Skip navigation
Slavernijverleden

Keti koti en het rammelen aan onverbroken ketenen

Het in het artikel beschreven Nationaal Monument Slavernijverleden
Foto: publiek domein

Met het oordeel "de grootste misdaad tegen de menselijkheid ooit"1 hebben de Verenigde Naties (VN) zich in duidelijke taal uitgesproken over de trans-Atlantische slavenhandel. Op 25 maart jl. had Ghana hiertoe een resolutie ingediend, die door 123 landen werd gesteund. De Ghanese president Mahama noemde dit een belangrijke stap naar herstel en gerechtigheid. VN-voorzitter Guterres riep op om alle belemmeringen uit de weg te ruimen, die het voor mensen van Afrikaanse afkomst moeilijk maken om ‘hun rechten uit te oefenen en hun potentieel te verwezenlijken’.

Tegen de resolutie stemden de VS, Israël en Argentinië. Net als 51 andere landen heeft ook Nederland zich van stemming onthouden. Juist onder deze groep zijn er landen die historisch gezien het meest van de slavernij hebben geprofiteerd. Het Verenigd Koninkrijk gaf als reden, dat er met de term “grootste” een ongeoorloofde rangorde in historische wreedheden wordt gemaakt: "Geen enkele reeks gruweldaden mag als belangrijker of minder belangrijk worden beschouwd dan een andere".

Achter deze politieke opstelling gaat de vrees schuil, dat deze resolutie zal leiden tot schadeclaims. De gezant van de VS verwoordde het aldus: ‘We erkennen niet het recht op herstelbetalingen voor historische fouten die niet illegaal waren onder het toenmalige internationaal recht’. De weigering de resolutie te aanvaarden, zou bovendien te maken kunnen hebben met de onuitgesproken vrees, dat een officiële erkenning kan leiden tot protesten; het zou het emancipatiestreven van mensen die door het slavernijverleden zijn gedupeerd of van mensen die op een vergelijkbare manier worden geknecht en uitgebuit, kunnen aanwakkeren.

Het is nog maar een paar jaar geleden, dat de toenmalige premier en de huidige koning zich genoodzaakt zagen namens de Nederlandse staat excuses voor het slavernijverleden aan te bieden aan de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in Nederland en daarbuiten, in resp. december 2022 en juli 2023.2 Er werd toen beloofd, dat er op de spijtbetuiging direct daden zouden volgen; er was geen punt maar een komma gezet. Het mag dan ook geen verbazing wekken, dat het stemgedrag van de huidige Nederlandse regering zorgt voor teleurstelling en onbegrip. De getoonde minachting van vandaag herinnert aan de hypocriete houding van weleer. Deze context vraagt erom, de smeekbede van de koning tot vergiffenis als een misleiding te duiden, die deel uitmaakt van een ideologische cultuur waarmee de heersende klasse de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in het gareel probeert te houden. Een goed voorbeeld van deze cultuur acht ik het Nationaal Monument Slavernijverleden, waar jaarlijks op 1 juli de Nationale Herdenking van het Slavernijverleden plaatsvindt.

Dit monument is door de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries (1929-2018) ontworpen. Sinds 2002 staat het in het Oosterpark te Amsterdam. Het is opgebouwd uit drie delen die lopen van klein naar groot en van achter naar voren te lezen zijn.

Het eerste deel bestaat uit een groep van tien geketende figuren die zich moeizaam voortbewegen; zij stellen tot slaafgemaakte mensen voor. Zij bewegen zich in de richting van het tweede deel, dat bestaat uit een juichende figuur die net door de opening van een abstracte vorm stapt; het geeft uiting aan de van slavernij bevrijde mens. Op zijn beurt loopt deze figuur naar het derde deel en wordt de suggestie gewekt, dat de juichende overgaat in het beeld van een reusachtige surrealistisch gekromde vrouwenfiguur. Zij buigt ver achterover, kijkt omhoog naar de hemel en houdt haar armen in een brede V-vorm naar achteren gestrekt; zij lijkt mij de verbeelding van de ultieme overwinning op de slavernij en haar verleden.

