Van 1 tot en met 7 augustus vond in het zuiden van Italië, in Roccella Ionica, het jongerenkamp van de Fronte della Gioventù Comunista (FGC) plaats, met als titel ‘Guerrilla’. Naar het kamp, dat sinds 2014 jaarlijks wordt georganiseerd, kwam een groot aantal leden van onze zusterorganisatie om deel te nemen aan politieke, culturele, ideologische en scholende activiteiten. De CJB was aanwezig en leverde een bijdrage aan het internationale seminar op 5 augustus.
Een week lang kwamen honderden jonge communisten vanuit heel Italië in de brandende hitte bij elkaar. Bijna iedere dag begon, na het gezamenlijke ontbijt, met een politieke activiteit. De eerste, in de ochtend van 2 augustus, bestond uit toespraken van de nationale secretaris van de FGC en van de algemeen secretaris van de moederpartij Fronte Comunista (FC). In deze toespraken werd een schets gegeven van de huidige situatie van de partij, de langetermijnstrategie en de rol die de jongerenorganisatie op zich dient te nemen om dit proces te ondersteunen. Op de derde dag bestond de politieke activiteit uit bijdragen van de twee advocaten van de FGC en de FC. Een van de advocaten was de eerste nationale secretaris van de FGC en tevens één van de oprichters van de organisatie. In hun toespraken werd de situatie in Italië met betrekking tot toenemende politieke repressie omschreven, alsmede de verschillende manieren waarop de FGC en FC omgaan met deze ontwikkelingen. Speciale nadruk werd gelegd op de continuïteit in beleid tussen de sociaaldemocratische, conservatieve en ‘technocratische’1 regeringen, die voornamelijk verschillen in retoriek. Pijnlijk duidelijk werd dan ook het feit dat de werkende klasse geen uitweg kan vinden via de burgerlijke democratie, ongeacht welke ‘smaak’ dominant is op het moment en de mooie beloften die gemaakt worden.
Naast de politieke activiteiten was er veel ruimte voor culturele en sportieve bezigheden. In essentie vormt dit kamp de kiem van het soort maatschappij die de communisten willen oprichten, met een nadruk op saamhorigheid en collectieve ontplooiing. Zo werden er volleybal- en voetbaltoernooien georganiseerd, werd een Italiaanse film over de partizanenstrijd in Venetië gedraaid en waren er meerdere avonden waar de aanwezigen gezamenlijk traditionele muziek van de arbeidersbeweging speelden. Tegen de concurrentie en vervreemding van arbeiders onder het kapitalisme, zetten communisten juist de gedeelde belangen en solidariteit van de arbeidersklasse centraal. Dit soort collectieve activiteiten zijn hiervoor dan ook onmisbaar.
Ten slotte organiseerde de FGC tijdens het jongerenkamp ook een seminar met de aanwezige internationale organisaties, behalve de CJB ook de communistische jeugd van Griekenland (KNE) en Spanje (CJC). Hieronder plaatsen we een vertaling van onze bijdrage:
Bijdrage van de CJB aan het seminar
‘Beste kameraden,
Namens de Communistische Jongerenbeweging van Nederland groet ik de kameraden van de FGC en alle internationale organisaties die op dit seminar vertegenwoordigd zijn. Ook spreek ik onze oprechte dank uit aan de FGC voor de organisatie.
Het thema van dit seminar – de verscherping van de imperialistische concurrentie, de taken van de communistische jongerenbeweging, de lessen uit de recente strijd en de voorbereiding op toekomstige ontwikkelingen – is uiterst actueel. Om deze kwesties goed te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk om allereerst de positie van Nederland binnen het wereld-imperialistische systeem en de gevolgen daarvan voor de arbeidersjeugd toe te lichten.
De omstandigheden van de arbeidersjeugd in Nederland verslechteren in hoog tempo. De Nederlandse burgerij voert haar aanvallen in rap tempo op: op het onderwijs, de sociale zekerheid, de gezondheidszorg, de cultuur, de lonen en andere door strijd verworven rechten. Deze aanvallen kunnen niet los worden gekoppeld van de verscherping van de imperialistische concurrentie of van de positie die het Nederlandse monopoliekapitaal tracht te behouden binnen het Euro-Atlantische imperialistische blok.
Een centrale ontwikkeling is de militarisering van de samenleving en de overgang naar een oorlogseconomie. Sinds de Russische invasie van Oekraïne heeft de Nederlandse regering zich onvoorwaardelijk geschaard achter de imperialistische plannen van de NAVO en de EU. Zij heeft meer dan twintig miljard euro overhandigd aan de reactionaire Oekraïense regering en blijft nieuwe militaire toezeggingen aankondigen. Tegelijkertijd zouden plannen om de oorlogsuitgaven op te voeren tot vijf procent van het bbp jaarlijks minstens twintig miljard euro extra vergen.
