Skip navigation
Arbeidsrechten

Vakantie voor iedereen?

Voor honderdduizenden Nederlanders blijft het een droom

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 7 juli 2026

Foto: Gerd Danigel / CC BY-SA 4.0

Het vakantieseizoen is weer begonnen: overal op de weg zie je caravans, Schiphol is drukker en sociale media vullen zich met vakantiefoto’s. Tegelijkertijd blijft een aanzienlijk deel van de bevolking thuis. Niet uit vrije keuze, maar omdat op vakantie gaan simpelweg onbereikbaar is.

Maar liefst één op de vijf Nederlanders gaat niet op vakantie. Meestal wegens financiële redenen, maar ook wegens zorgverplichtingen of werkonzekerheid. Achter het zomerse weer schuilt een werkelijkheid waarin rust en ontspanning voor velen een luxe zijn geworden. Daarmee rijst de vraag hoeveel waarde een recht heeft, wanneer een steeds groter wordende groep mensen het niet daadwerkelijk kan uitoefenen.

Waarom mensen thuis blijven

Dat alles de afgelopen jaren een heel stuk duurder is geworden, is wel duidelijk: van woonlasten tot boodschappen, en van energiekosten tot brandstof. Uit het Nibud-rapport Geldzaken in de praktijk 2026 blijkt dat 38 procent van de Nederlandse huishoudens moeilijk rond kan komen. Twee jaar geleden was dit nog 32 procent; een relatieve stijging van bijna 19 procent! Jongvolwassenen (18 tot en met 30 jaar) was de categorie die het hardste groeide: van 40 naar 54 procent. Ook zag het Nibud nadrukkelijke verschillen tussen huurders en kopers, en mensen met een vast of wisselend inkomen. Het eerste wat veel mensen laten vallen als hun maandelijkse budget te klein wordt, is een vakantie.

Los van inkomen zijn er tienduizenden Nederlanders die niet zomaar op vakantie kunnen omdat zij mantelzorg verlenen aan een partner, ouder of kind. Terwijl personeelstekorten en bezuinigingen de professionele zorg onder druk zetten, wordt steeds meer zorgarbeid opgevangen door familieleden. Mark Rutte zelf beschreef dit vaak als een ‘participatiesamenleving’. Het klinkt tegenstrijdig dat de staat wil dat mensen er voor elkaar zijn in een maatschappij die juist steeds meer is ingericht op individualisme. Dat heeft ermee te maken dat mantelzorg economisch gunstig is voor de staat, aangezien het onbetaalde arbeid is waarmee meer publiek geld overblijft om het grootkapitaal te subsidiëren.

Vakantie als sociaal recht

Voor de meeste Nederlanders voelt vakantie als iets normaals. Een paar weken per jaar vrij zijn om uit te rusten, tijd door te brengen met familie of nieuwe plekken te ontdekken lijkt vanzelfsprekend. Toch is dat historisch gezien een relatief recente verworvenheid. Nog geen honderd jaar geleden werkten arbeiders zes dagen per week, vaak tien tot twaalf uur per dag, zonder recht op enig betaald verlof. Vakantie was voorbehouden aan de fabriekseigenaren, ambtenaren en bankmedewerkers. Voor de grote meerderheid van de bevolking was rust en vrije tijd een luxe die men zich niet kon veroorloven.

Het recht op vakantie kwam niet uit de lucht vallen, maar werd afgedwongen door generaties arbeiders die streden voor kortere werktijden, betere arbeidsomstandigheden en betaalde verlofdagen. In 1919 werd de achturige werkdag wettelijk vastgelegd, waarna een aantal jaar later de Vakantiewet in 1930 volgde, welke slechts bepaalde groepen arbeiders een aantal dagen betaald verlof toekende. Dat recht werd uiteindelijk ook internationaal erkend: de Verenigde Naties namen in 1948 in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op dat ieder mens recht heeft op rust en vrije tijd, waaronder een redelijke beperking van de arbeidstijd en periodieke vakanties met behoud van loon. Die verklaring is echter niet juridisch bindend: het is immers een verklaring, geen verdrag.

Een recht heeft echter pas betekenis wanneer mensen het daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Het recht om op vakantie te gaan bestaat immers niet alleen uit de mogelijkheid om vrij te nemen van werk. Het vereist ook voldoende inkomen, voldoende vrije tijd en de zekerheid dat zorgtaken of andere verplichtingen niet volledig op de schouders van individuen terechtkomen. Wanneer een groeiende groep mensen zich geen vakantie kan veroorloven of eenvoudigweg niet weg kan, ontstaat de vraag in hoeverre dit recht wel daadwerkelijk een recht is.

Tegenstellingen

De paradox is dat deze rechten wel worden erkend, maar dat de toegang ertoe steeds vaker afhankelijk wordt gemaakt van de markt. Daardoor bestaan zij formeel voor iedereen, terwijl de mogelijkheid om er gebruik van te maken ongelijk verdeeld blijft. Bijvoorbeeld het recht op wonen, het recht op zorg, of het recht op onderwijs, om er maar een paar te noemen. Telkens weer blijkt dat tussen formele erkenning en daadwerkelijke toegang, een wereld van verschil kan bestaan. Een recht op wonen biedt weinig troost aan wie op straat slaapt. Een recht op zorg verliest zijn betekenis wanneer het eigen risico niet te betalen is. Een recht op onderwijs verliest betekenis wanneer financiële drempels mensen uitsluiten van vervolgonderwijs. En een recht op vakantie blijft abstract voor wie de tijd, het geld of de mogelijkheid mist om er gebruik van te maken.

Het wordt, zoals veel zaken binnen het kapitalisme, afhankelijk gemaakt van je inkomen, je positie op de arbeidsmarkt, je vermogen en je vrije tijd. Voor de rijken veelal iets vanzelfsprekends, maar voor veel arbeiders totaal niet. Rechten zouden juist universele garanties moeten zijn, geen privileges die afhankelijk zijn van inkomen en bezit.

Wat zegt dit over onze samenleving?

Niet iedereen hoeft naar een tropisch eiland; dat is niet waar het om gaat. Het punt is dat iedereen daadwerkelijk recht zou moeten hebben op rust, ontspanning en vrije tijd. Dat bijna één op de vijf Nederlanders niet op vakantie gaat, zegt uiteindelijk niet alleen iets over vakanties, maar ook over de manier waarop onze samenleving is georganiseerd. Over een systeem waarin rechten worden erkend, maar hun verwezenlijking steeds vaker aan de markt wordt overgelaten. Zolang rust, vrije tijd en ontspanning afhankelijk blijven van wat iemand kan betalen, blijft vakantie voor velen geen recht, maar een privilege. Een samenleving die menselijke waardigheid serieus neemt, zou zich niet moeten afvragen hoeveel mensen op vakantie gaan, maar waarom zovelen het niet kunnen — en daar iets aan doen.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!