Skip navigation
Griekenland

Vechten tegen de bierkaai? Een Griekse boerenoorlog

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 6 januari 2026

Honderden tractoren blokkeren de weg richting Athene als onderdeel van de boerenprotesten in Griekenland.
Foto: KKE

Al een maand lang zijn Griekse boeren massaal uitgetrokken met hun tractoren. Ze blokkeren snelwegen en soms havens om hun eisen kracht bij te zetten. Dit kan op het eerste gezicht radicaal en asociaal lijken, vooral in de kerstperiode waarin veel mensen naar bestemmingen gaan voor een paar dagen kerstvakantie. Maar: voor de kerstdagen hebben boeren de wegen open gehouden.

Al sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn er regelmatig protesten geweest. De regeringen van de Pasok (sociaaldemocratische partij) hadden vooral vanaf 1996 te maken met massale protesten van de landbouwproducenten. Die blokkeerden toen al met hun tractoren wegen, omdat de negatieve gevolgen van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de EU voor de meerderheid van de Griekse boeren voelbaar begonnen te worden. De regeringen van toen, vooral die van de ‘socialistische’ Pasok, zijn in het historische geheugen gegrift door de manier waarop zij de acties probeerden te onderdrukken: met laster, chantage, rechtszaken en zelfs sabotage door de ME banden van blokkerende tractoren lek te laten prikken. Ook werd er suiker in benzinetanks gegoten.

Hierdoor alleen al mag het duidelijk zijn hoe hypocriet de luidruchtig door de Pasok en andere sociaaldemocratische partijen geuite solidariteit is, terwijl zij altijd vóór maatregelen in het nadeel van de boeren hebben gestemd. Afgezien van deze ‘oppositie’ zijn er dan nog extreemrechtse demagogen die politieke munt willen slaan uit de verontwaardiging die er onder de boeren leeft. Natuurlijk staan ze allemaal aan de kant van de boeren, maar… die zouden naar andere methodes moeten zoeken om hun eisen duidelijk te maken. Ook van regeringswege is er o zo veel begrip voor de boerenstand, maar… ze zouden geen wegen moeten blokkeren en de dialoog moeten aangaan.

De boeren zijn beter georganiseerd en er is meer eensgezindheid dan alle voorgaande keren. Bij monde van hun Panhelleense Blokkade Commissie weigeren ze de dialoog aan te gaan met de regering en eisen rechtstreekse inwilliging van hun eisen: belastingvrije brandstof, elektriciteit niet duurder dan zeven cent per kilowattuur en afschaffing van de Energiebeurs, die prijzen in de hoogte doet schieten. De regering weigert, maar de grote scheepseigenaren krijgen wel belastingvrije brandstof en de grote energiebedrijven hebben vrij spel en maken superwinsten. Decennialang heeft geen dialoog ooit geholpen en de boeren zijn alleen maar zoetgehouden met nepmaatregelen. Er is dus duidelijk sprake van een gerechtvaardigde escalatie vergeleken bij alle voorgaande keren. De maat is gewoon vol.

Een GLB in het belang van het grootkapitaal

Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand? Om te beginnen – en dat is de achtergrond van alles – is er sprake van een kapitalistische GLB waarbij steeds meer land en productie in steeds minder handen geconcentreerd wordt. De kleinere boeren (en in Griekenland gaat het overwegend om kleinschalige landbouw) worden weggedrukt, doordat hun inkomen steeds meer afneemt en de productiekosten steeds meer oplopen. Industriëlen en groothandelaren kopen het geproduceerde spotgoedkoop op om het peperduur te verkopen. De consument weet er alles van.

Toen Griekenland in 1981 lid werd van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap, nu Europese Unie, was zo’n 28% van de werkende bevolking in de landbouw werkzaam. Dat is nu nog zo’n 12%. Van meet af aan was het doel dat zo’n 4 tot 5% het Europese gemiddelde zou moeten worden. Dat is het geval in de meest ontwikkelde kapitalistische landen, waar de productietechnieken in de landbouw echter veel verder zijn. Griekenland is het land bij uitstek binnen de EU met de meeste (hele) kleine en middelgrote bedrijven.

Bij zijn toetreding tot de ‘Europese familie’ kreeg het land toerisme toegewezen als belangrijkste bedrijfssector in de economie. Sindsdien is Griekenland steeds meer industrie en landbouwproductie kwijtgeraakt (800.000 bedrijven zijn weg). Voor hele sectoren zoals tabak, melk, krenten en rozijnen, stonden er boetes op het produceren boven een bepaalde in het GLB vastgestelde hoeveelheid. Er is dus sprake van een stelselmatige afbouw van de economie behalve het toerisme, dat niet zelden ten onrechte de Griekse 'zware industrie' genoemd wordt. Ten onrechte, want toerisme produceert niet en er wordt steeds minder geëxporteerd. Integendeel, er wordt steeds meer ingevoerd uit de landen met grootschalige landbouw(monopolies), zoals ook Nederland, één van de grootste exporteurs van landbouwproducten wereldwijd.