Deze koers vloeit niet voort uit de voorkeuren van één regering of één burgerlijke partij. Het weerspiegelt de verscherping van de inter-imperialistische rivaliteit op wereldschaal. Imperialistische mogendheden staan tegenover elkaar als vertegenwoordigers van concurrerende kapitalistische monopolies die voortdurend toegang zoeken tot markten, grondstoffen, strategische technologieën, transportroutes en accumulatiesferen. Energienetwerken, havens, pijpleidingen, spoorwegen, onderzeese kabels, digitale infrastructuur en kritieke technologieën worden in toenemende mate strategische activa die onderworpen zijn aan politieke en militaire controle. Burgerlijke staten grijpen actief in om gunstige voorwaarden te waarborgen voor de uitbreiding van hun eigen monopolies over nationale grenzen heen.
De Nederlandse burgerij streeft er daarom naar de positie van het Euro-Atlantische blok te versterken tegenover de Euraziatische imperialistische mogendheden, waaronder China en Rusland, terwijl zij tegelijkertijd laveert tussen de tegenstellingen binnen de NAVO en de EU zelf. Imperialistische allianties maken geen einde aan de concurrentie tussen hun leden. Deze allianties coördineren tijdelijk hun belangen, maar de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme blijven bestaan en treden herhaaldelijk naar de voorgrond.
De voorbereiding op oorlog vindt ook plaats op een ideologisch niveau. De bevolking, en met name de jeugd, wordt geleidelijk warm gemaakt voor het idee dat militaire uitbreiding noodzakelijk en onvermijdelijk is. Politieke partijen en staatsinstellingen presenteren de terugkeer van de actieve dienstplicht steeds vaker als een redelijke optie. Dit wordt vaak stap voor stap gepresenteerd: eerst via verplichte registratie of keuring, vervolgens via verhoogde druk om in militaire dienst te treden, en uiteindelijk via de mogelijkheid van volledige dienstplicht.
Deze campagne weerspiegelt de zorgen van de heersende klasse dat de strijdkrachten onvoldoende personeel zullen werven om de groeiende militaire uitgaven te dekken. Dit wordt versterkt door propaganda: de Nederlandse prinses die deelneemt aan de reservistenopleidingen van Defensity College, de NAVO-top in Den Haag, advertenties van het Ministerie van Defensie, wervingscampagnes en NAVO-activiteiten op scholen. Van jongeren wordt niet alleen verwacht dat zij de militarisering financieren door middel van een dalende levensstandaard, maar zij worden ook ideologisch en praktisch voorbereid om als soldaten te dienen in toekomstige imperialistische conflicten.
De miljarden die nodig zijn voor de oorlogseconomie moeten ergens vandaan komen. Zoals altijd onder het kapitalisme wordt van de arbeidersklasse verwacht dat zij de rekening betaalt. Bezuinigingen op onderwijs, cultuur, sociale zekerheid en gezondheidszorg worden gepresenteerd als financiële noodzaak, terwijl militaire uitgaven als onaantastbaar worden beschouwd. Voor communisten is het essentieel om uit te leggen dat militarisering geen op zichzelf staande beleidskeuze is. Zij is geworteld in de tegenstellingen van het kapitalisme in zijn imperialistische fase.
De opkomst van verschillende imperialistische polen, vaak omschreven als ‘multipolariteit’, betekent geen breuk met het imperialisme en leidt niet tot een vreedzamere of stabielere wereldorde. Een groter aantal concurrerende kapitaalcentra verandert alleen de configuratie van de imperialistische concurrentie. Allianties en internationale instituten kunnen conflicten tussen kapitalistische staten tijdelijk reguleren, maar ze kunnen de onderliggende strijd om markten, grondstoffen, investeringsmogelijkheden en geopolitieke invloed niet opheffen. Imperialistische oorlog moet daarom worden begrepen als een klassenkwestie, in plaats van louter als een moreel falen of het gevolg van misleide leiders.
Uit deze analyse vloeien drie centrale taken voor communisten voort.
Ten eerste moeten communisten een duidelijk standpunt innemen tegen hun eigen burgerij en tegen elk imperialistisch kamp. Er mag geen steun worden gegeven aan de NAVO, de EU, Rusland, China of enige andere imperialistische macht, ongeacht de ideologische rechtvaardigingen of interne verschillen. Imperialistische oorlog is geen afwijking van het kapitalisme of slechts het resultaat van beleidsfouten; het is een terugkerend en noodzakelijk onderdeel van het imperialistische systeem. Kiezen tussen imperialistische staten of allianties betekent de arbeidersklasse ondergeschikt maken aan een deel van de burgerij. De ervaring van de Eerste Wereldoorlog, toen partijen van de Tweede Internationale hun eigen heersende klassen steunden en voor oorlogskredieten stemden, blijft de duidelijkste waarschuwing voor waar opportunisme en sociaal-chauvinisme toe leiden.
Ten tweede moeten communisten illusies over imperialistische unies verwerpen. De NAVO en de EU kunnen niet worden gedemocratiseerd of hervormd tot instrumenten van vrede. Hun functie is structureel verbonden met imperialistische macht, militarisering, monopolistische belangen en klassenheerschappij. Ze moeten politiek worden ontmaskerd en bestreden, in plaats van te worden voorgesteld als kaders waarmee vrede of sociale vooruitgang kan worden bereikt. Vandaag de dag herhalen reformistische en sociaaldemocratische krachten in heel Europa eerdere capitulaties door militaire uitbreiding te steunen in naam van democratie, veiligheid en stabiliteit.
