De economie in Nederland en wereldwijd vertoont steeds meer tekenen van stagnatie. Niet door ongeluk, maar door inherente tegenstellingen van de kapitalistische economie. De donkere wolken die boven de economie hangen zijn een voorbode van een nieuwe ronde aan afbraakbeleid, toenemende oorlogsdreiging en economische crisis.
Economische stagnatie
De economie hapert. De economische groei in het eerste kwartaal van 2026 was maar 0,1 procent, terwijl de productie van de industrie, die de afgelopen paar jaar al aan het kwakkelen is, daalde. Ook stagneren investeringen en zijn er minder vacatures. Financiële instellingen en economen wijzen op de mogelijkheid van een recessie.
Internationaal is het beeld niet rooskleurig. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stelt de verwachtingen voor de wereldwijde groei van de kapitalistische economie naar beneden bij naar 3,1 procent, terwijl de economie vorig jaar nog 3,4 procent groeide. Voor de Eurozone wordt verwacht dat de economische groei, die vorig jaar 1,4 procent bedroeg, dit jaar verder stagneert naar 1,1 procent. Verwacht wordt dat de inflatie juist hoger uitvalt dan eerder werd ingeschat.1
Effect van de oorlog tegen Iran
Al deze ramingen zijn erg onzeker en afhankelijk van de internationale ontwikkelingen. De oorlog tegen Iran heeft zijn weerslag in deze bijgestelde cijfers. Schade aan infrastructuur voor olieproductie en afsluiting van de Straat van Hormuz, waaruit veel olie wordt geëxporteerd, heeft al geleid tot flink oplopende prijzen voor benzine, stroom en kerosine. Dat zal komende tijd verder doorwerken in het algemene prijspeil, aangezien brandstoffen nodig zijn bij de productie en het vervoer van goederen.2
Deze ontwikkeling heeft productieketens op internationale schaal verstoord en dient op die manier als een aanbodschok die de hogere inflatie en lagere groei als gevolg heeft.
De inflatie heeft niet de punten bereikt van 2022, toen de levering van gas werd verstoord door de oorlog in Oekraïne. Dat heeft er niet alleen mee te maken dat het een andere brandstof betreft en een andere regio, maar ook dat er minder urgente vraag is. Dat toont het onderliggende probleem van economische stagnatie.
Overaccumulatie van kapitaal
Economische stagnatie, recessie en crisis worden veelal gezien als een ‘afwijking’ van de kapitalistische economische ontwikkeling, als een ‘onderbreking’ van de economische groei. Maar eigenlijk is het juist de normale ontwikkeling van de kapitalistische economie die onvermijdelijk tot economische stagnatie, recessie en crisis leidt. Want de oorzaak van recessies en crises ligt juist in de interne tegenstellingen van de ontwikkeling van de kapitalistische economie, die gebaseerd is op het winstbejag van de kapitalisten en hun onderlinge concurrentie.
Enerzijds investeren kapitalisten en breiden ze de productie uit om meer te verkopen, zodat ze meer winst maken en hun concurrenten kunnen overwinnen. Meer en meer producten worden zo op de markt gebracht. Anderzijds wil elke kapitalist de loonkosten drukken. Loonkosten zitten immers het concurrentievermogen en de winst in de weg. Daardoor blijft de koopkracht en consumptie van de massa achter bij de uitbreiding van de productie.
Deze tegenstelling leidt onvermijdelijk tot een punt waarop de markt verzadigd raakt. Niet alles wat geproduceerd wordt, kan verkocht worden. Het opgestapelde kapitaal kan dan niet langer winstgevend worden geactiveerd in het productieproces. Er is dan te veel kapitaal opgestapeld, oftewel overaccumulatie van kapitaal.
Er is vaak een aanleiding die dit reeds bestaande probleem aan de orde stelt, zoals een financiële ‘bubbel’ die klapt, een oorlog of andere verstoring van de economie. Op dat punt is er voor het kapitaal geen andere uitweg dan kapitaalvernietiging: voorraden worden afgedankt, fabrieken en kantoren sluiten, machines verroesten, arbeiders worden ontslagen. Die enorme vernietiging maakt vervolgens tijdelijke groei mogelijk, waarmee echter gelijk de voorwaarden voor de volgende crisis worden geschapen.
