Het komt geregeld voor dat ik in een gesprek met een collega of kennis te horen krijg: "maar in Nederland hebben we het toch goed? Waarom spreek je over uitbuiting?" Alle loondienst is in feite een vorm van uitbuiting: wat wij produceren is altijd meer waard dan wat we betaald krijgen. Dat verschil – de winst – verdwijnt in de zakken van de eigenaar. Naast deze primaire vorm van uitbuiting onder het kapitalisme, zijn er vele andere methoden van uitbuiting, onderdrukking of benadeling. Ja, óók in Nederland.
Zelf heb ik recent een noodgedwongen carrièreswitch gemaakt, waarbij ik tijdens een aantal maanden werkloosheid hard zocht naar een passende baan op mijn niveau. Zonder WW natuurlijk, want ik was zzp’er. Gelukkig had ik een financiële buffer waardoor ik dit zonder al te veel problemen heb kunnen overbruggen, maar lang niet iedereen kan zich dat veroorloven. Als ik dit niet had gehad - of wanneer mijn buffer onvermijdelijk op zou raken - had ik moeten aangrijpen wat ik kon krijgen — een baan die niet aansloot bij mijn ervaring of opleiding, en waar ik geen voldoening in zou vinden. "Maar dat is een noodsituatie — je hebt immers geld nodig!" hoor ik je al denken. En dat klopt, want dit is precies waar het systeem van monopolies, hun markten en de staatsapparaten die dat beheren op teert.
De burgerij profiteert op deze manier van wanhoop, financiële druk en noodzaak. Mijn nieuwe baan is in de uitzendbranche voor een bedrijf in de logistieke sector en er werken hier mensen uit meer dan vijftig verschillende landen. Ik zie cv’s voorbij komen van mensen die veel langer dan ik gestudeerd hebben. Uiteraard willen ze liever werk doen in de sector waarvoor ze geleerd hebben en waar hun interesses liggen, maar ‘om de tijd te overbruggen’ wordt er uit financiële noodzaak ‘gekozen’ voor de eerste de beste beschikbare baan. In de meeste gevallen is dit werk zwaar, eentonig en uitputtend. Staand werk, vies werk, slecht betaald werk — meestal voor minimumloon, ongeacht ervaring of opleiding.
Dit soort werk wordt in Nederland grotendeels verricht door migrantarbeiders. Niet omdat Nederlanders zich hier ‘te goed voor voelen,’ maar omdat het kapitaal juist groepen zoekt die het minst kunnen eisen. Migrantarbeiders worden bewust in kwetsbare posities gehouden, waardoor werkgevers de lonen laag kunnen houden en arbeidsrechten kunnen ondermijnen. Het is een strategie om de werkende klasse te verdelen en haar macht te breken. Ook worden ze gepresenteerd als ‘concurrent’ of ‘indringer,’ terwijl zij net zo goed proberen te overleven in een systeem dat hen – en ons allemaal – tot handelswaar maakt. Hun precaire situatie is een waarschuwing voor ons allemaal: wat hen vandaag overkomt, kan morgen ieder van ons treffen.
Van wanhoop naar winst
Zowel in ons eigen land als alle andere kapitalistische landen laat het systeem de arbeidersklasse structureel in de steek. De hoedanigheid verschilt een beetje per land, maar overal waar je kijkt is de tendens dat de kosten voor wonen, boodschappen, publieke voorzieningen, zorg, enz., hoger worden; de lonen gelijk blijven of een beetje achter de inflatie aan sukkelen (en de koopkracht dus daalt – red.); er is een toename van repressie, surveillance en conflictdreiging.