Ten derde moeten communisten het proletarisch internationalisme herbevestigen. Tegen nationalistische mobilisatie en oorlogspropaganda moeten we strijden voor de eenheid van arbeiders en jongeren over de grenzen heen. We moeten het zogenaamde ‘nationale belang’ ontmaskeren als het belang van het monopoliekapitaal en ons verzetten tegen elke poging om arbeiders hun leven en levensonderhoud op te laten offeren ten behoeve van de burgerlijke concurrentie. Het enige consequente antwoord op imperialistische oorlog is de versterking van de klassenstrijd en de revolutionaire breuk met het kapitalisme.
Deze conclusies vormen de leidraad voor onze interventie in de arbeiders- en jongerenbeweging. Na twee decennia van zwakte is de vredesbeweging weer op de voorgrond getreden. De enorme demonstraties in solidariteit met Palestina zijn een duidelijk bewijs van deze ontwikkeling. Toch vereist verzet tegen oorlog een consistente klassenoriëntatie. Terwijl de Nederlandse regering bezuinigt op essentiële openbare voorzieningen om de militarisering te financieren, weigert de grootste vakbond van Nederland vaak deze aanvallen in verband te brengen met de ommezwaai naar een oorlogseconomie.
Het standpunt van het CJB over deze bezuinigingen is dan ook duidelijk: de deelname van de arbeidersklasse aan de strijd moet worden uitgebreid en de klassenstrijd zelf moet worden aangescherpt. De dominante tendens binnen delen van de beweging is om de nadruk te leggen op coalities tussen bestaande organisaties in plaats van op de actieve organisatie van arbeiders en studenten zelf. Het terugkerende idee van een brede “linkse coalitie” leidt vaak tot top-downstructuren die reeds georganiseerde mensen verenigen en slaagt er niet in om blijvend te wortelen onder de arbeidersklasse.
Onze aanpak is anders. In plaats van voornamelijk te vertrouwen op afspraken tussen organisaties, streven we ernaar actiecomités op te richten die geworteld zijn in werkplekken, onderwijsinstellingen en buurten. Dergelijke comités kunnen arbeiders en studenten rechtstreeks betrekken bij het vaststellen van eisen, het organiseren van acties en het trekken van lessen uit de strijd. Ze leggen ook de basis om actuele kwesties zoals bezuinigingen, lonen, huisvesting of repressie te koppelen aan de bredere strijd tegen militarisering en de macht van het kapitaal.
We hebben bijgedragen aan de versterking van verschillende comités door het hele land. Deze aanpak heeft bijgedragen aan belangrijke overwinningen, waaronder de solidariteitsstaking met Palestina aan de Universiteit van Amsterdam, waarin leden van de CJB en NCPN een belangrijke rol speelden. Deze ervaring toonde het potentieel van georganiseerde interventie aan de basis, maar ze bracht ook onze beperkingen aan het licht.
De belangrijkste les is dat we onze krachten moeten vermenigvuldigen en onze wortels op werkplekken en in onderwijsinstellingen moeten verdiepen. Waar die wortels ontbreken wordt effectieve interventie uiterst moeilijk, omdat het juist op deze plekken is dat arbeiders de macht hebben om zich tegen militarisering te verzetten. Ons antwoord moet liggen in het versterken van het klassenbewustzijn, van de arbeidersbeweging en van de Communistische Partij en haar jongerenorganisatie.
Kameraden, we staan aan het begin van turbulente tijden. Imperialistische oorlogen woeden in alle uithoeken van de wereld, de aanvallen op de rechten van arbeiders nemen in intensiteit toe en de monopolistische concurrentie verscheurt alles wat ons dierbaar is. Naarmate de tegenstellingen scherper worden, wordt de noodzaak van een sterke communistische partij in eigen land en een sterke marxistisch-leninistische pool op internationaal niveau steeds urgenter. De wereldhistorische taak van de arbeidersklasse is dringender dan ooit tevoren, en de taken die voor ons liggen zijn monumentaal. Naargelang de dagen verstrijken en we voortdurend worden geconfronteerd met klimaatrampen, imperialistische conflicten en een dalende levensstandaard, klinken de woorden van Rosa Luxemburg vandaag de dag even waar als bijna 100 jaar geleden, want het is socialisme of barbarij: dat is de fundamentele kwestie van de 21ste eeuw.
Lang leve de internationale solidariteit, lang leve het socialisme-communisme!’
- Een regering die (voornamelijk) bestaat uit ‘technocraten’, oftewel ‘experts’ die niet verbonden zijn aan een politieke partij. Van 2021 tot 2022 werd Italië geregeerd door een kabinet van Mario Draghi, de voormalig voorzitter van de Europese Centrale Bank en kartrekker van de concurrentiestrategie van de EU.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!