Skip navigation
Europese Unie

EU offert de natuur op voor de oorlogsindustrie

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 31 maart 2026

Von der Leyen wil regels ‘stroomlijnen’, maar de omnibuspakketten zijn gericht op het versterken van de oorlogseconomie en de NAVO. Op de foto geeft ze NAVO-chef Mark Rutte een hand.
Foto: Christophe Licoppe - European Union / CC BY 4.0

De Europese Commissie voert een reeks maatregelen door die moeten leiden tot ‘vereenvoudiging’ van Europese milieuwetgeving en het ‘wegnemen van bureaucratie’. Er wordt geen geheim van gemaakt dat “het doel is om administratieve lasten te verlagen en het concurrentievermogen te verhogen.” In wezen wil de Europese Commissie het kapitaal vrij spel geven om te investeren en winst te maken zonder rekening te houden met de bescherming van de volksgezondheid en het milieu.

Deze omnibuspakketten, zoals ze genoemd worden, gaan niet alleen om deregulering in het milieu- en duurzaamheidsbeleid. Het gaat algemener om deregulering in beleid, regelgeving en controle voor landbouw, industrie (met name defensie, chemie, auto-, levensmiddelen- en diervoederindustrie), digitalisering, investeringen en midden- en kleinbedrijf. Met deze maatregelen wil de EU dat er 37,5 miljard euro wordt bespaard op administratie, rapportering en controle. Ook wil de EU investeringen aantrekkelijker en makkelijker te maken.

Op het eerste gezicht klinkt het alsof bureaucratie wordt weggenomen. Zo probeert de EU deze maatregelen ook voor te stellen. Maar als we kijken naar wat er precies wordt gedereguleerd, dan zien we dat deze maatregelen bedrijven vrij spel geven met serieuze risico’s voor het milieu en voor het welzijn en de gezondheid van de bevolking.

Enkele voorbeelden. Milieurapportages worden vereenvoudigd en versneld om de afgifte van vergunningen voor bedrijven te vereenvoudigen. De normen voor de uitstoot van industrie worden afgeschaald, net als de zorgvuldigheidsverplichtingen voor geïmporteerde producten die belastend zijn voor het milieu. Voor de chemische industrie worden vereisten voor chemische producten vereenvoudigd. In de landbouw worden wetten gedereguleerd die betrekking hebben op het beperken van het gebruik van landbouwgiffen. Al die maatregelen gaan gepaard met vermindering van controles. Bovendien wordt het wettelijke raamwerk waarin burgers bedrijven aansprakelijk kunnen houden voor negatieve effecten van hun bedrijfsvoering afgezwakt.

Het is duidelijk dat deze maatregelen de belangen van de werkende klasse aantasten, die gebaat is bij veilige producten en een schone en gezonde leefomgeving. Het grootkapitaal krijgt juist vrij spel. Geen wonder dat de directeur van de Europese werkgeversorganisatie BusinessEurope Markus J. Beyrer direct stond te juichen toen deze maatregelen werden aangekondigd, Ze zijn volgens hem “essentieel om Europa’s concurrentievermogen te herstellen en massale investeringen te mobiliseren die nodig zijn voor de groene transitie.” Achter zulke proclamaties over ‘groene transitie’ en ‘duurzaamheid’ probeert men te verhullen dat de natuur voor het kapitalisme niets anders is dan een ruimte om grondstoffen te winnen, winstgevende economische activiteiten te ontwikkelen en afvalstoffen te lozen.

Maar ook de EU zelf bindt er geen doekjes om dat het hoofddoel is om het concurrentievermogen en de winsten van het Europees kapitaal te versterken. De afgelopen jaren probeerde de EU dit te bewerkstelligen via de strategie van de ‘Green Deal’. Met de ‘groene en digitale transities’ wilde het Europees kapitaal een voorsprong nemen op de concurrentie. Maar dit viel tegen, omdat de EU werd ingehaald. Amerikaans en Chinees kapitaal wist geavanceerdere en goedkopere technologieën te ontwikkelen (zoals hernieuwbare energiebronnen, AI etc.) en deze sneller en effectiever toe te passen in de productie. Nu is de strategie aangepast. Het doel is nu een transitie naar een ‘oorlogseconomie’, zoals de EU zelf verkondigt.

