In de socialistische opbouw speelt de communistische partij, als voorhoede van de arbeidersklasse, een leidende rol. Dit artikel gaat nader in op de onmisbare rol van de communistische partij in de socialistische opbouw en hoe de partij zich daarop voorbereidt.
Woord vooraf
Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN
De tekst die we hieronder publiceren is een vertaling van een toespraak van Aleka Papariga, lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Griekenland (KKE). Deze toespraak werd gehouden op een recente bijeenkomst van de KKE over de geschiedenis van de socialistische opbouw en de lessen die daarvan geleerd kunnen worden.
Hoewel in de bijdrage veelvuldig wordt verwezen naar de historische ervaringen van de socialistische opbouw in de Sovjet-Unie, heeft de bijdrage niet zozeer een historisch, maar eerder een theoretisch karakter. Het biedt een overzicht van verschillende vraagstukken en aspecten die relevant zijn om de rol van de communistische partij in de socialistische opbouw te doorgronden.
Interessante aspecten die aan bod komen, zijn onder andere hoe de partij zich verhoudt tot de staat en tot de arbeidersklasse, de rol van de partij met betrekking tot ontwikkeling van de communistische productieverhoudingen en meer specifiek de centrale planning, maar ook hoe de partij zich via haar activiteit onder het kapitalisme al voorbereidt op haar leidende rol in de socialistische revolutie en opbouw.
In elke paragraaf kunnen we duidelijk terugzien dat er veel belang wordt gehecht aan het ideologische en politiek werk van de communistische partij, dat onlosmakelijk verbonden is met al haar praktische activiteit.
De tekst is enigszins compact geschreven, met veel informatie en gedachtegangen die in relatief weinig woorden zijn geconcentreerd. De tekst veronderstelt dan ook enige voorkennis van wetenschappelijke begrippen en theorie uit de strategie en de politieke economie. Dit heeft er ook mee te maken dat de tekst geen uitgebreide uiteenzetting van één aspect betreft, maar een overzicht biedt van allerlei verschillende aspecten die kort en bondig worden verkend. Er zijn voetnoten toegevoegd om bepaalde begrippen en gedachtegangen nader toe te lichten. Om de leesbaarheid te bevorderen, is in de vertaling ook de vrijheid genomen om alinea’s op te delen in kortere zinnen, en paragrafen op te delen in kortere alinea’s.
We publiceren deze bijdrage in het kader van de studie van de NCPN naar het socialisme. In dat kader hebben we reeds diverse artikelen gepubliceerd over de geschiedenis van de socialistische opbouw in de twintigste eeuw en de lessen die we daarvan kunnen leren, met name over de economie. Dit stuk levert een bijdrage aan het begrijpen van een belangrijk aspect van de bovenbouw, meer specifiek de rol van de partij.
Inleiding
Aleka Papariga (KKE)
In de omstandigheden van het kapitalisme draagt de communistische partij, als georganiseerde en bewuste voorhoede van de arbeidersklasse, op beslissende wijze bij aan de organisatie van de strijd van de arbeidersklasse en algemener van de werkende bevolking, door deze strijd te bewapenen met een antikapitalistische, antimonopolistische1 politieke inhoud. Via het voorbeeld van haar leden, bevordert zij de strijdbaarheid en weerbaarheid van het volk, om bepaalde verworvenheden af te dwingen, een nieuwe golf van afbraakmaatregelen te vertragen, op die manier tijd te winnen voor de tegenaanval, en om slagen toe te brengen aan de burgerlijke politieke macht. Ook ontwikkelt zij natuurlijk de internationalistische, klassenbewuste arbeiders- en volkssolidariteit tegen imperialistische oorlogen, tegen het internationale kapitalisme en zijn internationale en regionale verbonden.
Het is de enige partij die erkent en gelooft dat de arbeidersklasse het vermogen en de mogelijkheid heeft om de macht van de burgerlijke klasse over te nemen, in eigen hand te nemen en een socialistische-communistische maatschappij kan opbouwen.
Afhankelijk van de mate en diepgang van de verspreiding van de ideologie en het programma van de partij, draagt de KKE in de loop van de klassenstrijd, door de versterking van haar rol en invloed, bij aan de concentratie, politisering en strijdbare scholing van brede arbeiders- en volkskrachten.2 Die krachten zullen onder omstandigheden van een revolutionaire situatie3 het voortouw nemen in het omverwerpen van de burgerlijke politieke macht, in de vernietiging van de burgerlijke staat, ten gunste van de macht van de arbeidersklasse.
Ongeacht in welke mate de krachtsverhoudingen verbeteren, en ongeacht in welke mate de rol en de invloed van het programma en van de fundamentele ideologische standpunten van de partij toenemen, het is onmogelijk om binnen het kapitalisme de objectieve wetten van de kapitalistische economie af te schaffen of het karakter van de burgerlijke staat positief te veranderen. Dat wil zeggen, de strategie van het kapitaal kan niet worden afgeschaft zolang de burgerlijke klasse het eigendom en de macht in handen heeft. Het kapitalisme kan niet worden hervormd en kan niet vanzelf instorten; het wordt alleen op revolutionaire wijze omvergeworpen.
Met de overwinning van de arbeidersmacht verandert de situatie fundamenteel wat betreft de rol van de partij. De communistische partij krijgt dan, voor het eerst, de mogelijkheid om een alzijdige economische, politieke, ideologische, culturele en scholende rol te spelen. Haar leden nemen deel aan alle organen en structuren van de arbeidersmacht. Zij mobiliseert de arbeidersklasse in de organisatie en het bestuur van de productie en in de controle op de macht van onder naar boven. Zij rust de arbeidersmacht uit met een strategische oriëntatie die ook rekening houdt met de belangen van de kleine zelfstandige lagen van het volk. Zij houdt zich bezig met alle cruciale economische, sociale en politieke kwesties die verband houden met de uitoefening van de macht.
Wat betekent de leidende rol van de Communistische Partij?
Dat zij een helder inzicht heeft in de eisen van elke fase van de opbouw, op basis van de wetmatigheden van de socialistische maatschappij. Met name de wet van de overeenstemming van de productieverhoudingen met het ontwikkelingsniveau van de productiekrachten.4 Dit is van belang zodat de volledige omzetting wordt bevorderd van eventuele onrijpe economische verhoudingen, die in het begin van de opbouw verschijnen, naar volledig vermaatschappelijkte, communistische verhoudingen.