Slinkend concurrentievermogen Europese Unie
Het probleem van overaccumulatie van kapitaal speelt ook in de Europese Unie. Daar komt voor het Europees kapitaal nog een probleem bovenop. Al jaren maakt het zich druk over het feit dat Europees kapitaal verder achterloopt op met name Amerikaans en Chinees kapitaal, de twee grootste spelers in de wereldeconomie. De economische ontwikkeling vindt onder kapitalisme namelijk nooit gelijkmatig plaats. In tegendeel, de kapitalistische economie wordt gekenmerkt door de wet van ongelijkmatige ontwikkeling: het ene bedrijf, de ene sector of het ene land groeit sneller dan het andere bedrijf, de andere sector of het andere land.
De EU heeft dus last van een slinkend concurrentievermogen. Er is een reeks factoren die dit verklaren. Bijvoorbeeld de achterstand in digitalisering en implementatie van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie, de hogere energiekosten, de hoge exportgerichtheid die de EU kwetsbaarder maakt voor handelsoorlogen, en de afhankelijkheid van de import van cruciale grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen.
Maar de belangrijkste belemmering voor het ‘ondernemingsklimaat’, oftewel het concurrentievermogen, is volgens werkgeversorganisatie VNO-NCW de regeldruk en de loonkosten.3 Met andere woorden: regels die de veiligheid en gezondheid van werkers en omwonenden veiligstellen, lonen, sociale zekerheid: al deze verworvenheden van de arbeidersklasse zitten het concurrentievermogen en de winsten van het kapitaal in de weg.
Hoe wil de EU dit probleem aanpakken? Er zijn twee kanten van de ‘oplossing’.
Kapitaal zoekt uitweg terwijl de verschillen in de EU toenemen
Aan de ene kant probeert de EU via overheidsinterventie kunstmatig de vraag naar producten te bevorderen. Dit gebeurt bijvoorbeeld met de honderden miljarden die de EU investeert in het kader van de groene transitie en de overgang naar een oorlogseconomie.
Dit stelt het kapitaal in staat om te blijven produceren en uitbreiden. Het verzacht dus de pijn van de overaccumulatie, al betekent het op termijn juist dat nog meer kapitaal zich opstapelt. De capaciteiten van elke overheid om zulk beleid te voeren zijn beperkt. Het is dus uitstel en geen oplossing voor het probleem. Toch kiest het kapitaal voor deze strategie, in de hoop de winsten van het eigen kapitaal zoveel mogelijk te waarborgen en beter af te zijn dan de concurrent. Je hoeft niet sneller te zijn dan de beer die je ontvlucht, zolang je maar sneller bent dan de anderen die voor de beer vluchten – dat is het idee.
EU-lidstaten verschillen in de capaciteit om dit beleid te voeren, mede doordat de wet van ongelijkmatige ontwikkeling ook in de EU geldt. Zo staat Nederland er financieel op dit moment relatief sterker voor dan veel andere EU-landen.4
Dit zorgt voor uiteenlopende belangen en spanningen in de EU. Bijvoorbeeld over het begrotingsbeleid, want veel EU-lidstaten (waaronder Frankrijk en Italië) overschrijden begrotingslimieten. Zo lopen ook de belangen uiteen over de invulling van de groene transitie, de verschuiving naar een oorlogseconomie en de aanpak van het migratievraagstuk. Maar dit geldt zeker ook voor de internationale politiek en de houding tegenover de VS, Rusland en China. Denk aan discussies over de houding van Polen, Slowakije en de recente toestand rondom de verkiezingen in Hongarije.
Afbraakbeleid
De andere kant van de oplossing voor de overaccumulatie is de ‘problemen’ van de regeldruk en de loonkosten aanpakken, zodat de concurrentiepositie van het kapitaal verbetert. Dat is waarom zowel de EU als de regering van elk land, waaronder kabinet-Jetten, werk maken van het aanpakken van de ‘regeldruk’ en van de bezuinigingen op sociale zekerheid en publieke voorzieningen.
Op dit punt vinden de EU-lidstaten elkaar wel. De EU vaart een eensgezinde koers gericht op een verdere aanval op de inkomens en rechten van de bevolking, met uitbreiding van flexibele arbeidsverhoudingen, verhoging van de pensioenleeftijd en bezuinigingen op sociale zekerheid en publieke voorzieningen zoals de gezondheidszorg. Gevolg van dit beleid kan enkel de toename van de relatieve en absolute verarming van de arbeidersklasse zijn.
Dit beleid zorgt er niet alleen voor dat de loonkosten dalen. Het maakt ook overheidsgeld beschikbaar om die miljardeninvesteringen in de krijgsmachten te doen die de vraag opkrikken.