Nederlands enorme exportvolume van landbouwproducten maakt des te meer indruk omdat het zo’n klein land is wat oppervlakte betreft. Veel kleiner dan Griekenland. De laatste tijd wordt 'agrarische supermacht' Nederland door vertegenwoordigers van de regering en door andere politieke partijen aangehaald als modelland voor wat betreft de landbouwontwikkeling. Zodanig dat de communistische krant Rizospastis het nodig vond een uitgebreid artikel te wijden aan het 'Nederlandse landbouwwonder' en zijn kapitalistische schaduwzijden.

Grootscheepse oplichterij

Duizenden veehouders hebben zich in de afgelopen jaren zware schulden op de hals gehaald om opgenomen te worden in het Programma voor Landbouwontwikkeling (“hoe meer we kweken en planten des te meer komen we in de schulden”). Hun bedrijven dreigen dus in beslag genomen te worden, ondanks keihard werken. Dit jaar kwamen er nog twee ‘druppels’ bij, die de emmer van de verontwaardiging bij de boeren deed overlopen.

Ten eerste een pokkenepidemie onder het vee, met als resultaat dat duizenden dieren afgeslacht moesten worden. Er is geen massaal inentingsprogramma in Griekenland, en dit is ook niet op gang gekomen om te redden wat er te redden viel (maar om een oplossing te vinden voor deze ramp heeft de Griekse regering er de Nederlandse kolos HVA International bijgehaald). Tienduizenden veehouders werden gedupeerd. De regering weigert enige verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het onder controle houden van veeziektes of voor de schade die is ontstaan. Van schadevergoedingen is er toch al weinig sprake, zoals vele rampen in Griekenland aantonen. Bijvoorbeeld de overstroming van Thessalië een paar jaar geleden, waarbij enorme gebieden onder water liepen en overwegend nog steeds drassig zijn, niet meer geschikt voor landbouw en veeteelt.

De druppel die de emmer deed overlopen was het enorme schandaal met de OPEKEPE (overheidsorganisatie die verantwoordelijk was voor uitbetaling van EU-landbouwsubsidies). Deze organisatie was opgericht in 2001 en moest onder toezicht van de Minister van Landbouwontwikkeling en Voedingsmiddelen de landbouwsubsidies van de Europese Unie uitbetalen. Er zijn door een reeks oplichters die zichzelf als boer voordeden duizenden niet bestaande kuddes vee en ontelbare hectares land dat nooit bebouwd werd opgegeven voor de subsidies. Zo zijn de subsidies nooit terechtgekomen bij de gewone hardwerkende boer, maar verdwenen in de zakken van oplichters, in veel gevallen overheidsambtenaren en/of nauw met de regering verbonden personages.

Hoe het kan dat die overheid dit al die jaren niet in de gaten had? Tja… niemand gelooft dat in elk geval. Geen wonder dat er geen vertrouwen meer is in regeringsbeloftes. Kortom gaat het dus om een groots corruptieschandaal van illegale betalingen met ‘zwarte gaten’ in het beheer van door de EU verstrekte landbouwsubsidies, die niet bij de rechthebbenden terechtkwamen. Deze twee feiten kwamen nog bij de bestaande en gerechtvaardigde verontwaardiging en deden de bom barsten.

Monopolies: goed of slecht?

De schaalvergroting van het landbouwbedrijfsleven met monopolisering als gevolg is in Griekenland nog in een beginstadium, maar in andere Europese landen zoals Nederland ver gevorderd. Dat proces is sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw versneld. De kleine boerderijen die over zijn in Nederland (vaak nog relatief groot vergeleken bij Griekenland) verdwijnen steeds meer richting monopolisering. Dat proces zet zich voort en is een wetmatigheid van het kapitalisme.

