Op 18 maart zijn er verkiezingen voor 333 gemeenteraden in Nederland. In theorie zijn dit belangrijke verkiezingen. De gemeente is de zogenoemde ‘eerste overheid’, dat wil zeggen: dichtbij, tastbaar en concreet voor de gemiddelde burger. Niets is minder waar. In de praktijk fungeert deze bestuurslaag als een laboratorium voor privatiseringen en bezuinigingen.
De afgelopen decennia hebben gemeenten meer verantwoordelijkheden gekregen, met juist steeds minder geld vanuit het Rijk. Gemeenten gaan alleen al in 2026 uit van 2,6 miljard euro aan bezuinigingen door het Rijk (in jargon beter bekend als het ‘ravijnjaar’). Dit volgt op al decennia van bezuinigingen op gemeenten, met als gevolg het sluiten van buurthuizen, het korten van armoederegelingen en het beperken van toegang tot zorg en ondersteuning. De decentralisaties van de Wmo en de jeugdzorg zijn een kapitalistisch experiment geworden, met als enig doel efficiëntie en kostenreductie. Het is de arbeidersklasse die deze klappen het hardste voelt.
De ‘gemeente’ is een synoniem geworden voor de terugtrekkende en afwezige overheid. Een overheid die niets creëert voor de werkende klasse, maar alleen nog maar sanctioneert: hogere huren, vernederende bijstandscontroles en Wmo-indicaties. Dit gebeurt in elke gemeente, ongeacht de samenstelling van de raad of de partijen in het College van Burgemeester en Wethouders (B&W). Het mag geen verrassing zijn dat bijna de helft van de Nederlanders deze verkiezingen in 2022 aan zich voorbij liet gaan, of dat diegene die wél gingen stemmen hun stem toevertrouwden aan een lokale partij (die overigens doorgaans hetzelfde afbraakbeleid voortzetten).
Echter, de burgerlijke partijen zullen laten lijken alsof er wel iets te kiezen valt bij deze verkiezingen. Er zullen debatten worden georganiseerd waar landelijke politici het over lokale thema’s zullen hebben. Er zullen peilingen komen waarin een ‘nek-aan-nekrace’ wordt voorspeld in sommige steden.
Landelijke politici zullen naar allerhande steden en dorpen gaan om compleet geënsceneerde cliché mediamomenten te orkestreren, omringd door ballonnen, banners en ingevlogen vrijwilligers in partijkleuren. Ze hebben natuurlijk allen hun eigen zelfzuchtige redenen om deze klucht op te voeren.
Het minderheidskabinet D66-VVD-CDA van premier Jetten zoekt wanhopig naar meer draagvlak. Elk resultaat dat niet een complete nederlaag is voor de coalitie, zal gespind worden als impliciete steun van de bevolking voor het sociale afbraakbeleid van dit kabinet. Aan de oppositiekant zal GroenLinks-PvdA (GL-PvdA) wanhopig proberen aan de kiezers te tonen dat hun fusieproject op lokaal niveau wel tot concrete resultaten kan leiden. Al weten we nu al dat GL-PvdA in talloze gemeenten gewoon met D66, VVD of het CDA een college zal vormen.
Een derde groep maakt handig gebruik van het groeiende cynisme en apathie ten opzichte van de lokale overheid: extreemrechts. Gesterkt in hun zelfvertrouwen na de regeringsdeelname van de PVV doen zij in meer dan honderd gemeenten mee. De PVV in 40 gemeenten, FvD in 104 en JA21 in 7. We tellen dan nog niet eens de talloze extreemrechtse individuen die op lijsten van lokale of andere landelijke partijen staan mee.
Extreemrechts voedt zich met de terechte teleurstelling van de werkende klasse en projecteert deze teleurstelling op minderheden en migranten. Dit wordt aangemoedigd door het bewust ‘chaotische’ en ondergebudgetteerde asielbeleid van opeenvolgende regeringen, bedoeld om migratie te ontmoedigen en migranten in een slecht daglicht te plaatsen. Aan de ene kant bezuinigen ze op het COA (wat leidt tot slechtere omstandigheden in azc’s) en aan de andere kant vertragen en frustreren ze bewust wetgeving zoals de Spreidingswet. Tenslotte blijft, door falend lokaal beleid en de uitverkoop van onze sociale huisvestingssector, een woning voor velen onbereikbaar. Deze cocktail aan onzekerheden is de ideale voedingsbodem voor extreemrechts.
De tactieken van extreemrechts worden ook steeds openlijker en brutaler. Bijna elke maand worden raadsvergaderingen in het land ontregeld door extreemrechtse groeperingen als het gaat over azc’s. Dit varieert van individuele bedreigingen van lokale politici tot het bestormen van raadsvergaderingen.
Het hoeft niet zo te zijn dat gemeenteraden slechts speelballen zijn van de landelijke politiek. De gemeenteraad kan een vehikel zijn voor een radicaal alternatief. Een inspirerend voorbeeld komt uit Finsterwolde in Noordoost-Groningen.
Direct na de oorlog won in Finsterwolde de CPN een absolute meerderheid. Tot groot chagrijn van de landelijke regering creëerde het CPN-college van B&W meer woonruimte door de onteigening van grote herenboerderijen. Het college steunde arme boeren en arbeiders en wilde uit de gemeentekas stakende tewerkgestelde werklozen steunen. Dit laatste ging een brug te ver voor de regering-Drees. Onder het mom van ‘onbehoorlijk bestuur’ werd in 1951 de CPN uit het gemeentebestuur gezet en vervangen door een regeringscommissaris.
We kunnen in Nederland wel wat meer ‘onbehoorlijk bestuur’ gebruiken. Gemeenteraden zouden moeten weigeren deel te nemen aan dit sloopbeleid, ook als dit de weerwil van het Rijk en de regering oproept. Dit gaat verder dan symbolische tegenbegrotingen. Dit vereist raadsleden die de raad willen gebruiken als podium van verzet.
Echter, het lijkt erop dat ook na 18 maart er weinig volksvertegenwoordigers zijn die deze stap zullen durven zetten. We moeten dan ook niet vertrouwen op een raadszeteltje meer of minder voor welke partij in welke gemeente dan ook. We moeten macht van onderop opbouwen. Strijden voor concrete verbeteringen, zoals het aanpakken van schimmelwoningen, het openhouden van voorzieningen of het terugdringen van de repressie tegen armen (controleterreur in de bijstand, Wmo-drempels, boetes en huisbezoeken).
Deze verkiezingen zullen geen breuk veroorzaken in de al tientallen jaren durende trend van bezuinigingen en afbraak op het lokale niveau. In tegendeel: het zal misbruikt worden door politici als draagvlak voor exact dit beleid, ook al komt de helft van de kiezers waarschijnlijk niet opdagen. Een alternatief kunnen wij dan ook niet verwachten van de huidige burgerlijke partijen.
Ons alternatief moet voortkomen uit de organisatie van de arbeidersklasse. Het vormen van solidariteit op de werkvloer, in scholen, universiteiten en in de buurten. Alleen dat kan macht opbouwen die verder gaat dan een stem uitbrengen elke vier jaar!
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!