Over de hele wereld gaan arbeiders en studenten de straat op. Ze eisen lonen waarvan ze kunnen leven, betaalbare woningen, goede arbeidsomstandigheden en voldoende geld voor scholen en publieke voorzieningen. Van Europa tot Azië, en van Afrika tot Latijns-Amerika, laten deze protesten zien dat er een groeiende tegenstelling is tussen de behoeften van de mensen en de prioriteiten van een economie die gericht is op winst.
In Frankrijk protesteren leraren en studenten tegen personeelstekorten, overvolle klaslokalen en de slechte staat van schoolgebouwen. In Italië demonstreren studenten tegen onderwijshervormingen, de stijgende kosten van levensonderhoud en militaire uitgaven, terwijl vrachtwagenchauffeurs wegen hebben geblokkeerd in protest tegen de hoge brandstofprijzen. In Argentinië hebben studenten en universiteitsmedewerkers gedemonstreerd tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs en dalende salarissen. In Bangladesh hebben arbeiders in de kledingindustrie gestreden voor hogere lonen, terwijl Zuid-Afrikaanse vakbonden actie voerden tegen werkloosheid en voor betere lonen en arbeidsomstandigheden. In Spanje zijn tienduizenden mensen de straat op gegaan tegen de sterk stijgende huren en de wooncrisis.
De verschillende problemen waarvoor wereldwijd strijd wordt gevoerd laten een gemeenschappelijke tegenstelling zien. De werkende klasse bouwt huizen waarin zij zelf niet kan wonen omdat ze te duur zijn. Zij produceert alle goederen maar verdient te weinig om ze aan te schaffen en in het levensonderhoud te voorzien. Zij houdt onderwijs, zorg en andere publieke voorzieningen draaiende, maar wordt geconfronteerd met geldtekorten en commercialisering waardoor de toegankelijkheid van voorzieningen onder druk staat. Wij houden de samenleving draaiende, maar de rijkdom die we creëren wordt toegeëigend door een kleine minderheid: de kapitalistenklasse.
Het grootkapitaal vraagt de hoofdprijs voor de producten die zij verkoopt, waardoor boodschappen, energie en andere lasten het plafond uit rijzen en miljoenen mensen moeite hebben om zelfs in deze basisbehoeften te voorzien. Huizen worden door de kapitalisten gekocht en verkocht als ‘investeringen’, terwijl gezinnen moeite hebben om de huur te betalen. Overheidsgeld is er genoeg om de zakken van de wapenfabrikanten te vullen, maar voor scholen en ziekenhuizen staat het budget onder druk. Niet de behoeften van de mensen, maar de winst staat centraal in het kapitalisme. Dat is het fundamentele probleem waarmee de werkende bevolking wereldwijd wordt geconfronteerd.
De verbondenheid van de strijd in de verschillende landen werd op 30 oktober getoond door de havenarbeiders. Onder de leus ‘dokwerkers werken niet voor oorlog’ staakten havenarbeiders in meer dan honderd havens op vijf continenten gezamenlijk tegen de wapentransporten en de militarisering van havens. Ze verbinden hun verzet tegen oorlog met eisen voor hogere lonen, werkzekerheid en veiligere arbeidsomstandigheden. Nederlandse vakbonden deden niet mee aan deze actie, maar in september was er wel al een landelijke havenstaking voor de sociale zekerheid.
De burgerlijke staat voert op verschillende manieren strijd tegen het uitgebroken verzet van de bevolking. In Italië hebben veiligheidswetten strafrechtelijke sancties ingevoerd voor bepaalde wegblokkades en heeft de politie meer bevoegdheden gekregen om mensen rond demonstraties preventief vast te houden. In Frankrijk gebruikte de politie traangas tegen studenten en leraren die protesteerden voor beter gefinancierde scholen. Tijdens landelijke demonstraties in oktober werden honderden mensen gearresteerd.
De burgerlijke media presenteert het verzet van de bevolking als één grote daad van geweld en relschopperij. Demonstraties waaraan duizenden mensen deelnemen, worden teruggebracht tot de acties van een handjevol relschoppers, terwijl de eisen van de bredere beweging naar de achtergrond verdwijnen. Arbeiders, studenten en scholieren die betere omstandigheden eisen, worden neergezet als een probleem voor de rest van de samenleving.
Het verzet toont echter dat steeds meer mensen inzien dat dit systeem de behoeften van een kleine groep rijken dient en niet de belangen van de bevolking. Om het verzet tegen de macht van het kapitaal duurzaam te organiseren zijn organisaties nodig die stevig geworteld zijn op de werkvloer en in buurten, die eisen op elkaar kunnen afstemmen, gezamenlijke acties kunnen volhouden en pogingen kunnen tegengaan om arbeiders op basis van hun sector, nationaliteit of persoonseigenschappen te verdelen. De internationale mobilisatie van havenarbeiders laat een zeer concrete vorm van deze samenwerking zien.
De strijd voor inkomens, huisvesting en publieke voorzieningen leidt uiteindelijk tot de vraag waar de rijkdom belandt die de werkende klasse zelf produceert. Een samenleving die gericht is op menselijke behoeften in plaats van de winst voor enkelen vereist een fundamentele breuk met het kapitalistische systeem.
Emanuela is lid van de Commissie Internationaal van de CPN
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de CPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!