We doelen hier op vormen die geërfd zijn van het kapitalisme, zoals landbouwcoöperaties, individuele producenten en individuele dienstverleners.5 De betrekkelijke onrijpheid komt voort uit het feit dat het socialisme geen zelfstandig sociaal-economisch systeem is, maar het lager, en dus onvolmaakt, stadium van de communistische maatschappij. Daarom is het vanaf het begin noodzakelijk dat deze onrijpe vormen planmatig worden overwonnen, en niet willekeurig, formeel, onder invloed van gebrekkige kennis of subjectivisme.6
De historische ervaring toont dat bepaalde onrijpe verhoudingen, namelijk de waardewet en de daarmee samenhangende handels- en geldverhoudingen, tijdens de opbouw van het socialisme in de USSR niet werden afgeschaft. Toen deze eenmaal achterhaald waren, met name in de periode van de wederopbouw na de Tweede imperialistische Wereldoorlog7, was het niet alleen zo dat ze niet werden afgeschaft, maar ze werden toen zelfs tot wetten van het socialisme verheven.
Zo bleven de vormen van individueel en collectief eigendom van kracht, terwijl het volkomen mogelijk was om ze te integreren in de vermaatschappelijkte productieverhoudingen. De waardewet is onverenigbaar met socialistische opbouw. Toen er problemen ontstonden in de organisatie en het beheer van de productie, werden deze te makkelijk toegeschreven aan de centrale planning als maatschappelijke verhouding, met als resultaat dat de centrale planning werd vervormd en vervangen door ‘socialisme met markt’, ‘zelfvoorziening’, enzovoort.8 De gevolgen waren opeenvolgend en raakten in een stroomversnelling: aanvankelijk foutieve opvattingen groeiden uit tot rampzalige afwijkingen.9
Die afwijkingen hadden ook grote invloed op het buitenlandbeleid en de internationale relaties van de partijen die aan de macht waren –en ook binnen de internationale communistische beweging– wat betreft hun confrontatie met het kapitalisme. Als voorbeelden noemen we het vervangen van de arbeidersmacht door de ‘algemene volksstaat’ en het afschaffen van de dictatuur van het proletariaat,10 evenals het aanvaarden van de ‘vreedzame co-existentie’ tussen kapitalisme en socialisme en van de vreedzame parlementaire overgang. Daarmee kon vervolgens het verloop van de contrarevolutie krachtig worden ingezet, dat zijn toppunt bereikte in 1989–1991.
Hoe bereidt de partij zich, onder het kapitalisme, voor op het uitoefenen van haar alzijdige leidende rol onder het socialisme?
- In de strijd onder het kapitalisme moet de partij voorop lopen in de uitwerking van theoretische vraagstukken, tendensen, het dagelijks werk en de actuele fase. De partij moet het vermogen ontwikkelen om te kunnen voorspellen, prognoses te maken en een plan te vormen. Vanzelfsprekend niet in de zin van een gedetailleerd plan op papier, maar een algemeen plan voor de richting (van de strijd – red.).
De KKE beschikt vandaag de dag over zowel de voorwaarden als de mogelijkheid op dit cruciale gebied, dankzij de nieuwe ervaring die zij heeft opgedaan tijdens het herstellen van haar revolutionaire karakter na 1991. Die ervaring wordt tot op de dag van vandaag voortdurend verrijkt. We hebben het dan over de kritische studie van de historische ontwikkeling van de partij (1918–1974), de kritische analyse van de socialistische opbouw in de Sovjet-Unie, evenals het onderzoek dat we voortzetten naar aspecten van de opbouw in andere socialistische landen, het buitenlandbeleid, en ook van de bovenbouw. Dit is onderzoekswerk met een collectief karakter, dat openbaar wordt gemaakt, wordt uitgegeven, en dus toegankelijk is voor iedereen.
De KKE beschikt over een uitgewerkte revolutionaire strategie, over een revolutionair programma. Dat betekent dat zij zich diepgaand bewust is van het feit dat de komende revolutie een socialistisch karakter zal hebben, dat er geen tussenstadium of fase bestaat tussen kapitalisme en socialisme, en dat zij haar volledige zelfstandigheid moet behouden ten opzichte van elke vorm van tolerantie van, steun voor of deelname aan regeringen binnen de kaders van het kapitalisme. - Door voortdurend zorg te dragen voor het ontwikkelen van zo nauw mogelijke banden van strijd met de arbeidersklasse en volkslagen. Maar ook ideologische banden. Door consequent en nauwgezet te werken aan de voortdurende en na verloop van tijd versnelde ontwikkeling van de theoretische, ideologische en politieke basis van de hele partij: de centrale leiding, de leidinggevende organen, de basisorganisaties van de partij (lokale afdelingen en cellen – red.) en de Communistische Jeugd van Griekenland (KNE). Echt elke dag en onder alle omstandigheden die zich onder het kapitalisme kunnen voordoen. Zodat de activiteit van de partij stevig verankerd is, en zo min mogelijk onderhevig aan afwijkingen, achteruitgang, verrassingen of druk vanuit de krachtsverhoudingen.
Door te beseffen dat de strijd tegen het kapitalisme en voor het socialisme niet rechtlijnig verloopt. De strijd kent opeenvolgende fases van opgang, stagnatie en tijdelijke terugval. Onze algemene politieke lijn is rechtlijnig, maar het terrein is hobbelig. De partij moet een vaste koers houden, maar tegelijk collectief — met een geest van creatieve inschatting en kritische evaluatie — onderzoeken hoe zij haar strategie in ons land toepast en hoe ze haar rol vervult in de internationale communistische beweging. Dit is nodig om de actualiteit en de huidige ontwikkelingen te benutten en op te nemen in de strijd voor de politieke rijping van de arbeidersklasse op weg naar de omverwerping van de burgerlijke politieke macht. Dat vergt waakzaamheid en zorg, zodat de strategische plicht niet verbleekt onder de druk van bestaande, actuele uitdagingen en moeilijkheden. - Door te beseffen dat de overgang naar het socialisme het gevaar van terugval bevat — zoals ook is gebeurd. Natuurlijk is het één ding wanneer de socialistische opbouw in een land wordt afgebroken in omstandigheden van een verstikkende imperialistische militaire interventie van buitenaf of een vergelijkbare externe factor, en het is iets totaal anders wanneer men zwicht voor afwijkingen die van binnenuit het revolutionaire karakter van de partij – en bijgevolg het karakter van de arbeidersmacht – aantasten.