Aan de ene kant veroorzaakt het kapitalisme verschillende crises. In de eerste plaats economische crises, maar ook crises in huisvesting, in publieke voorzieningen zoals de gezondheidszorg, in de aantasting van milieu en klimaat, in de politiek, en in de internationale verhoudingen – waar zelfs oorlogen uit volgen. Aan de andere kant maakt het er vervolgens gretig gebruik van. Zo worden opvang- en asielzoekerscentra bijvoorbeeld benaderd door uitzendbureaus om deze immigranten te laten werken voor of onder minimumloon, en/of onder erbarmelijke, illegale omstandigheden. Ik heb genoeg hooggeschoolde en ervaren mensen voorbij zien komen; apothekers, analisten, docenten, verplegers, IT'ers, enzovoort. Zij hebben noodgedwongen hun opgebouwde levens achter zich gelaten, en hebben nu wegens omstandigheden niet meer de mogelijkheid om het werk te doen waarvoor ze zijn opgeleid voor het salaris waar ze aan gewend zijn en wat bij hun functie past. Ook worden er actief arbeiders in andere landen geworven om hier te komen werken, zowel door uitzendbureaus als via constructies zoals een aanbrengbonus.
Sommige uitzendbureaus bieden huisvesting zodat een arbeidsmigrant niet zelf op zoek hoeft te gaan naar een woning en het dus gemakkelijker is om te migreren. Dit doen ze uiteraard niet uit liefdadigheid — integendeel. Ten eerste is dit een slinks verdienmodel: ze innen van iedere bewoner een paar honderd euro per maand aan huur, en plaatsen vervolgens zes tot tien arbeiders in één woning. Op die manier vangen ze veel meer huur dan de huisvestingskosten. Ten tweede is dit een doeltreffende stok achter de deur voor de arbeiders om zich te gedragen — en zich vooral niet te organiseren. Hun complete leefsituatie hangt immers af van één contract.
Dit doet me denken aan de zogenoemde 'company towns' in Amerika in de vroege 20ste eeuw, en de oude mijnkoloniën in Zuid-Limburg. Ontslag betekende daar namelijk het verlies van je volledige financiële, sociale, culturele en politieke bestaan. Deze anti-arbeider tactieken kwamen ook aan het licht tijdens de stakingen bij de distributiecentra van Albert Heijn halverwege dit jaar en twee jaar eerder. Stakers meldden toen dat zij werden geconfronteerd met dreiging van ontslag (en daarmee hun huisvesting), intrekking van vakantie, het moeten uitvoeren van minderwaardig werk, of overplaatsing naar andere locaties. Sommige uitzendkrachten werden zelfs in hun woning opgezocht. Dit is allemaal volstrekt onacceptabel. De flexkrachten hebben net als alle andere arbeiders het recht om te staken en om zich te organiseren voor betere arbeidsomstandigheden.
De illusie van zekerheid
Uiteraard worden er tal van loze beloftes gemaakt en leugens verteld door de kapitalisten. Een vast contract bij een uitzendbureau is weliswaar een vast contract, maar hier verkijkt men zich al gauw op. Dit ‘vaste contract’ is namelijk niet met het bedrijf waar ze werken, maar met het uitzendbureau zelf. Ze kunnen dus alsnog zonder reden worden ontslagen. Het uitzendbureau biedt de flexarbeider dan een gelijkwaardige baan aan binnen een straal van een uur rijden, maar als ze deze baan afwijzen komt hun vast contract (en daarmee hun eventuele huisvesting) direct te vervallen. Ook was er, voor de huidige ontslagronde bij het bedrijf waar ik werk, beloofd dat dergelijke pieken en dalen in de bedrijfsvoering opgevangen konden worden zonder dat (veel) mensen daarbij ontslagen werden. En toch worden er zonder pardon wederom tientallen hardwerkende, betrouwbare arbeiders op straat gezet, met alle gevolgen van dien. De reden dat deze mensen zonder enige opzegtermijn (als deze er wel is, wordt deze vaak genegeerd) ontslagen kunnen worden, is dat ze een flexcontract hebben. Zowel het bedrijf zelf als het uitzendbureau voelen weinig verantwoordelijkheid voor hun bestaan, en wanneer er geen winst meer uit te wringen valt doen ze ze weg zoals een kind speelgoed wegdoet waar het niet meer mee wilt spelen.
