Tegenwoordig horen we burgerlijke politici, commentatoren en activisten voortdurend spreken over ‘illegale’ aanvallen, ‘onwettige’ interventies en ‘immorele’ oorlogen. Ook in de vredesbeweging zien we deze retoriek veelvuldig terugkomen. Maar bestaat er wel zoiets als een morele invasie? Moeten we ons dan niet uitspreken tegen een ‘legale’ imperialistische daad van agressie? Maken deze categorieën, legaal en illegaal, zelf ook niet deel uit van het ideologische kader waarmee imperialistisch geweld juist wordt gerechtvaardigd?
Om deze vragen te beantwoorden, is het nodig om verder te gaan dan oppervlakkige veroordelingen en te kijken naar de materiële basis van het internationaal recht en de rol die het speelt binnen het kapitalistische wereldsysteem. Zonder zo’n analyse blijven we gevangen binnen het kader van het systeem dat we proberen te bestrijden.
Het is uiteraard begrijpelijk dat veel mensen, geconfronteerd met de verschrikkingen van de verschillende oorlogen die nu plaatsvinden, hun toevlucht zoeken in de legale kaders die men kent. Het benoemen van een aanval als ‘illegaal’ of een oorlog als ‘onwettig’ biedt daarin wellicht een vorm van helderheid en houvast in een chaotische imperialistische werkelijkheid. Daarnaast is het ongetwijfeld een zeer negatieve ontwikkeling dat bepaalde verworvenheden in het internationaal recht, zoals het recht voor naties op zelfbeschikking, steeds meer met de voeten getreden worden.
Maar het gevaar is dat de focus op legaliteit misleidend is. Juist omdat de inhoud van het internationaal recht zelf gevormd wordt binnen het kader van imperialistische machtsverhoudingen, blijkt legaliteit buitengewoon flexibel en selectief toepasbaar. Wat vandaag als illegaal wordt veroordeeld, kan morgen worden gelegitimeerd wanneer de machtsverhoudingen verschuiven. Daarom zullen we nu verder kijken wat het internationaal recht nu precies inhoudt en welke rol het speelt.
Het recht als bovenbouw
Internationaal recht wordt meestal voorgesteld als een neutraal systeem dat de verhoudingen tussen staten regelt, gebaseerd op principes zoals soevereiniteit, legaliteit en mensenrechten. Deze abstracte voorstelling verbergt echter de materiële omstandigheden waaruit recht ontstaat. Het recht is allesbehalve een autonoom of onpartijdig systeem; het wordt gevormd door de onderliggende productieverhoudingen en de voortdurende strijd tussen klassen.
In klassensamenlevingen stabiliseren en reproduceren juridische systemen bestaande sociale verhoudingen. Ze leggen eigendomsverhoudingen vast, reguleren uitwisseling en bieden onder andere de ideologische uitingen waarmee de kapitalistische overheersing, onderdrukking en uitbuiting worden gereguleerd en gerechtvaardigd. Internationaal recht vormt hierop geen uitzondering. Het staat niet boven de macht, maar weerspiegelt de ongelijke ontwikkeling van het kapitalistische wereldsysteem, waarin staten niet als gelijken opereren, maar als deelnemers aan een hiërarchie gebaseerd op economische en militaire macht.
Onder het kapitalisme lijken kopers en verkopers gelijk, terwijl de voorwaarden van die uitwisseling fundamenteel ongelijk zijn. Internationaal recht werkt op een vergelijkbare manier: staten worden als formeel gelijk behandeld, terwijl sommige veel machtiger zijn dan andere. Deze schijn van gelijkheid maakt het mogelijk dat de dominantie van bijvoorbeeld de machtigste staten binnen het imperialistische systeem wordt uitgeoefend via juridische wet- en regelgeving.
Internationaal recht als instrument in inter-imperialistische rivaliteit
“…hun Volkenbond is alleen in naam een bond; in werkelijkheid is het een roedel wolven die voortdurend met elkaar vechten en elkaar totaal niet vertrouwen.” Lenin1 beschreef vroege pogingen tot een internationale rechtsorde, zoals de Volkenbond, als een ‘dievenkeuken’ waarin de grootmachten samenkwamen om hun buit te verdelen onder het mom van vrede.
In periodes waarin de belangen van dominante staten samenvallen, lijkt het internationaal recht stabiel en ontstaat de indruk van een ‘op regels gebaseerde orde’. Maar wanneer inter-imperialistische rivaliteiten toenemen, valt deze ogenschijnlijke samenhang uiteen. We zien dat juridische principes worden geherinterpreteerd, selectief toegepast of openlijk genegeerd, en veranderen in een flexibel imperialistisch instrument.