Door te beseffen dat zelfs na de overwinning van de arbeidersmacht bepaalde problemen met betrekking tot de rijping van het politieke bewustzijn blijven bestaan op basis van sociale ongelijkheden die van het kapitalisme zijn geërfd. Die zullen dus nog enige tijd invloed uitoefenen. Dit geldt ook voor problemen die voortvloeien uit de langdurige deelname van Griekenland aan de EU, de NAVO, en het strategische bondgenootschap met de VS. De invloed daarvan zal ook na de volledige revolutionaire breuk met en loskoppeling van dezen verbonden blijven doorwerken. - Het is van bijzonder praktisch, ideologisch en politiek belang om bewust te zijn van, en om te gaan met, de invloed van de systematische tweedeling tussen uitvoerend werk en bestuurlijk werk, ook binnen de rangen van de partij. Deze tweedeling wordt door het kapitalisme gecultiveerd en gebruikt in de plaats van de vroegere tegenstelling tussen geestelijke arbeid en handarbeid – die overigens ook nog steeds restverschijnselen kent, al is er aanzienlijke vooruitgang in technologische modernisering. De partij is verplicht een politiek te voeren waarbij kaderleden worden gevormd die in hun taakverdeling zowel bestuurlijk als praktisch werk combineren. Dat is van belang voor zowel de huidige eisen die aan de partij gesteld worden, als met het oog op de eisen die socialistische opbouw zal stellen. Allereerst zijn er communistische wetenschappers uit de arbeidersklasse nodig, zodat het niet opnieuw nodig zal zijn, op zo’n grote schaal zoals in Rusland na 1917 het geval was, om gebruik te maken van burgerlijke wetenschappers bij de organisatie van de vermaatschappelijkte bedrijven. Toen was daar een begrijpelijke reden voor: het massale analfabetisme en het bijzonder lage opleidingsniveau onder arbeiders en militanten uit de volkslagen. Uiteraard wil dit niet zeggen dat we ophouden met het inzetten van alle wetenschappers, onderzoekers en mensen met een hoge graad van kennis en ervaring die willen bijdragen aan de opbouw, want dat is zowel vandaag de dag als onder het socialisme van belang.
- Door systematisch te werken aan het verspreiden van de ideologie en het programma van de partij, en aan het toegankelijk maken van basisdocumenten, studies en onderzoeken over economisch-politieke en maatschappelijke vraagstukken. Vraagstukken die te maken hebben met de zich steeds verder ontwikkelende behoeften van de mens,11 de internationale ontwikkelingen, enz. Brede popularisering12 vereist dat al deze zaken ook binnen de partij worden besproken: in vergaderingen van organen en basisorganisaties, op discussiebijeenkomsten, tijdens wetenschappelijke conferenties en via andere vormen van activiteit met deelname ook van sympathisanten, aanhangers en strijdbare mensen waarmee we samenwerken binnen de beweging. Ook is het van belang om iedereen die verder wil bijdragen te benutten, zowel mensen waarmee we samenwerken als anderen die het belang van steun aan de partij inzien.
- Door systematisch te werken aan het vastleggen en consequent bestuderen van het verloop van de kapitalistische economie in ons land, algemener in de EU, in de regio en de wereldwijde kapitalistische economie. Dit draagt niet alleen bij aan de dagelijkse activiteit van de partij, maar draagt ook bij aan het vormen van een objectief beeld over de verdere ontwikkeling van de reeds rijpe materiële voorwaarden voor het socialisme in ons land. Daarbij ook het bestuderen van de ontwikkeling van de wederkerige verhoudingen tussen klassen en sociale lagen, die betrekking hebben op de bondgenootschapspolitiek13 van zowel de kapitalistenklasse als de arbeidersklasse. Het verloop van de concentratie en samenstelling van de loonarbeid. De concentratie van kapitaal in sectoren van de verwerking en algemener in de industrie, met name in de bouw, telecommunicatie, energie, transport, ook in de groothandel en detailhandel, en het toerisme, op basis van ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de zogenaamde ‘groene’ groei, de geopolitieke rol van Griekenland in de imperialistische oorlog, de strijd om energie- en transportroutes, enzovoort.
Dit voortdurende werk, op wetenschappelijke basis, draagt enerzijds bij aan een steeds scherpere leidende richting van de activiteit van de partij onder de massa. Maar het versterkt anderzijds ook de oriëntatie voor het vormen van bijvoorbeeld de centrale wetenschappelijke planning voor de socialistische opbouw. - Door het bevorderen van de opbouw en het consequent bestaan van sterke partij- en KNE-organisaties in grote fabrieken, bedrijven en sectoren van strategisch belang. Organisaties met een zo hoog mogelijk ideologisch niveau en politieke rijpheid. Dit is niet alleen een voorwaarde voor het versterken van de antikapitalistische - antimonopolistische strijd, maar ook voor het vormen van voorlopers van het revolutionaire arbeiders- en volksfront14 in revolutionaire omstandigheden, dat dan zal functioneren als een machtscentrum van boven naar beneden en vice versa.
Het is vandaag niet mogelijk deze organen (die in revolutionaire omstandigheden gevormd zullen worden – red.) in detail te voorspellen. De ervaring die we hebben betreft de sovjets die reeds ontstonden in de periode van de burgerlijke revolutie van 1905 en zich vervolgens afwisselend negatief en positief ontwikkelden, met hun positieve kristallisatie na de Oktoberrevolutie van 1917. We hebben ook andere vormen gekend in revolutionaire omstandigheden waarin de revolutie werd verslagen, zoals arbeidersraden en arbeiderscomités. - Met de vaste oriëntatie, initiatieven en actieplannen voor het aanpakken van de ernstige ideologisch-politieke problemen met betrekking tot de internationale communistische beweging, dat zich in diepe crisis bevindt, vooral na de overwinning van de contrarevolutie. Voor de bundeling en gezamenlijke actie van communistische partijen die hun revolutionaire karakter hebben ontwikkeld of proberen te ontwikkelen, die de principes van het proletarisch internationalisme naleven. Met de voortdurende initiatieven en acties van de partij en de klassengerichte arbeidersbeweging, van de jeugdbeweging en van de radicale vrouwenbeweging voor samenwerking, solidariteit en coördinatie van de respectievelijke bewegingen op wereldwijd en regionaal niveau. Van bijzonder belang is dat de inspanning moet worden voortgezet, voor zover dat van ons afhangt, met de naburige volkeren en bewegingen.
De rol van de partij in de socialistische opbouw
Zoals we al benadrukten aan het begin, is de rol van de partij revolutionair, leidinggevend-coördinerend, economisch, sociaal en cultureel, als bewuste voorhoede van de arbeidersklasse die aan de macht is. De macht in het socialisme behoort exclusief toe aan de arbeidersklasse. Deze wordt niet gedeeld met een andere klasse of sociale laag.15 Ook is het geen macht van de communistische partij.