Communisten spreken van antikapitalistische, antimonopolistische strijd. Dat lijkt op vechten tegen de bierkaai, want ga je dan in tegen een onvermijdelijke historische ontwikkeling? Bovendien benadrukte Lenin dat het (staats)kapitalistische monopolie de laatste stap is die voorafgaat aan het socialisme. In de landbouw bereidt de monopolisering onder het kapitalisme de 'collectivisatie' voor die nodig is voor het socialisme, omdat socialisme met kleinbedrijf en een kleinschalige landbouwsector niet mogelijk is. In de Sovjet-Unie was dit een grote uitdaging: de kleinschalige Russische landbouw was niet rijp om direct via socialistische verhoudingen georganiseerd te worden. Vandaar ook de collectivisatie tijdens het leiderschap van Stalin. Objectief gezien effent het hoog ontwikkelde kapitalisme met zijn monopolisering de weg voor het socialisme. Alleen moeten de mensen, de subjectieve factor, van het kapitalisme af willen en dat ziet er nog steeds minder goed uit. Maar laten we eens kijken naar wat Lenin hierover zei. Sprekend over een revolutionair-democratische staat:

“[...] een staat die op revolutionaire manier alle privileges afschaft, die er niet voor terugschrikt langs revolutionaire weg de democratie volledig te verwezenlijken. Men zal dan zien, dat het staatsmonopolistische kapitalisme in een werkelijk revolutionair-democratische staat onontkoombaar en onvermijdelijk een stap in de richting van het socialisme betekent, ja zelfs meer dan een! Want wanneer een kapitalistische reuzenonderneming een monopolie wordt, dan betekent dit dat ze het gehele volk bedient. Als dit monopolie staatsmonopolie geworden is, dan betekent dit dat de staat [...] (vooropgesteld dat er een revolutionaire democratie is) de hele onderneming leidt – in wiens belang?

Ofwel in het belang van de landheren en kapitalisten; in dat geval gaat het niet om een revolutionair-democratische, maar om een reactionair bureaucratische staat, om een imperialistische republiek; ofwel in het belang van de revolutionaire democratie; in dat geval is het inderdaad een stap naar het socialisme.

Want het socialisme is niets anders dan de volgende stap voorwaarts voorbij aan het staatskapitalistische monopolisme. Of met andere woorden: Het socialisme is niets anders dan het staatskapitalistische monopolie dat ten bate van het gehele volk wordt toegepast en daardoor heeft opgehouden een kapitalistisch monopolie te zijn” (nadruk door Lenin).1

Monopolies dus, maar in de handen van de bevolking. Vanuit dat oogpunt lijkt er dus eigenlijk geen reden om tegen monopolisering te zijn. Maar het kleine-middelgrote bedrijfsleven (dat in Griekenland dus kleinschaliger is dan in andere Europese landen en veel bestaat uit familiebedrijven) is furieus tegen monopolies, omdat die hen uit de markt concurreren en als klasse steeds meer doen verdwijnen. Begrijpelijk dus dat een communistische partij, zoals de Griekse, om voorlopige tactische redenen deze stand gevoelsmatig benadert, zich antimonopolistisch opstelt en hen voorzichtig ervan probeert te overtuigen dat ze een zekerder leven hebben onder het socialisme, omdat het kapitalisme ze toch wegvaagt.

Dit stuit vaak op de nog zeer sterke mentaliteit van de kleine bezitter, die eigen baas en eigen slaaf is, een dubbele instelling met een dubbele moraal. Onder de protesterende Griekse boeren stemt de meerderheid nog altijd op burgerlijke partijen, waarvan de (pseudo-)oppositie zich helemaal solidair verklaart met hun strijd, in de veronderstelling (die leeft bij veel boeren) dat zij kunnen overleven binnen het bestaande economische systeem. De KKE heeft een vrij sterke positie onder de boeren van Thessalië met o.a, Rizos Maroudas als voorzitter van de Federatie van Boeren Verenigingen van Larisa (midden-Griekenland), maar over het gehele land is de invloed van burgerlijke partijen nog groot.

Kortom, de enige oplossing is dat alle getroffen klassen gaan samenwerken in een front om van het kapitalisme af te komen. De groeiende overlevingsproblemen die hand over hand toenemen en tot opstanden, stakingen, protesten leiden, niet alleen in Griekenland (zie ook Frankrijk o.a.), zijn een gelegenheid om mensen te doen inzien dat het kapitalisme niet voor verbetering vatbaar is, maar weg moet. Met andere woorden, het is een gelegenheid voor bewustzijnsvorming die buiten het systeem voert. En waar communisten sterker staan, kan er natuurlijk beter aan het bewustzijn gewerkt worden. De communistische beweging is wereldwijd helaas ver achter bij wat onze tijd nodig heeft. Het kapitalisme wist wat het deed toen ze de afgelopen vijftig jaar voor de afbraak van communistische partijen zorgde door hen binnen de muren van het systeem te houden, zodat het niet tot een revolutionaire breuk zou komen!


  1. Uit: Lenin, De dreigende katastrofe en hoe die te bestrijden, geschreven 10-14 september 1917. Uitgeverij Progres, Moskou, p. 43/44. De Nederlandse vertaling is gemaakt aan de hand van de 5de uitgave van de Verzamelde Werken van W.I. Lenin, verzorgd door het Instituut voor het Marxisme-Leninisme bij het CC van de CPSU.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!