De bedoeling van dit indrukwekkende monument mag duidelijk zijn: het wil als geheel de weg naar de afschaffing van de slavernij, het verbreken van de ketenen, Ketikoti3, herdenken en tot de verbeelding laten spreken. Deze weg geeft duidelijke richting en perspectief aan het bevrijdingsproces. Maar de vraag is: wiens perspectief en wiens verhaal wordt hier nu eigenlijk in beeldtaal verteld? Wat zien we hier nu echt en welke betekenis heeft het en voor wie. Hoe wordt hier de ideologische misleiding waarover ik sprak, in scene gezet? Ik ga ervan uit, dat de kunstenaar dit kunstwerk met de beste bedoelingen heeft gemaakt. Maar dat neemt niet weg, dat er aan het beeld bepaalde motieven zijn af te lezen, die een overheid, die voor dit ontwerp kiest, goed uitkomen; het helpt namelijk om het slavernijverleden van zijn actuele doorwerking te beroven.

Als kijker wordt je diep geraakt door de groep geketende mensen in het eerste deel. Ook word je overweldigd door de gekromde vrouwenfiguur in het laatste deel, die de overwinning symboliseert. Het onverwachte venijn zit echter in het middelste deel. Hier lijkt het alsof tot slaaf gemaakte mensen toegang tot een vrij leven kregen door eenvoudig onder een poort door te lopen.

Dit beeld doet sterk denken aan de christelijke hemelpoort, die toegang geeft tot de hemel en het eeuwige leven. Het laat zien hoe krachtig de invloed van het christendom in de voormalige koloniën vandaag de dag nog steeds doorwerkt. Eenvoudig lijkt de bevrijding, omdat de indruk wordt gewekt, dat zij niet door de mensen zelf bevochten is; niet door strijd werd afgedwongen, maar als gunst van de onderdrukker of als goddelijke genade werd aangereikt. Hierdoor lijkt het lijden, dat spreekt uit het eerste deel van het monument, een soort onvermijdelijk lot waar niemand iets aan kon doen. De overwinning in het laatste deel, die volledig in het teken van het middenstuk staat, lijkt geen resultaat van eigen handelen, maar een wonder van buitenaf of van bovenaf.

Zo opgevat, werkt het middenstuk niet als historische bemiddeling, zeg maar als een “brug” die de beide beelden van het eerste en derde deel logisch met elkaar verbindt. Nu verschijnt het slechts als het tweede beeld in een reeks van drie. Door de geschiedenis voor te stellen als een loutere rechte lijn van opeenvolgende gebeurtenissen, verdwijnt de dialectiek van de historische strijd en de wisselwerking tussen die gebeurtenissen uit het maatschappelijke bewustzijn. Deze voorstelling van zaken heeft voor diegenen die het verleden achter zich willen laten of antiquarisch willen opbergen, de uitwerking, dat zij zich kunnen beroepen op het einde van het gewraakte tijdperk. Precies deze ahistorische voorstelling is wat er in dit beeld wordt uitgebeeld.

Weliswaar laat het eerste deel het diepe leed van de tot slaafgemaakten goed zien.4 Wat hier echter ontbreekt, is het feit dat er vanaf het allereerste begin sprake was van verzet en strijd; men “rammelde aan de kettingen” en onderging de slavernij niet slaafs. Vandaar dat slavenhandelaars en -houders constant extreem geweld moesten gebruiken om de controle te houden. Door dit actieve verzet niet duidelijk in het monument te verwerken, ontstaat er een historisch scheef beeld. Het verzet is juist een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis dat het leed en de bevrijding in het juiste perspectief plaatst. Nu dit ontbreekt, kan de herdenking ten aanzien van juist dit aspect een zekere vrijblijvendheid krijgen. Het risico is dat het strijdelement uit ons collectieve geheugen wordt gewist.

Ik beschouw het als een gemiste kans, dat bijvoorbeeld een strijd als die van de Marrons (tot slaaf gemaakten die vluchten en de strijd aangingen) om de overgang van onvrijheid naar vrijheid weer te geven, niet in het monument is verwerkt. Nu dat niet is gebeurd, wordt het voor de kijker moeilijk gemaakt om te ontsnappen aan het verkeerde idee, alsof de afschaffing van de slavernij te danken was aan de koloniale autoriteiten zelf of aan de voorzienigheid. Het is door het ontbreken van deze historische bemiddeling in het middelste beeld, dat er sprake is van een ontkenning van de historische werkelijkheid.

De waarheid is immers dat de aanhoudende en steeds fellere strijd van de tot slaaf gemaakten het koloniale systeem van binnenuit heeft uitgehold. Die strijd heeft ervoor gezorgd, dat slavernij uiteindelijk minder winstgevend werd dan betaalde (loon)arbeid; op den duur zelfs een hindernis vormde voor de accumulatie van het koloniale kapitaal. Dit wijst overigens meteen op de noodzaak van de voortzetting van de klassenstrijd op het niveau van loonarbeid en kapitaal.