De tegenstellingen van het internationaal recht
In het kapitalisme staat het internationaal recht altijd in spanning met het bestaan van nationale staten met hun eigen wetgeving. Die spanning werkt door in de feitelijke werking van het internationaal recht, die onder het kapitalisme een reeks onvermijdelijke tegenstellingen laat zien tussen verschillende beginselen. Enkele van die tegenstellingen zullen we hier kort bespreken.
Soevereiniteit en interventie
In de kern van het internationaal recht ligt het principe van soevereiniteit: de formele gelijkheid van staten en de bescherming van hun territoriale integriteit. Toch wordt dit principe ongelijk toegepast.
De Irakoorlog van 2003 laat één kant van deze tegenstelling zien: soevereiniteit kan openlijk worden genegeerd wanneer deze de strategische belangen van de bourgeoisie in de weg staat. Zonder duidelijke toestemming van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd de invasie toch gerechtvaardigd, afwisselend met juridische argumenten en de valse dreiging van het bestaan van massavernietigingswapens, die de Iraakse regering in handen zou hebben, hetgeen later een openlijke leugen bleek te zijn.
Aan de andere kant zien we dat in Jemen het soevereiniteitsbeginsel formeel en consistent wordt geschonden, zonder dat er enige consequenties zijn. Dit kan plaatsvinden omdat er weinig belang is bij het verdedigen van de soevereiniteit van Jemen, vanuit verschillende burgerlijke staten en machtsblokken. Het principe bestaat, maar blijft inactief.
In Syrië wordt soevereiniteit een object van strijd tussen concurrerende imperialistische machten. Het wordt gebruikt of genegeerd afhankelijk van directe strategische belangen, ingezet om interventie te rechtvaardigen op het ene moment en om die te verwerpen op een ander moment.
Landsgrenzen en de vrije beweging van kapitaal
Het kapitalisme presenteert zich als een systeem van ‘openheid’: vrije handel, geïntegreerde markten en de vrije beweging van kapitaal. Toch wordt ook dit principe geschonden wanneer het in het belang is van de (een deel van) de bourgeoisie. Grenzen worden gereguleerd naar gelang het systeem er behoefte aan heeft, meer open of meer gesloten.
Dit is terug te zien in hoe het kapitalisme en het burgerlijk recht omgaat met de beweging van arbeid. We zien dat het Europese Asiel- en Migratiepact bijvoorbeeld een ‘check aan de poort’ doet om vooral voor de economieën van de verschillende EU-lidstaten interessante migranten, vaak hoger opgeleiden, toe te laten. Binnen de EU zien we ook dat arbeidsmigranten uit het ene EU-land in een ander EU-land tijdelijk, laagbetaald werk doen, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, zoals veel bijvoorbeeld Poolse arbeiders in Nederland.
Mechanismen zoals Qualified Industrial Zones (QIZ) tonen deze logica duidelijk. Hier richten we ons specifiek op de QIZ die zijn opgezet in samenwerking tussen Jordanië, Israël en Egypte. Deze zones maken het mogelijk dat goederen onder specifieke voorwaarden zonder invoerrechten grote markten binnenkomen. Kapitaal en goederen bewegen relatief vrij over grenzen, gecoördineerd via juridische afspraken en productieketens.
Tegelijkertijd genieten de arbeiders binnen deze zones, vaak migranten of kwetsbare lokale werkers, niet dezelfde mobiliteit. Hun bewegingsvrijheid is beperkt, hun rechten zijn beperkt en hun juridische status is vaak verbonden aan hun werk.
Hun juridische status en beperkte rechten beschermen hen niet, maar maken hun positie juist kwetsbaar en afhankelijk. Zo wordt arbeid georganiseerd voor maximale uitbuiting. Dit laat een belangrijke functie van grenzen binnen het kapitalistische systeem zien: ze reguleren de stroom van kapitaal en arbeid tussen de bourgeoisie van verschillende landen, met het oog op de versterking van de concurrentiepositie van de ene of andere bourgeoisie, altijd ten nadele van de arbeidersklasse. Wanneer het het kapitaal dus uitkomt worden de arbeiders ofwel ‘opgesloten’ binnen hun landsgrenzen, ofwel gedwongen om elders, in het buitenland, hun arbeidskracht te verkopen.
Mensenrechten en economische dwang
Internationaal recht presenteert zich ook als beschermer van mensenrechten. Toch bestaan deze normen naast praktijken die grote sociale en economische schade veroorzaken. Sancties tegen Iran en Cuba worden bijvoorbeeld onder valse voorwendselen voorgesteld als legitieme en noodzakelijke maatregelen. Hun materiële gevolgen, zoals beperkte toegang tot medicijnen, economische krimp en dalende levensstandaard, treffen echter vooral de bevolking.
