Er waart een spook door Amerika; het spook van Ferdinand Lassalle. Met een simpele formule waarmee je de bozen, de onteigenden, de jongeren van wie hun toekomst is afgenomen en die net ruiken dat het spel is doorgestoken, verzamelt, en je hen de woordenschat geeft van de revolutie zonder het mechanisme. Meerwaarde. Imperialisme. Klassenbewustzijn. De woorden van een ritueel gebed tegen het kapitaal. Maar als de woorden daden moeten worden is het niet de werkvloer, maar de stembus - geduldig als een biechtstoel met als god het mindere kwaad.
Dat is de contributie van de Democratic Socialists of America (DSA). Mensen die zich socialist en communist noemen – alsof het een karaktercertificaat per postorder is – marcheren elke vier jaar, niet naar de fabriekspoort, maar naar het stemlokaal, om hun lot te werpen op een partij die alleen van D66 verschilt in de omvang van de defensiebegroting en de openheid over haar Wall Street-sponsors. De DSA heeft het ‘socialisme’ veilig gemaakt voor de klasse die het ooit beloofde te begraven door ze de voorhoede van de Democratische partij te maken.
Ik legde deze observatie voor aan een DSA-lid. Hij verzekerde me dat er genoeg verkozenen zijn die zich socialist noemen. Dat een stijgend tij alle boten meeneemt. Toen ik vroeg of hij één verkozene kon noemen die zich openlijk communist noemt, wist hij geen naam te noemen. De conclusie leek mij duidelijk: dan fungeert de DSA kennelijk als een apparaat dat communisten inzet om liberalen te verkiezen. Daar bleef hij het antwoord schuldig op.
Daarom is de DSA is een kerkhof van progressieve aspiraties. Het is Sam Fischers kasteel van de vampier: het zuigt je leeg en lost tegelijk je verbeeldingskracht op zodat je geen uitweg meer kunt bedenken die niet door zijn muren loopt, geen politiek die zonder stembus kan. De woede van jonge arbeiders die terecht voelen dat er iets rot is, wordt afgevoerd naar de rituelen van de burgerlijke democratie. Het resultaat: revolutionairen die elf maanden het systeem verketteren en de twaalfde maand aan de deuren kloppen voor zijn trouwste dienaren.
Alexandria Ocasio-Cortez is het duidelijkste voorbeeld. Op de leuzen van 'ICE afschaffen', 'Medicare for All' en 'Green New Deal' met de Democratische Partij het Congres ingespoeld, gerijpt tot betrouwbare stem voor imperialistische oorlogsbegrotingen, wapenleveringen aan Oekraïne en Israël, en de stille sabotage van elk radicaal begin. De jonge arbeider die in 2018 juichte, ziet AOC nu stemmen voor de wapenpakketten waar ze zich vroeger tegen verzette, en leert de les die de DSA nooit hardop zal onderwijzen: binnen de Democratische Partij beweeg je maar één richting op, en die richting wordt niet bepaald door de arbeidersklasse.
Graham Platner, ook van de Democratische Partij, laat zien dat het probleem dieper zit dan individuele lafheid. Een zelfverklaard communist met een SS-symbool op zijn borst en een Blackwater-verleden stapte in de race voor de Senaat in Maine. Rode vlaggen genoeg, maar de kans om Republikein Susan Collins te onttronen zette de DSA-machine in beweging. Campagnegeld, endorsements: de nazi-tatoeage en het huurlingenwerk blokkeerden niets, want het enige doel was 'winnen'. Pas toen een aanklacht wegens seksueel misbruik opdook, stortte de zaak in. Niet op principes, maar op electorale rekensom. Toekijkende arbeiders trokken de enig rationele conclusie: principes bestaan niet zolang je een kans op een zetel voor je ziet.
Hetzelfde patroon speelt bij online-revolutionairen zoals Hasan Piker. Hij spreekt miljoenen op Twitch toe in revolutietaal en levert ze op het beslissende moment af bij een kandidaat die zich zonder ironie 'een kapitalist die het kapitalisme begrijpt' noemt. Abdul El-Sayed, de 'progressieve' hoop van Michigan met investeringen in Dubai en Indië, werd toegejuicht door dezelfde influencers die het systeem net nog verketterd hadden. Het systeem moet niet ontmanteld worden, maar met een vriendelijker gezicht beheerd. De revolutionaire inhoud verdampt, de lege woorden blijven hangen, en de Democraten schenken er hun eigen agenda in.
Zohran Mamdani, in eerste instantie een oprechte volksvertegenwoordiger uit New York met mooie woorden over huisvesting en imperialisme. Juist zijn fatsoen maakt hem leerzaam. Hij steunde Brad Lander, de financieel directeur van New York die belastinggeld in Israëlische defensiebedrijven stopte, maar de politiecommissaris die openlijk het zionisme omarmt liet hij ongemoeid. De mindere-kwaadlogica draait haar gebruikelijke uitkomst: medeplichtigheid gepresenteerd als pragmatisme, verraad als tactiek.
Mamdani is waarschijnlijk geen cynicus, AOC geen karikatuur van een schurk. Maar de val van sociaaldemocratie heeft geen monsters nodig; het systeem verteert ze. De idealist stapt binnen om te veranderen, en het systeem wacht. Het eerste compromis tijdelijk. Het tweede tactisch. En het derde onopgemerkt. De revolutionaire taal siert persberichten voor beleid dat het imperium financiert in plaats van sloopt.