Het verschil met haar leidende rol onder omstandigheden van het kapitalisme is dat de partij met haar politiek en keuzes optreedt als de subjectieve factor die bewust de wetten van de socialistische-communistische opbouw benut en in beweging zet. Daarbij mobiliseert zij een zo groot mogelijk gedeelte van de arbeidersklasse en andere werkenden. De partij wordt beoordeeld op hoezeer zij de politieke rijping van een steeds breder deel van de arbeidersklasse en andere werkenden veiligstelt, eraan bijdraagt en dit ondersteunt, zodat zij actief deelnemen aan de machtsorganen op basis van het maatschappelijk belang, als hun eigen macht en verantwoordelijkheid. De partij heeft dus een bevorderende, creatieve rol, zonder de neiging of wil om de arbeidersklasse te vervangen (als degene waartoe de macht behoort – red.).
Het kost tijd. Het gebeurt niet van de ene op de andere dag. Maar dit mag in geen geval leiden tot een houding van uitstel, zelfgenoegzaamheid of een mentaliteit van ‘langzaam zullen de problemen zich wel oplossen’.
De leidende rol van de partij wordt uitgeoefend via haar zelfstandige organisatie en via de deelname van haar leden en kaderleden aan alle machtsorganen, ondersteunende diensten en instituties van de arbeidersmacht. Ook arbeiders die geen partijlid zijn en andere vertegenwoordigers uit volkslagen nemen daaraan deel, waarbij de meerderheid blijft bestaan uit vertegenwoordigers van de arbeidersklasse. Deze rol wordt in de praktijk verworven en wordt niet geregeld door papieren proclamaties.
De leden van de partij nemen deel aan alle vormen van sociale organisatie en bewaking van de revolutie. Dit geldt ook voor de leden van de KNE, die daarnaast ook actief zijn onder studerende jongeren, in het onderwijs in het algemeen, het arbeidersleger en groepen voor bewaking van de revolutie.
De nieuwe macht wordt uitgedrukt via organen zoals de arbeidersraad, het regionale en het hoogste orgaan van de arbeidersmacht. Deze organen hebben volledige bevoegdheden: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk, die worden georganiseerd met ondersteunende structuren. De hoogste directie van de centrale planning is ook een staatsorgaan. Alle organen worden doordrongen van het principe van democratisch centralisme, zodat de eenheid wordt gegarandeerd. Tot de organen van de staatsmacht behoort ook de bewaking van de revolutie, de volksrechtspraak en het controlerende apparaat. In de bovengenoemde organen nemen ook vertegenwoordigers deel die gekozen zijn door landbouwcoöperaties en organen van zelfstandige producenten, evenals door onderwijs-, sociale en administratieve instellingen.
De communistische partij moet onder omstandigheden van het socialisme veiligstellen dat de arbeidersklasse de overhand heeft in de sociale samenstelling van de organen en de rangen van de partij, dat er een rijk intern partijleven is, dat het theoretische, ideologische en politieke niveau voortdurend verder wordt ontwikkeld, en dat de partij het vermogen heeft onderzoek en studie te doen in alle wetenschappen. De theoretische, wetenschappelijke competentie, die voortdurend moet worden ontwikkeld, is een fundamentele leidinggevende verantwoordelijkheid van de partij, ongeacht het bestaan van universiteiten, onderwijsinstellingen, speciale academies en instituten, en de taakverdeling onder die instellingen.
De studie van de socialistische opbouw in de twintigste eeuw heeft aangetoond dat de achteruitgang, vooral na de Tweede imperialistische Wereldoorlog, is ontstaan en helaas ook is geconsolideerd als gevolg van fouten en afwijkingen van de partij op economisch gebied. Die waren vervolgens ook van invloed op de bovenbouw, maar ook op het buitenlandbeleid. Het is iets anders als de socialistische opbouw wordt tegengehouden door buitenlandse militaire imperialistische interventie en krachtsverhoudingen, en iets anders als het komt door afwijkingen.
De context van de 21e eeuw
De eenentwintigste eeuw is niet hetzelfde als de eerste decennia van de twintigste eeuw, toen de Oktoberrevolutie overwon, noch als de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen het internationale socialistische systeem vorm kreeg.
- De objectieve materiële voorwaarden voor de opbouw van het socialisme zijn overrijp. Dat geldt ook voor de discrepantie tussen de ontwikkeling van de productiekrachten en de bestaande productieverhoudingen onder het kapitalisme. De onderlinge afhankelijkheid tussen alle kapitalistische staten is groter geworden vergeleken met de periode waarin Lenin zijn werk Imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme schreef. Hij benadrukte toen al dat alle staten, ongeacht hun ontwikkelingsniveau en internationale positie, deel uitmaakten van het wereldkapitalisme. De economische kapitalistische crisis doet zich nu nog meer internationaal gesynchroniseerd voor dan vroeger. Deze diepere onderlinge afhankelijkheid heeft de interne kapitalistische tegenstellingen verscherpt. Oude brandhaarden van imperialistische oorlogen laaien weer op en er ontstaan nieuwe. Zo wordt de voedingsbodem gevormd voor de opkomst en ontwikkeling van revolutionaire situaties in een of ander land, of in een groep landen, met mogelijkheden tot uitbreiding en invloed op nog meer landen.
- Het opleidingsniveau van de arbeidersklasse en wetenschappers afkomstig uit sociale lagen die bondgenoten van de arbeidersklasse vormen is aanzienlijk gestegen. Mensen hebben een bredere horizon. Men heeft een betere startpositie om te begrijpen dat elke productie-, sociale, onderwijs- en administratieve eenheid deel uitmaakt van de algemene sociale planning van de socialistische transformatie; van de centrale wetenschappelijke planning. De prestaties van de wetenschap en moderne technologie, waaronder kunstmatige intelligentie, zullen volksbezit zijn. Het zullen productiemiddelen en -instrumenten zijn die vrij zijn van de controle van het kapitaal voor eigen doeleinden. In handen van de arbeidersklasse, het werkende volk, zullen ze dus toegankelijk en inzetbaar zijn voor de behoeften en het welzijn van henzelf.
De nieuwe technologieën, en in het bijzonder kunstmatige intelligentie, zullen de leidende rol van de partij bij het opstellen van de centrale wetenschappelijke planning vergemakkelijken en zullen tijdrovende inspanningen voor het verzamelen van gegevens van onder naar boven vereenvoudigen. Dit vergemakkelijkt het tijdig regelen van de arbeidsverdeling en de toedeling van menskracht op nationaal niveau, maar ook per sector, regio en categorie. Gevaren van standaardisatie, centralisatie, fragmentatie, localisme, sectoralisme en versnippering worden zo makkelijker vermeden.