Ook hier ligt de tegenstelling niet tussen legaliteit en illegaliteit, maar tussen formele rechten en hun materiële gevolgen. Economische onderdrukking en kapitalistische uitbuiting blijven verenigbaar met mensenrechten, zolang deze past binnen geopolitieke belangen.
De verworvenheden in het internationaal recht en de inzet van de Sovjet-Unie
De blijvende invloed van het internationaal recht, ondanks zijn tegenstellingen, kan niet alleen door dwang worden verklaard. Deze regels, die voortkomen uit specifieke historische en politieke omstandigheden, worden voorgesteld als universele en neutrale normen.
Tegelijkertijd moeten we ons herinneren dat internationaal recht ook gevormd is door strijd. Door de positieve invloed van de Sovjet-Unie, en ook van antikoloniale bewegingen, konden belangrijke overwinningen worden afgedwongen voor de bevolking wereldwijd, waaronder de erkenning van het recht op zelfbeschikking en sociale rechten binnen internationale kaders.
Eerdere juridische systemen rechtvaardigden kolonialisme of beschouwden het als een legitieme ontwikkelingsfase. Dit werd uitgedaagd tijdens de opbouw van het socialisme in de Sovjet-Unie en andere socialistische landen, en ook tijdens de dekolonisatiegolf. In 1960 nam de Verenigde Naties bijvoorbeeld de verklaring aan over de onafhankelijkheid van koloniale landen en volkeren, waarin het recht op zelfbeschikking werd erkend en koloniale overheersing werd afgewezen. De Sovjet-Unie speelde een actieve rol in het bevorderen van deze resolutie tijdens het ‘Jaar van Afrika’ (in 1960 werden 17 Afrikaanse landen onafhankelijk – red.).
Een vergelijkbare strijd bepaalde de invulling van mensenrechten. Imperialistische machten benadrukken vooral burgerlijke en politieke vrijheden, terwijl ze zich verzetten tegen sociale en economische rechten voor de bevolking. De Sovjet-Unie stelde daartegenover dat formele vrijheden betekenisloos zijn zonder de materiële voorwaarden hiervoor. Politieke vrijheden blijven een lege huls als er geen sociale rechten en publieke voorzieningen zijn die mensen in staat stellen om die vrijheden uit te oefenen. Hierdoor werden rechten zoals recht op werk, onderwijs en gezondheidszorg opgenomen in internationale normen.
In de daaropvolgende decennia vocht een coalitie van nieuwe onafhankelijke Afrikaanse staten, gesteund door de USSR, om apartheid niet langer als binnenlandse kwestie te beschouwen, maar als een misdaad tegen de menselijkheid. Dit leidde in 1973 tot de erkenning ervan als internationale misdaad.
Breken met de logica van het burgerlijk recht
Dat zulke progressieve, radicale eisen zijn opgenomen in het recht is heel belangrijk. Maar het is geen definitieve oplossing. Deze rechten en normen worden beheerd door instellingen die hun toepassing beperken en reguleren. Het recht op zelfbeschikking wordt bijvoorbeeld selectief toegepast, afhankelijk van strategische belangen.
Op een dieper niveau helpen internationale juridische structuren om de waardewet wereldwijd te handhaven. Instellingen die handel, schuld en ontwikkeling reguleren creëren de juridische voorwaarden voor de uitbreiding van kapitaal over grenzen heen. Structurele hervormingen, privatisering en marktliberalisering worden vaak niet opgelegd door directe verovering, maar via juridisch bindende afspraken.
Ten slotte bestaat er dus geen “morele” of “legale” imperialistische agressie, omdat het recht zelf deel uitmaakt van het systeem dat deze agressie voortbrengt. Een beroep doen op internationaal recht als neutrale scheidsrechter is alsof je je voormalige baas vraagt te oordelen over je ontslag. De uitkomst ligt al vast.
De arbeidersklasse blijft verdeeld door de grenzen die haar uitbuiting organiseren. Om hieraan te ontsnappen is meer nodig dan betere juridische argumenten of het eisen van respect voor internationale regels, wat de kapitalistenklasse nooit zal opbrengen. Het vereist een breuk met de logica van het burgerlijk recht en van het kapitalistische systeem. Het vereist de ontwikkeling van vormen van strijd die arbeiders in eigen land maar ook over grenzen heen verenigen, organiseren en mobiliseren tegen een wereldwijd georganiseerd systeem van uitbuiting. In andere woorden, het vereist de versterking van de arbeidersbeweging, de opbouw van de communistische partij in elk land en de hergroepering van de internationale communistische beweging.
Emanuela is lid van de Commissie Internationaal van het Partijbestuur van de NCPN.
- Vladimir Lenin, Speech Delivered at the Second All-Russia Conference of Organisers Responsible for Rural Work, June 12, 1920.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!