Het derde deel sluit precies aan bij een typisch westerse, christelijke manier van denken over de geschiedenis: een rechte tijdlijn met een blik die op de hemel is gericht. De grote vrouwenfiguur die de vrijheid symboliseert, staat met haar rug naar het verleden toegekeerd. Haar borst en gezicht zijn naar de hemel gericht, alsof daar de toekomst ligt. Dit roept de illusie op, dat het slavernijverleden definitief achter ons ligt en is afgesloten; het mag nog om rouw en verwerking vragen (haar lichaam lijkt te zijn gemaakt van kapotte kettingschakels), maar de boodschap is, de gevolgen van de slavernij spelen geen rol meer in de hedendaagse maatschappij. De armen gebaren als in vogelvlucht weliswaar de victorie, maar achterwaarts gestrekt evenzeer in deemoed “heer ontferm u over ons”; alsof de vrijheid aan een ander te danken is en de ellende aan zichzelf te wijten was.

Zo voorover gekromd de ruggen destijds voor het werk op de plantages waren, zo achterover gekromd tracht men vandaag het bewustzijn van de nazaten te houden. Men wil hen vervreemden van het eigen verleden en hen het recht op een zelfstandige ontwikkeling ontnemen. De “rechtopgaande gang”, die de filosoof Ernst Bloch als symbool voor menselijke waardigheid opvoerde, moet alsnog door klassenstrijd, als de motor van de maatschappelijke ontwikkeling, worden opgeëist en toegeëigend.5

De ketenen van de slavernij mogen dan wel verbroken zijn, maar de Surinaamse schrijver en communist Anton de Kom wees er al op, dat dit nog niet gold voor de ketenen van de uitbuiting door loonarbeid.6 Juist aan die ketting worden er nieuwe schakels gesmeed: het wegmoffelen van de historische strijd tegen de slavernij; het historiseren van de gruwelijkheden van haar verleden; het bagatelliseren van de doorwerking van dat verleden in het heden; het ontkennen en ontnemen van het recht niet alleen op immaterieel, maar ook en vooral op materieel eerherstel; en tenslotte het onderdrukken van elk initiatief tot zelfbeschikking en emancipatie.

Slavernij behoort net als andere misdaden tegen de menselijkheid met een genocidale uitwerking tot het grootst denkbare kwaad dat mensen elkaar kunnen aandoen. Het is net als deze andere misdaden een bijzondere vorm van dit grootste kwaad. Volgens de dialectische logica geldt er, dat het bijzondere het algemene (als het grootste kwaad) is of omvat7; het ene bestaat niet los van het andere. Wel is het zo, dat dit algemene zich niet anders kan voordoen dan onder de voorwaarden of vanuit het perspectief van het bijzondere. Het gaat dus niet om superlatieven die worden afgezet op een trap van vergelijking. Derhalve is het volstrekt legitiem in te stemmen met het oordeel van de VN. Het ontkennen en bestrijden hiervan kan dan ook niet anders dan als een grof schandaal worden getypeerd. Het zou Anton de Kom geweest zijn, die zou hebben opgeroepen om juist op Ketikoti aan dergelijke nog onverbroken kettingen des te krachtiger te rammelen.


  1. Alle citaten komen uit VN bestempelt slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit, NOS, 25 maart 2026.
  2. Zie Over het voornemen van de Nederlandse overheid voor excuses voor het slavernijverleden, Manifest, 24 november 2022.
  3. Ketikoti, Sranantongo voor ketenen gebroken, is een van oorsprong Surinaamse feestdag die jaarlijks op 1 juli ter gelegenheid van de afschaffing van de slavernij (1863) wordt gevierd, sinds 2009 ook in Amsterdam en sommige andere steden.
  4. Denk ook aan het gedicht Het slavenschip van Heinrich Heine. In: Heine, H., Denk ik aan Duitsland in de nacht, Amsterdam 1988, pp. 162-169.
  5. Ernst Bloch, Naturrecht und menschliche Würde. Gesamtausgabe Bd. 6, Frankfurt am Main 1977.
  6. Zie: Wybe, Anton de Kom, organisch intellectueel van het proletariaat, Manifest, 24 april 2025
  7. Voor een verdieping hierop verwijs ik naar: Holz, H.H., Speculatieve en materialistische filosofie, in: Bartels, J., e.a. Dialectische constructie van de ‘totaliteit’, Groningen 1983, pp. 51-74.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!