De leidende rol van de partij in het beschermen van de overwinning van de arbeidersmacht
Vanaf het allereerste moment van de overwinning van de arbeidersmacht staat de partij voor een gigantische taak van dubbele aard: zowel creatief als verdedigend en beschermend. De bourgeoisie zal weerstand bieden, en wel in de vorm van gewapende strijd, om te voorkomen dat de nieuwe macht zich consolideert. Die weerstand zal moeten worden overwonnen. Tegelijkertijd zal de bourgeoisie de beslissingen van de socialistische opbouw ondermijnen en saboteren. Ze zal proberen de middenklasse en wankelende sociale krachten naar zich toe te trekken. Vanzelfsprekend zullen ook haar bondgenoten in het buitenland actief steun verlenen.
Hoewel de fundamentele richting en opeenvolgende stappen van de socialistische opbouw in grote lijnen nu al kunnen worden geschetst, is het onmogelijk om een volledig uitgewerkt plan te hebben om de weerstand van de uitbuiters af te wenden. Men kan dit niet statisch en onveranderlijk beschouwen op basis van de huidige toestand. Niemand kan precies voorspellen, maar ook niet van tevoren uitsluiten, dat wanneer de zwakste schakel zich in één land of een groep landen manifesteert, de uitbraak van revolutionaire processen in één land een impuls zal geven voor een ongekende toename van de klassenstrijd in buurlanden of andere landen in de regio. Er zal dus niet alleen sprake zijn van een bondgenootschap van de kapitalistische contrarevolutie, maar er zal ook sprake zijn van mogelijkheden tot interventie en solidariteit vanuit de volkeren (ten gunste van de revolutie – red.).
Uit de periode van de revolutionaire situatie zal het revolutionaire arbeiders- en volksfront al gesmeed zijn als machtscentrum en ervaring en capaciteiten hebben opgebouwd. Dit betekent dat het een aanzienlijke kracht en invloed zal hebben in belangrijke gebieden, zoals industriegebieden, handels- en vervoersknooppunten, en communicatie- en energiecentra. De staatsmachine zal al geneutraliseerd zijn. Zonder deze voorwaarden zou de burgerlijke politieke macht en de burgerlijke staat immers niet omvergeworpen kunnen worden. Er zullen reeds organen zijn gevormd die de productie- en dienstensectoren beschermen, om de voedselvoorziening van het volk te waarborgen tegen alle vormen van de reactie. Tijdens revolutionaire omstandigheden worden vanuit de steun van het volk bredere krachten gemobiliseerd die zich van het leger en andere delen van het repressieapparaat afscheiden. Eén van de eerste acties van de nieuwe macht zal de oprichting van een arbeidersleger zijn.
De partij en haar opvatting over hedendaagse behoeften
Zoals we in ons partijprogramma hebben benadrukt, wordt het loon van de werker bepaald op basis van diens arbeid, terwijl in het communisme het loon16 wordt bepaald op basis van diens behoeften. Het wordt bepaald door de individuele bijdrage van ieder aan de totale maatschappelijke arbeid, zonder het onderscheid dat in het kapitalisme bestaat tussen complexe of eenvoudige, handmatige of niet-handmatige arbeid. Maatstaf is de arbeidstijd gebaseerd op de totale behoeften van de maatschappelijke productie en de materiële voorwaarden van het productieproces. Daarbij worden ook maatschappelijke behoeften meegerekend, zoals moederschap, speciale behoeften van mensen met een beperking, bijzondere kwesties van migranten en vluchtelingen enzovoort. Basale maatschappelijke behoeften, zoals onderwijs, gezondheid en welzijn, worden volledig gratis gedekt. Een ander deel, zoals huisvesting, energie, water, verwarming, vervoer en voeding wordt gedekt uit een klein deel van het arbeidsinkomen, met de tendens dat dit op termijn ook gratis wordt gedekt.
In de omstandigheden van de kapitalistische maatschappij heeft wat wij de kwestie van het vervullen van de hedendaagse menselijke behoeften noemen een klassenkarakter en klasseneigenschappen. Het gaat weliswaar over kwesties van gezond verstand, zoals levensstandaard, kwaliteit van voeding, moderne huisvesting, vaste en permanente banen met menselijke werktijden en salarissen, op basis van het diploma en de specialisatie, uitgebreide vrije tijd, kwesties van bescherming van het gezin en het kind, ontspanning, onderwijs, gezondheid, cultuur, esthetiek enzovoort.
Al deze zaken en alles wat om ruimtegebrek niet is genoemd, worden (onder het socialisme – red.) gekenmerkt door een andere inhoud en prioritering dan die van de heersende levenswijze onder het kapitalisme, dat gekenmerkt wordt door zijn eigen verouderde klassenprincipes, -waarden en -idealen van het subjectief en objectief idealisme.17 Daarbij horen ook de verschillende vormen van discriminatie, de gevolgen in het maatschappelijk bewustzijn van het postmodernisme18, het irrationalisme19, het individualistische egoïsme, de individuele concurrentie, en de verbloeming van imperialistische oorlog als rechtvaardige ‘zelfverdediging’ of zogenaamde ‘verdediging van de democratie’. Natuurlijk horen daar ook de gevolgen bij van openlijke of verhulde anticommunistische propaganda, de staatsideologie die fascisme en communisme gelijkstelt enzovoort.
Naast al het bovenstaande, is het zorgelijk dat de werkers diep beïnvloed zijn door de systematische promotie van vervormde consumptieopvattingen en -criteria, in combinatie met het feit dat in Griekenland, zoals overal in het kapitalisme, niet alle ontwikkelingsmogelijkheden worden benut. Een groot deel van de consumptiegoederen is geïmporteerd. Ook woedt er een hevige oorlog tussen de monopolies die binnen elke sector de producten maken. Het verschil wordt meestal bepaald door de verpakking. Er wordt de valse indruk gecreëerd dat er in het kapitalisme een overvloed is aan producten die hetzelfde doel dienen, en dat er dus vrijheid zou zijn van smaak en esthetiek in de aanschaf en consumptie.
Hoewel de materiële voorwaarden voor socialistische opbouw dus overrijp zijn, zullen de vraagstukken die betrekking hebben op het niveau van maatschappelijk en politiek bewustzijn, zelfs onder delen van geradicaliseerde mensen (in de positieve zin: mensen met een ontwikkeld politiek bewustzijn – red.), complexer zijn vanwege de veelzijdige invloed van de burgerlijke ideologie en haar vertakkingen.
Dit zijn kwesties die in elk geval terrein zijn van ideologische strijd, ook vandaag al, onder de omstandigheden van het kapitalisme. Ze gaan over het belang van de gebruikswaarde van producten, over een reeks kwesties van de psychosomatische ontwikkeling van de mens, en het niveau van culturele ontwikkeling en esthetiek. Tegenwoordig is er de mogelijkheid om dit beter te begrijpen. Dit hangt sterk af van ons. Namelijk in hoeverre we de hedendaagse, dringende en steeds ontwikkelende behoeften voor het leven van de bevolking analyseren en populariseren.
