorstart onder een collectief. Zij zijn hier echter niet in vaste dienst, maar werken er als ZZP’er. Ook moesten lestarieven worden verdubbeld.
Al met al dus een mooi liberaal resultaat: minder zekerheid voor de arbeiders en muzieklessen die alleen bereikbaar zijn als je inkomen in de hoogste schaal wordt belast.
Het ligt voor de hand om na het bovengenoemde, te dwepen met de culturele rijkdom die de Sovjet Unie en de vele andere socialistische revoluties voortbrachten. Want terwijl Nederland al decennia lang cultureel wordt leeggeplunderd door de burgerlijke politiek, wordt er in de huidige miljoenennota met geen woord gerept over de cultuursector. Dat terwijl zelfs de kleinste socialistische landen een explosie van kunsten zoals muziek voortbrachten. Echter, we moeten niet verdwijnen in mijmeringen over nostalgie en hetgeen dat is geweest. Wel kunnen we hieruit concluderen dat wanneer er een wil is, er een communistische weg is.
Muziek, net als muziekles, was een van de vele kunsten waar de voormalig onderdrukte mens zich ongehinderd in moest kunnen ontwikkelen. Iets dat voor de opbouw van het socialisme alleen weggelegd was voor de zeer kleine groep van burgerij of aristocratie. De toegang tot kunst is inherent aan het communistische karakter van de nieuwe samenleving in opbouw. Zowel bij de voormalige USSR, als China, Vietnam en Cuba: overal openden de deuren van muziekscholen.
Het verschil met het hier en nu is enorm. Door verstoringen vanuit marktwerking, bezuinigingen en politieke onwil, zullen de cultuursector en daarmee de conservatoria, het onderspit delven. Bijna alle orkesten en orkestgebouwen zijn overgeleverd aan de grillen van Den Haag, dan wel aan vrijwillige giften en fondsen. Dit alles zorgt ervoor dat de muzikant en diens muziek, nooit werkelijk ‘veilig’ zijn onder het kapitalisme en imperialisme.
Niet alleen droogt het aantal muziekstudenten op door ontoegankelijke (plaatselijke) muziekscholen en missen wij hierdoor nieuwe aanwas van muzikaal talent, ook staat het voorland van zij die er hun beroep van kunnen maken, niet goed bij. Of zoals Arjen Leendertz, contrabassist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest – kaderlid FNV, het stelt:
“De structurele verschuiving naar onvrijwillige deeltijdcontracten en flexibele arbeidsverhoudingen binnen de podiumkunsten resulteert in een zorgwekkende afname van de bestaanszekerheid van musici. Deze ontwikkeling treft in het bijzonder tutti musici (groepsspelers), beginnende professionals en freelancers. Waar een duurzame muzikale loopbaan idealiter gekenmerkt wordt door artistieke ontwikkeling, hoogwaardig vakmanschap en continuïteit, zie ik in de praktijk een toenemend precair arbeidsperspectief ontstaan.”
Elke ‘beschaving’ kan op meerdere facetten worden beoordeeld. Een daarvan is het geluid, de muziek die het voortbrengt. De huidige armoede heerst van muziekscholen tot aan de conservatoria en orkesten en is een stille metafoor voor de kapitalistische alledaagse realiteit. Terwijl de communistische bevrijding hiervan ons klinkt als muziek in de oren.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de CPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!