Deze overgang naar een oorlogseconomie gebeurt in het kader van de nog verder verscherpte concurrentie en de toenemende internationale spanningen en conflicten. Omdat in de oorlogseconomie de staat optreedt als voornaamste opdrachtgever en ‘consument’ (via trainingsmissies en oorlog), heeft deze strategie een protectionistisch karakter: het zet de concurrentie buiten spel en versterkt daarmee de binnenlandse industrie. In het kader van initiatief ‘Readiness 2030’ wil de EU dat er 800 miljard extra wordt geïnvesteerd in de versterking van de Europese oorlogsindustrie en -infrastructuur.

De omnibuspakketten faciliteren deze overgang naar een oorlogseconomie. Door de regels en procedures die de leefomgeving en gezondheid van de bevolking moeten beschermen uit te kleden, kan het kapitaal vrij investeren in de oorlogsindustrie en verwante sectoren. De ironie is dat dit nog altijd wordt verkocht als onderdeel van de ‘groene transitie’. Alleen lijkt ‘groen’ nu te verwijzen naar de kleur van het leger.

Deregulering van milieuwetgeving om het concurrentievermogen te bevorderen is onderdeel van een bredere trend waarbij het levenspeil van de bevolking wordt aangevallen. Deze aanvallen vinden bijvoorbeeld plaats via de bezuinigingen op sociale zekerheid, zoals de plannen van het nieuwe kabinet Jetten om de WW, AOW en WIA te korten. Met het duurder worden van publieke voorzieningen, zoals de enorme verhoging van het eigen risico die het nieuwe kabinet van plan is. Maar ook via verhoging van de belasting, zoals ‘vrijheidsbijdrage’ die het kabinet wil invoeren. Met al die maatregelen maakt de burgerlijke staat geld vrij –geld dat de arbeidersklasse ophoest– om te investeren in de oorlogseconomie en het concurrentievermogen van het kapitaal te verstevigen.

Kortom, met de omnibuspakketten wordt de natuur opgeofferd, als onderdeel van een breder offensief van het kapitaal waarin de belangen en rechten van de arbeidersklasse worden aangetast om de winsten van het kapitaal veilig te stellen. ‘Concurrentievermogen versterken’ betekent de uitbuitingsgraad van de arbeidersklasse verhogen. De werkende klasse moet dus de prijs betalen, zodat het kapitaal zijn winsten kan vergroten.

Maar juist omdat kapitaal afhankelijk is van arbeid, kan de werkende klasse hier met zijn strijd een stokje voor steken. Dat begint bij het gesprek aangaan met collega’s, medestudenten, buren, vrienden en familie, organisatie in vakbonden en acties, en het ontwikkelen van strijdvormen zoals petities, demonstraties en stakingen. Zo heeft een grote demonstratie met succes kunnen voorkomen dat er geboord wordt naar aardgas in de Waddenzee, dat beschermd natuurgebied is.

De zorgwekkende ontwikkelingen in de wereld tonen echter dat het probleem uiteindelijk toch echt bij de wortel zal moeten worden aangepakt. Een economie waarin het doel is dat het kapitaal winst maakt, is onverenigbaar met de belangen van de bevolking voor een gezonde, veilige en schone leefomgeving, en voor inkomens en rechten die overeenstemmen met de mogelijkheden die de 21ste eeuw biedt.

Steeds duidelijker blijkt de noodzaak van het socialisme, waarin bedrijven in handen zijn van de bevolking zelf. In de socialistische economie zal winst van een kleine minderheid niet langer bepalend zijn. Sterker nog, het zal geen enkele rol meer spelen. De behoeften van de bevolking bepalen dan de economische ontwikkeling. Zo kunnen de rechten en inkomens van de bevolking worden gewaarborgd, net als de bescherming van de natuur en een veilige en schone leefomgeving.


Bronnen zijn bij de redactie bekend.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!