De rol van de partij in de centrale planning
De centrale planning wordt georganiseerd via een eenduidige staatsinstantie, per sector, regio en categorie. Onder de centrale planning vallen de vermaatschappelijkte productiemiddelen in de industrie, energie, watervoorziening, telecommunicatie, bouw, reparatie, openbaar vervoer, groothandel en detailhandel, import en export, geconcentreerde horecavoorzieningen, evenals de grond, landbouwbedrijven, en de sectoren onderwijs, gezondheid, welzijn, sport, cultuur en massamedia.
Van het kapitalisme wordt een aanzienlijk aantal zelfstandigen geërfd zonder vreemde arbeidskracht20, met familiepersoneel of een kleine incidentele arbeidskracht. Dat geldt ook voor een aantal kleine en middenboeren die landeigenaren zijn, afhankelijk van het concentratieniveau in de landbouwproductie.
Het kapitalisme laat ook bestaande ongelijkheden na tussen centrale en afgelegen regio’s, evenals tussen stad en platteland, bergachtige en vlakke gebieden, kuststeden en eilanden.
Tot de leidende verantwoordelijkheid van de partij behoort het winnen van het vertrouwen van zelfstandigen in stad en platteland voor de arbeidersklasse en haar machtsorganen, zodat coöperatieve landbouwbedrijven vrijwillig kunnen worden gevormd naast de vermaatschappelijkte economie. Deze zijn geen maatschappelijk bezit, maar groepsbezit. De bedoeling is niet dat deze eeuwig blijven bestaan, maar dat ze op termijn worden geïntegreerd in het maatschappelijk eigendom en de centrale planning. Een onlosmakelijk onderdeel van de verantwoordelijkheid van de partij, in het kader van de centrale wetenschappelijke planning, is het ontwikkelen van beleid voor de productie van machines voor de landbouwproductie en alle benodigde infrastructuur, zodat groepsbezit kan worden afgeschaft, en daarmee ook de handels- en geldverhoudingen die daarmee gepaard gaan. Dit is de noodzakelijke en natuurlijke beweging van de socialistische naar de communistische maatschappij.
De individuele arbeid wordt in de centrale planning geïntegreerd als maatschappelijke arbeid. Dat wil zeggen dat de uitbuiting van de mens door de mens overal wordt afgeschaft, ook daar waar individuele personen productiemiddelen bezaten.
Daarom geldt de prioriteit voor de productie van productiemiddelen, zodat op haar beurt de productie van consumptiemiddelen wordt veiliggesteld en zeker ook de socialistische accumulatie voor de uitbreidende socialistische reproductie.21
De rol van de partij in de organen van de arbeidersmacht
De overwinning van de arbeidersmacht betekent niet automatisch, van de ene dag op de andere, binnen korte tijd, dat het grootste deel van de arbeidersklasse eenduidig bewustzijn zal hebben over de organisatie en het bestuur van de economie, de werking van de staat, de instituties en sectoren die tot de staat behoren; met als criterium het algemene, maatschappelijke belang. Of dat de arbeidersklasse rijke ervaring heeft en vooral het zelfvertrouwen dat ze kan regeren. Voor bepaalde tijd, korter of langer, zal de eenzijdige ervaring van het kapitalisme invloed blijven hebben, toen de arbeider namelijk geen enkele zeggenschap had over de organisatie van de productie of diensten. Het enige wat onder het kapitalisme was toegestaan, onder de beste omstandigheden waarin er sprake is van een burgerlijke democratie, was onderhandelen over de voorwaarden van de verkoop van zijn arbeidskracht.
De communistische partij heeft de plicht zich niet tevreden te stellen en zeker niet zelfgenoegzaam te zijn. Want in het begin en de eerste jaren van de opbouw, is het te verwachten dat de vooraanstaande ervaren communisten, erkend in het bewustzijn van hun collega’s, als vertegenwoordigers van elke bedrijfseenheid worden gekozen tot de centrale organen.
Meer specifiek moet de partij aandacht hebben voor de negatieve mogelijkheid of het gevaar dat werkers die zijn gekozen om een leidende rol te vervullen een mentaliteit van een ‘eenmansbestuur’ ontwikkelen. Vooral degenen met een hoog niveau van wetenschappelijke kennis en specialisatie, kunnen moeite hebben om een consequente communistische houding te behouden. Het gevaar is dat sommigen van hen zichzelf boven het maatschappelijke belang stellen. De partij moet waakzaam zijn, want zelfs leden kunnen een dergelijke verkeerde mentaliteit ontwikkelen als leidinggevenden.
De rol van de partij, van de respectievelijke partijorganisatie (lokale cel of afdeling van de partij – red.), is om het ideologisch-politieke niveau van de arbeidersklasse als geheel te verhogen. Ook niet-partijleden, die qua ervaring en mogelijkheden het beste geschikt zijn, moeten van onder naar boven worden gekozen in de organen van de arbeidersmacht. De partij draagt de verantwoordelijkheid om voorwaarden te scheppen zodat de arbeidersklasse het bewustzijn van haar rol als heersende klasse blijft verwerven, gesteund door kennis en ervaring uit praktische arbeid. Zodat de arbeidersklasse een initiatiefrijke houding ontwikkelt voor het realiseren van het gemeenschappelijk doel, in de organisatie, de arbeiderscontrole en ook in het zeer belangrijke vraagstuk van de plicht om verkozenen via directe of indirecte democratie te herroepen wanneer zij hun rol en taken niet vervullen.
Een ander probleem is de geërfde scheiding tussen bestuurlijke en uitvoerende werkzaamheden. Of wat er nog overgebleven is van de scheiding tussen lichamelijke en geestelijke arbeid. Maar ook verschillen in specialisatieniveau, verschijnselen van achterhaalde specialismen of juist veelvuldige maar verouderde kennis, wat dominant is onder kapitalistische omstandigheden. Er is tijd nodig om brede algemene kennis te verwerven van de verschillende afdelingen en verantwoordelijken bij de werkers die geen partijlid zijn, in omstandigheden die heel anders zijn dan het kapitalisme, op basis van het collectieve maatschappelijk belang tegenover het groeps- en individueel belang.22
Er zijn ook de gevolgen voor de structuur van de vakbeweging die gevormd is onder de omstandigheden van het kapitalisme, waar op een werkplek of in een sector meerdere vakbonden bestaan. Dit bevordert fragmentarische, versnipperde, beroepsgebonden opvattingen. Vakbonden, vooral op werkplekken waar ze grotendeels afhankelijk zijn van de werkgever en soms door deze zelf zijn opgericht, kweken een bijpassend problematisch bewustzijn. Het vergt tijd en ervaring om te begrijpen wat het fundamentele verschil is tussen de vakbond en het orgaan van de arbeidersmacht per bedrijf, sector, regio of landelijk, als onlosmakelijk onderdeel van de centrale wetenschappelijke planning en van de socialistische opbouw.
Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de partij, die diepe historische wortels heeft in het aantrekken en mobiliseren van de massa’s, om met haar standpunten, activiteit en het voorbeeld van haar kaderleden en leden ervoor te zorgen dat de voorwaarden en mogelijkheden ontwikkeld worden voor een bewuste houding van de arbeidersklasse en van elke arbeider met betrekking tot de direct maatschappelijke arbeid en de zaak van de socialistische opbouw.
Het concept ‘bewust’ wordt praktisch gecultiveerd op basis van het belang van de eenheid en wisselwerking tussen revolutionaire theorie en revolutionaire praktijk. Daarbij wordt de praktijk collectief en individueel bewustzijn, cultiveert het de ontwikkeling van individuele capaciteiten en vaardigheden, en een initiatiefrijke geest voor de uitvoering van het gemeenschappelijke collectieve werk, oftewel het maatschappelijke werk.
Onder het kapitalisme presenteert de burgerlijke propaganda het gebruik en de toepassing van technologie als een wondermiddel voor economische (dus kapitalistische) groei en als schijnbare voorwaarde voor verbetering van het leven van de werkenden. Het kapitalisme levert serieuze bewijzen over de rol van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie. De zogenaamde ‘technologische revolutie’ die in de hele twintigste eeuw en ook in de eenentwintigste eeuw wordt bevorderd, bewees één ding: niet alleen zijn onrecht en onderdrukking niet verminderd, maar de kloof is juist vergroot tussen enerzijds de hedendaagse behoeften van de arbeidersklasse en volkslagen, en anderzijds het echte leven van elke generatie die gedwongen wordt slechter te leven dan de vorige.
De ervaring van de socialistische opbouw in de twintigste eeuw heeft vanaf het eerste moment en gedurende de ontwikkeling aangetoond welke dynamiek voor het vermogen en het initiatief van de werkers worden geboden door het vastgelegde recht van de arbeider om actief deel te nemen aan de arbeids-, productie-, maatschappelijke en educatieve eenheid, met kiesrecht en met directe en indirecte democratie van onder naar boven. Waarbij de werkers deelnemen als eigenaar van alle productiemiddelen en van de modernste technologieën, tot aan kunstmatige intelligentie, die uiteraard, hoe breed haar gebruik ook wordt, nooit de menselijke factor zal vervangen. Waar het om gaat is dat zij in dienst wordt gesteld van de behoeften van de mens.
Aleka Papariga is lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Griekenland.
- De antimonopolistische strijd is de basis voor het bondgenootschap met de arme en middenboeren en de zelfstandigen – red.
- Met ‘volkskrachten’ of ‘volkslagen’ wordt gedoeld op lagen van de bevolking die tussen de arbeidersklasse en de kapitalistenklasse staan en die onderdrukt worden door het monopoliekapitaal. Denk aan kleine en middenboeren, zelfstandigen etc. – red.
- Een revolutionaire situatie heeft de volgende drie kenmerken: 1) er is een crisis in de politiek van de heersende klasse, waardoor het voor de heersende klassen onmogelijk is om hun heerschappij ongewijzigd te handhaven; 2) Er is een buitengewone verslechtering van het levenspeil van de onderdrukte klassen; 3) er is een aanzienlijk toename van de activiteit van de massa’s. De revolutionaire situatie ontstaat objectief in het kapitalisme door de tegenstellingen van dat systeem (concreet kan bijvoorbeeld een economische crisis of oorlog zo’n situatie doen ontstaan). Zie: Lenin, Het bankroet van de Tweede Internationale, op: https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1915/1915bankroet.htm – red.
- Om te overleven moeten de mensen in een maatschappij goederen en diensten produceren. In de productie, de economie, ontstaan objectief bepaalde verhoudingen (bijvoorbeeld tussen kapitalist/fabriekseigenaar en de arbeider, of vroeger de feodale landheer en de horige boer). Deze verhoudingen worden productieverhoudingen genoemd. In de geschiedenis ontwikkelen zich constant de productiekrachten dankzij de ontwikkeling van de technologie en wetenschap. Als de productiekrachten zich tot zo’n niveau ontwikkelen, dat zij in conflict komen met de bestaande verhoudingen in de productie, dan ontstaat de noodzaak tot maatschappelijke omwenteling, tot een revolutionaire omwenteling van de productieverhoudingen, om deze in overeenstemming te brengen met het niveau van de productiekrachten – red.
- Hier wordt gedoeld op verschillende economische vormen, die in het kapitalisme voorkomen en die in de eerste periode van de socialistische opbouw blijven bestaan of zelfs een belangrijke rol kunnen spelen. Bijvoorbeeld individuele producten of dienstverleners (bakker, kapper, boekhouder etc.) of landbouwcoöperaties. Landbouwcoöperaties, die reeds in het kapitalisme bestaan en in die zin een erfenis uit het kapitalisme zijn, maar onder het socialisme een andere inhoud krijgen (in het bijzonder naarmate bijvoorbeeld de grond en productiemiddelen coöperatief of zelfs maatschappelijk eigendom worden), kunnen zelfs een belangrijke rol kunnen spelen in het proces van de vermaatschappelijking van de landbouw (ofwel de opbouw van de socialistische productieverhoudingen in de landbouw). Dat neemt echter niet weg dat coöperatief eigendom een vorm van groepseigendom betreft, die uiteindelijk planmatig moet worden overwonnen om plaats te maken voor het maatschappelijk eigendom, oftewel voor de rijpere, communistische eigendomsverhoudingen – red.
- In deze zin wordt met subjectivisme bedoeld dat subjectief wordt geoordeeld, zonder dat dit gestoeld is in voldoende kennis van de objectieve wetmatigheden, waardoor een besluit of algemene politiek of strategie niet overeenkomt met wat objectief nodig is. Als filosofische stroming ontkent het subjectivisme de objectiviteit van de wetmatigheden van de natuur en de maatschappij. Vanuit deze positie wordt beredeneerd dat de mens zelf deze wetten verzint en toepast op de wereld. Het is daarom een idealistische benadering (zie ook voetnoot 12 en 13). Hier gaat het echter niet zozeer over bewuste ontkenning van objectieve wetmatigheden, maar vooral onvoldoende inzicht in deze wetmatigheden, waardoor ze niet goed kunnen worden meegewogen om een juiste beoordeling te maken van de te volgen politiek – red.