Niet minder is de schade die dit doet aan de organisatie zelf. Waar DSA kandidaten zoals Tanya Vyhovsky in Vermont publiekelijk de nationale positie over de oorlog in Oekraïne afkraakt, zodat ze steun kunnen betuigen aan de NATO. Met een kaderorganisatie die bang is om verkozen kandidaten op het matje te roepen of steun in te trekken wanneer ze breken met de posities van de organisatie zelf. Een verwatering van de al zwak-gevormde ideologische richting die zou moeten bestaan.
Want de burgerlijke staat is geen neutraal vat. Het functioneert binnen de grenzen van een economisch systeem dat het niet zelf schept maar wel beschermt. Binnentreden om langs electorale weg macht te krijgen betekent opereren binnen die grenzen. Daarom zijn sociaal-democratische overwinningen, zelfs wanneer ze plaatsvinden, fundamenteel tijdelijk.
Hervormingen die de winstgevendheid van het kapitaal bedreigen, roepen onvermijdelijk tegenkrachten op zoals kapitaalvlucht, desinvestering, inflatie, of politieke sabotage door de bezittende klasse. Zodra de accumulatie stokt worden sociale programma's teruggedraaid. Niet omdat de verkeerde mensen aan de knoppen zitten, maar omdat de staat voor zijn inkomsten afhankelijk is van de kapitaalaccumulatie die hij tegelijkertijd probeert te beteugelen.
Neem Franklin Delano Roosevelt, de Amerikaanse president van 1933 tot 1945, bekend van de New Deal en zijn leiderschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geen communist, geen socialist, maar een klassieke burgerlijke hervormer die het systeem wilde redden door het te moderniseren. Toch was FDR in de ogen van de kapitalist een aartsvijand: de zakenpers noemde hem 'traitor to his class', het Hooggerechtshof probeerde zijn New Deal te blokkeren, en miljonairs organiseerden coupplannen tegen zijn regering. Waarom? Omdat de arbeidersklasse tijdens De Grote Depressie op straat stond, de vakbonden industrieën platlegden, en de communistische partij invloed had in de fabrieken. Concessies op sociale zekerheid, banen, en minimumloon werd afgedwongen door een revolutionaire dreiging van onderop. Maar vergeleken met het nieuwe gewas DSA-kandidaten is FDR bijna een ware ’revolutionair’.
Lenin begreep dit. De bolsjewieken namen deel aan de Doema, niet omdat zij geloofden dat de arbeidersklasse zich via het parlement kon bevrijden, maar omdat het parlement een tribune bood om de grenzen van de burgerlijke staat bloot te leggen en de arbeiders buiten het parlement te organiseren.
Daarom is voor ons de weg van de DSA onverdedigbaar. Strategisch verraad van de werkende klasse is geen optie. Het DSA-model levert media-aandacht op, maar weinig daarbuiten. AOC zit sinds 2019 in het Congres. Wat is er daadwerkelijk afgeschaft? Het Pentagon-budget groeide. De politiebudgetten groeiden. De deportatiemachine draaide door. Alleen de illusie dat een progressief clubje binnen een kapitalistische partij méér kan dan linkse versiering bieden blijft doorleven.
Als een communist een kieslijst indient, dan doen we dat om te agiteren. De campagne maakt duidelijk dat blijvende verandering onmogelijk is vanuit een parlement dat nu eenmaal functioneert als uitvoerend comité van de burgerij. Elk PRO-bezuinigingsbudget, elke Klaver-capitulatie, elk D66-oorlogskrediet, elke SP-poging tot een coalitie met de VVD: het zijn bewijzen dat de staatsmachine niet hergebruikt kan worden, maar gebroken moet worden. Strijdlust hoort niet in het stemlokaal, waar die oplost in een papieren gebaar. Strijdlust hoort op de werkvloer, in het woningblok, op school, in de buurt. Alleen daar ontstaat macht, wanneer je productie durft stil te leggen, te bezetten, te weigeren.
Zodra we onze ideeën aanpassen aan 'verkiesbaarheid', 'redelijke' kiezers achterna rennen en de taal van coalitie en compromis spreken, glijden we dezelfde helling af, die de Italiaanse Communistische Partij van Gramsci's erfgenaam tot een liberale partij maakte, die nu pensioenhervormingen bespreekt. En wie denkt dat dit ver weg is, kijkt naar de eigen voormalige CPN: het marxisme-leninisme werd ingeruild voor eurocommunistisch reformisme, de partij loste op in GroenLinks, en stemt nu vrolijk in met belastingvoordelen voor het grootkapitaal.
Amerikaans 'links', met hun SS-kandidaten, genocide-financierende financieel directeur en Instagram-radicalen die wapenleveranties ‘harm reduction’ noemen. Laten we lezen en leren voordat we onze eigen bladzijde in hetzelfde treurige boek mogen volpennen. Wie zijn revolutionaire potentieel in het stemhokje weggooit, brengt een stem uit. Maar het is een stem voor zijn eigen irrelevantie, in een stembus die ook zijn doodskist zal zijn.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!