Dankzij zowel veelvoorkomende als periodieke ontslagrondes houden de overgebleven arbeiders hun hart vast; voor hetzelfde geld zijn zij de volgende op de lijst. En dus werken ze overuren, draaien ze weekenden, komen ze ziek naar het werk en zwijgen ze bij incidenten en conflicten. Alles om maar niet op te vallen bij hun leidinggevende. En overwerk is er, want bij zulke ‘kostenbesparingen’ moet het werk vooralsnog gedaan worden, maar nu met minder medewerkers. "Voor jou tien anderen" luidt het motto over het arbeidsreserveleger immers. In een ‘gezonde’ kapitalistische maatschappij is werkloosheid geen probleem — het is beleid. Een paar procent van de bevolking moet namelijk noodgedwongen en wanhopig genoeg klaar staan om hun arbeidstijd te verkopen voor de laagste prijs. Aan de andere kant dient deze groep mensen als waarschuwing aan alle werkenden: een waarschuwing over hoe voor die groep de situatie zal worden als zij iets te vaak ziek zijn, geen goede band hebben met hun collega's en manager, hun targets niet halen, of simpelweg wegbezuinigd worden. Je bent namelijk altijd maar een paar weken of maanden werkloosheid verwijderd van dakloosheid onder het kapitalisme. Dit is een effectieve waarschuwing om je maar gedeisd te houden.
De onzichtbare hand
Het eindeloze op- en afschalen, gestuurd door beurscijfers, kwartaaldoelen en speculaties maakt deel uit van de welbekende 'boom and bust'-cycli van het kapitalisme. Voor de directie zijn het alleen cijfers in een Excel-bestand, of grafieken in een presentatie. Maar op de werkvloer voelen mensen de klappen. Elke ‘besparing’ betekent onzekerheid, stress of ontslag. Het kapitalisme zal dit probleem nooit oplossen, want dit is allemaal slechts onderdeel van het bedrijfsleven. Ze zijn uiteindelijk allemaal afhankelijk van 'de onzichtbare hand van de markt', die feitelijk iedereen in loondienst de keel dichtknijpt. Om nog maar te zwijgen van massale automatisering, zoals robots die alles in het distributiecentrum zouden kunnen doen — van orderpicken tot het opslaan van pallets op grote hoogtes. Wanneer deze dag komt, zullen ontzettend veel arbeiders hun baan kwijt raken. Onder het kapitalisme komen zulke innovaties nooit de arbeiders ten goede. Ze dienen niet om de werkdruk te verlichten, maar om de winst te vergroten voor de aandeelhouders.
Ik heb opgemerkt dat ik soms, vooral wanneer er veel mensen ontslagen worden wegens redenen buiten hun invloed, een gedachte heb van: "ik ben blij dat ik aan deze kant van de tafel zit.” Dit doet mij pijn, juist omdat ik ook aan de andere kant van de tafel heb gezeten en in het verleden ook ben wegbezuinigd, maar deze gedachte is precies wat de burgerij wil hebben: namelijk dat alle arbeiders zich in een constante concurrentie bevinden met elkaar. Een ‘liever jij dan ik’-mentaliteit, waarbij sommige collega's elkaar figuurlijk voor de bus gooien om zelf maar in een zo goed mogelijk daglicht te staan. Uiteraard is dit niets anders dan een vals bewustzijn wat ons doelbewust wordt bijgebracht door de kapitalistische klasse — we zitten immers allemaal in hetzelfde schuitje. Allemaal verkopen we ons vermogen om te werken en allemaal kunnen we op straat gezet worden.
Maar het hoeft niet zo te zijn. We hebben de middelen, de kennis en de macht — als we die durven te grijpen. De omstandigheden zijn er: overal zien we arbeiders die hun bestaansonzekerheid zat zijn, die niet meer willen buigen voor de grillen van de markt. In Nederland begint die strijd met het erkennen dat de vijand niet de migrantarbeider is, maar de werkgevers en uitzendbazen die ons tegen elkaar uitspelen. Een toekomst waarin arbeid in dienst staat van de mens in plaats van winst ontstaat alleen wanneer wij ons hier organiseren, solidair zijn met elkaar en de macht van de Nederlandse burgerij breken. Want zolang we geloven dat we het ‘toch goed hebben,’ blijft alles zoals het is.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!