- De Tweede Wereldoorlog had een imperialistisch karakter omdat deze uitbrak op basis van de belangen van de imperialisten, die enerzijds de socialistische Sovjet-Unie wilden vernietigen, en anderzijds hun onderlinge tegenstellingen (tussen verschillende imperialistische machten die streden om een herverdeling van koloniën, markten, invloedssferen, grondstoffen etc.) probeerden te beslechten. De KKE beoordeelt de Tweede Wereldoorlog dan ook als een imperialistische oorlog vanuit zowel Nazi-Duitsland, Italië, Japan en hun bondgenoten, waarvan de bourgeoisie een ‘groter deel van de taart’ eiste, als de kapitalistische landen die aan de andere kant stonden, zoals Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten, waarvan de bourgeoisie haar positie in het internationale imperialistische systeem wilde verdedigen. Vanzelfsprekend had de strijd een ander karakter vanuit de Sovjet-Unie, nationale bevrijdingsbewegingen etc. – red.
- Zie: “Over de indicatoren van de centrale planning de socialistische opbouw,” Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/over-de-indicatoren-van-de-centrale-planning-in-de-socialistische-opbouw/
“De opvattingen van O.K. Antonov over de economie van het socialisme,” A. Samarski, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/de-opvattingen-van-ok-antonov-over-de-economie-van-het-socialisme/ - Zie: “Het 20ste Congres van de CPSU: keerpunt in de opbouw van de socialistische economie,” Comissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/het-20ste-congres-van-de-cpsu-keerpunt-in-de-opbouw-van-de-socialistische-economie/
- Hier wordt gedoeld op de proclamatie van het 22e Congres van de CPSU, waar de partij oordeelde dat het socialisme zich definitief gevestigd had en de dictatuur van het proletariaat niet meer nodig was, en dat de Sovjetstaat het karakter van een ‘algemene volksstaat’ zou hebben aangenomen – red.
- Denk aan het uitwerken van concrete standpunten en voorstellen op onderwijs, zorg, watervoorziening, energie, vervoer etc.
- Populariseren wil zeggen de standpunten, politiek en ideologie van de partij op verschillende, creatieve manieren communiceren op zo’n manier dat het begrijpelijk en overtuigend is voor verschillende groepen mensen uit de werkende bevolking – red.
- Bondgenootschapspolitiek betreft de strategie van de partij voor het vinden en verenigen van bondgenoten in de klassenstrijd. De auteur doelt daarbij op bondgenootschapspolitiek zoals die in het leninisme wordt begrepen, gericht op het verenigen van sociale lagen en klassen. Zo hebben bijvoorbeeld kleine of middelgrote boeren, zelfstandigen, halfproletariërs en andere middenlagen ook belang bij het socialisme, vanuit een toekomstperspectief aangezien zij onder druk staan van de monopolies. Leninistische bondgenootschapspolitiek gaat niet om het aangaan (electorale of andere) bondgenootschappen met andere politieke partijen of organisaties – red.
- Met het ‘revolutionaire arbeiders- en volksfront’ wordt gedoeld op een front dat de arbeidersklasse onder revolutionaire omstandigheden dient te vormen met andere volkslagen tegenover het kapitaal, om succesvol een revolutie te kunnen volbrengen – red.
- Dat de macht in het socialisme exclusief behoort tot de arbeidersklasse, onderstreept het klassenkarakter van de socialistische staatsmacht als een dictatuur van het proletariaat. Vanzelfsprekend neemt dat niet weg dat de arbeidersklasse bondgenoten heeft in de socialistische opbouw, zoals arme boeren en andere volkslagen. Dat uit zich ook in de machtsstructuren die ontstaan, het stemrecht etc. – red.
- In het kapitalisme is loon een economische vorm van waarde, meer specifiek de waarde van de arbeidskracht. In het socialisme krijgt ‘loon’ een hele andere inhoud, als een bewijs van ieders individuele bijdrage aan de direct maatschappelijke arbeid. Zie “Warenproductie en socialisme,” Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/warenproductie-en-socialisme/ – red.
- Idealisme: filosofie die stelt dat de werkelijkheid wordt bepaald door het denken. Het staat in contrast met het materialisme, dat stelt dat juist het denken wordt bepaald door de objectieve werkelijkheid. Het filosofisch materialisme is een belangrijk uitgangspunt van het marxisme – red.
- Het postmodernisme is een burgerlijke filosofische benadering. Het heeft als uitgangspunt dat het onmogelijk is om de realiteit objectief te kennen en dat alleen subjectieve opvattingen van individuen van belang zijn – red.
- Een filosofische stroming die ontkent wat ontkent dat rationeel denken de basis is voor kennis en het handelen, of zelfs dat de objectieve werkelijkheid zelf niet door wetten wordt doordrongen. De wil, emoties, instinct of andere factoren worden als de basis van kennis gezien – red.
- ‘Vreemde arbeid’ wil zeggen arbeid van een andere persoon. Voor de eigenaar van een kapitalistische fabriek is ‘vreemde arbeid’ (dus arbeid die andere mensen hebben verricht, namelijk de fabrieksarbeiders) de bron van de winst. Kleine zelfstandigen kunnen weliswaar privaat eigendom hebben, maar maken niet of nauwelijks gebruik van vreemde arbeid en er vindt dus geen uitbuiting plaats – red.
- Met ‘prioriteit voor de productie van productiemiddelen’ wordt gedoeld op een wetmatigheid van de socialistische economie, waarin de productie van productiemiddelen (ook wel sector I) prioriteit krijgt over productie van consumptiemiddelen (ook wel sector II). Dit is een vereiste om de groei van de socialistische economie mogelijk te maken (socialistische accumulatie) om te voorzien in de uitbreidende behoeften van de bevolking. Voor nadere uitleg over deze termen uit de politieke economie van het socialisme, zie: Academie der Wetenschappen van de USSR, Political Economy (Londen: Lawrence & Wishart, 1957), met name deel twee over het socialistische economische systeem.
Zie ook: “Warenproductie en socialisme,” Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/warenproductie-en-socialisme/
“Over de indicatoren van de centrale planning de socialistische opbouw,” Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/over-de-indicatoren-van-de-centrale-planning-in-de-socialistische-opbouw/
“De opvattingen van O.K. Antonov over de economie van het socialisme,” A. Samarski, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/de-opvattingen-van-ok-antonov-over-de-economie-van-het-socialisme/
“Iljenkov over de politieke economie van het socialisme,” Commissie Ideologie van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/iljenkov-over-de-politieke-economie-van-het-socialisme/ - Zie: “De ontwikkeling van de werkende mens onder het socialisme,” Commissie Bedrijven- en Vakbondswerk van het Partijbestuur van de NCPN, op: https://leesmanifest.nl/artikelen/de-ontwikkeling-van-de-werkende-mens-onder-het-socialisme/
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!