Zo vertalen de tegenstellingen van de kapitalistische economie zich in het afbraakbeleid dat kabinet-Jetten voert. Dat is een noodzaak voor de belangen van het kapitaal en is niet afhankelijk van de politieke kleur van de regering. We zien immers in andere landen hoe liberale, christendemocratische, extreemrechtse, groene, sociaaldemocratische of zogenaamde ‘linkse’ regeringen in dezelfde richting bewegen. De vraag of de bezuinigingen over ‘rechts’ of over ‘links’ gaan, hangt vooral af van welke politieke krachten op het moment in staat zijn de bevolking te winnen voor het afbraakbeleid, of ten minste de weerstand daartegen te beperken.
Toename oorlogsdreiging
De accumulatie van kapitaal vereist toegang tot nieuwe markten, toegang tot grondstoffen die nodig zijn voor de uitbreiding van de productie en controle over transportroutes. De eerdergenoemde wet van ongelijkmatige ontwikkeling zorgt daarom niet alleen voor toename van concurrentie op economisch vlak, maar vertaalt zich ook in internationale spanningen.
Wanneer economische, diplomatieke en politieke druk niet volstaat, grijpt men naar wapens. Dat is de onderliggende dynamiek die ervoor zorgt dat bijvoorbeeld het Midden-Oosten in de fik staat. De regio is rijk aan grondstoffen die van strategisch belang zijn voor de productie en is ook een spil in de internationale handel. Normaal zou dat een zegen moeten zijn voor de bevolking in de regio, maar onder kapitalistische verhoudingen wordt het een vloek.
De economische stagnatie van dit moment is als een stilte voor de storm. Een stormachtig, grootschalig offensief dat het kapitaal voorbereidt tegenover de inkomens en rechten van de werkende klasse. Maar ook een storm van oorlogswolken die zich opstapelen.
Klassenstrijd is de enige weg
Deze situatie maakt de versterking van de arbeidersbeweging zeer urgent. Echter kan de arbeidersbeweging deze stormen alleen trotseren met een klassengerichte lijn. Zij moet in staat zijn haar belangen goed te onderscheiden van die van de kapitalistenklasse. Het vereist een strijdbare houding, want zolang we de werkgevers en het kabinet als ‘sociale partners’ zien, zal elke ‘onderhandeling’ alleen gaan over hoeveel we moeten inleveren en hoeveel slechter de arbeidersklasse het krijgt. In reactie op het offensief van het kapitaal, is een tegenoffensief van de arbeidersbeweging nodig. Een offensief dat niet alleen nu beperkte overwinningen kan behalen, maar dat ook de weg opent voor radicale, fundamentele veranderingen.
De huidige staat van de technologie en wetenschap staan toe dat iedereen waardig kan leven en dat het levenspeil stijgt. In plaats daarvan gaan we constant achteruit. Dat komt doordat het kapitalisme zijn tijd gehad heeft. Het heeft niets meer te bieden dan deze constante achteruitgang, armoede en oorlog.
Voor de arbeidersbeweging biedt het socialisme perspectief. Het biedt perspectief op een maatschappij waarin ‘winst’ en ‘concurrentie’ geen betekenis meer hebben. Een maatschappij waarin de economie centraal wordt gepland, niet voor de winst, maar voor de behoeften van de bevolking, zodat iedereen de mogelijkheid heeft zich vrij te ontwikkelen. Een maatschappij waarin zowel de sleutels van de economie als de politieke macht werkelijk in handen liggen van de werkende bevolking, en niet van een kleine minderheid die zich verrijkt ten koste van de meerderheid.
De versterking van de communistische partij is hierin onmisbaar. Elke versterking van de NCPN vertaalt zich in versterking van de klassengerichte lijn van de arbeidersbeweging en in een versterking van het perspectief op een socialistische maatschappij vrij van uitbuiting, armoede en oorlog, voor vrede en sociale rechtvaardigheid.
- https://www.imf.org/en/publications/weo/issues/2026/04/14/world-economic-outlook-april-2026
- https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/achtergrond-2026/energieprijzen-lopen-op-wat-betekent-dit-voor-inflatie-en-monetair-beleid/
- https://www.vno-ncw.nl/artikelen/ondernemers-zien-ondernemingsklimaat-niet-verbeteren
- https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/achtergrond-2026/klein-land-financiele-supermacht-nederland-en-zijn-rol-in-de-wereldeconomie/
https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2026/nederland-financieel-beperkt-verbonden-met-midden-oosten/
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!