Op 25 en 26 februari 1941 legden duizenden arbeiders het werk neer in Nederland. Het massale verzet tegen de fascistische bezetter ging de geschiedenis in als de Februaristaking. Deze geschiedenis is nauw verbonden met de stad Amsterdam, waar de staking begon, en waar de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein ons aan herinnert. Minder bekend is dat de staking ook uitweek naar andere plaatsen, zoals de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Weesp, Hilversum en Utrecht. 85 jaar na de staking lichten wij drie Utrechtse stakers uit om de herinnering en hun verhaal levend te houden.
De staking in Utrecht heeft afgelopen jaar hernieuwde aandacht gekregen omdat daar op 26 februari 2025 een monument werd onthuld en omdat de Utrechtse staking ‘voor het eerst’ werd herdacht.1 Opvallend is dat er wordt gesproken over de eerste herdenking, want in het Utrechts Archief (HUA) zijn beelden te vinden van herdenkingen in het Majellapark Utrecht in de jaren negentig.2 Ook zijn er in het Instituut voor Sociale geschiedenis posters en affiches uit de jaren zeventig te vinden van een door de CPN georganiseerde evenement.3 Er is maar weinig bekend over de Utrechtse staking, terwijl er toch naar verwachting 4000 mensen het werk hebben neergelegd.4 De Utrechtse staking had een minder massaal karakter dan de staking in Amsterdam. In Amsterdam staakten voornamelijk gemeentearbeiders, waaronder personeel van het gemeentevervoerbedrijf, waardoor de trams niet reden. In Utrecht waren het vooral fabrieksarbeiders die het werk neerlegden.
Chauffeur van Werkspoor: Gerrit Kapperman
De Utrechtse Februaristaking begon bij de in Zuilen gevestigde Werkspoorfabriek, waar treinen en staalconstructies werden geproduceerd. Voor de oorlog was de CPN georganiseerd in districten en bedrijfscellen, zo’n bedrijfscel bestond uit maximaal vijf personen. De bedrijfscel van de Werkspoorfabriek opereerde openlijk. Zo brachten de leden een eigen blad uit genaamd De Werkspoorvonk. Historicus Spaans-van der Bijl schrijft in Utrecht in Verzet, 1940-1945 dat “het sein dat door de communisten werd gegeven ook in andere kringen weerklank vond.”5 Dit blijkt ook uit de rol van Gerrit Kapperman, de 45-jarige chauffeur van de Werkspoorfabriek was zelf gereformeerd christen. Kapperman reed tussen de vestigingen van Werkspoor in Amsterdam en de fabriek in Zuilen. Op 26 februari, om 9 uur s’ ochtends riep hij zijn collega’s bijeen in het schaftlokaal. Daar spoorde Kapperman zijn collega’s aan om net als in Amsterdam het werk neer te leggen. Een groep (veelal communistische) arbeiders van Werkspoor trok vervolgens naar de naast gelegen Staalfabrieken v/h J. M. de Muinck Keizer, in de volksmond DEMKA. Uiteindelijk legden alle arbeiders, met uitzondering van kantoorpersoneel, het werk neer bij de fabrieken Werkspoor en DEMKA.
Jonge bankwerker bij Jaffa: Ries van der Steen
Een deel van de stakers uit Zuilen vertrok naar huis, een ander deel trok in een stoet de stad in, op weg naar de andere fabrieken. Bij de machinefabriek Jaffa, gelegen aan de Groeneweg, was Ries van der Steen werkzaam. De jonge CPN’er was eerder werkzaam bij Werkspoor, maar op aansturing van de CPN-leiding was hij bij Jaffa gaan werken om daar een cel op te zetten. Nog voordat de stakers uit Zuilen de fabriek aan de Groeneweg bereikten, was Ries zijn collega’s aan het aansporen het werk neer te leggen. Hij had op zaterdag 22 februari mee vergaderd in Amsterdam met de initiatiefnemers van de staking daar. Samen met anderen schreef hij het manifest Amsterdam staakt - wij ook. De arbeiders van Jaffa voegen zich bij de stoet van fabrieksarbeiders van Werkspoor en DEMKA en vervolgen hun weg richting de Croessenlaan naar de metaalfabriek Frans Smulders is gevestigd.6
Ries probeerde de staking ook de volgende dag te verlengen. Zo had hij op woensdagavond nieuwe pamfletten gestencild en die op donderdag verspreid. In de loop van donderdag werd het werk hervat. Die week werd Ries op zijn werk gearresteerd voor zijn deelname aan de staking. Kort daarna werd hij vrijgelaten en dook hij onder. In mei 1942 werd hij opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot vijftien jaar tuchthuisstraf. Van der Steen overleefde de oorlog en overleed in 1981.
Tot op heden onbekende stakingsleider: Johannes de Vries
Een verrassende vondst tijdens archiefonderzoek naar de Utrechtse Februaristaking is een rapport van de Stichting 1940-1945. Deze stichting was verantwoordelijke voor de financiële steun aan slachtoffers en nabestaanden van de Tweede Wereldoorlog, waaronder de uitvoering van de Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945. Op 1 januari 2025 werd een van de rapporten van Stichting 1940-1945 openbaar gemaakt, waarin de rol die betonvlechter Johannes de Vries speelde in de Utrechtse Februaristaking werd onthuld. De Vries was werkzaam bij v.d. Zande gelegen aan de Catharijnesingel. Lid van de Revolutionaire Socialistische Arbeiderspartij (RSAP, ontstaan uit een fusie van de RSP van Henk Sneevliet en een sociaaldemocratische afsplitsing van Piet Schmidt, die in de oorlog doorging als het Marx-Lenin-Luxemburg-Front). Hij verspreidde vanaf mei 1940 anti-Duitse lectuur. Tijdens de Februaristaking speelde hij een vooraanstaande rol en verspreidde hij stakingspamfletten. Het wordt vooralsnog niet duidelijk uit het rapport of hij op zijn eigen werkplek heeft aangezet tot staken of bij andere bedrijven. Op 25 juni 1941 werd De Vries met andere leden van het MLL-front en leden van de CPN gearresteerd, hij overleed op 17 oktober 1942 in het concentratiekamp Neuegamme. Hij was op dat moment 43 jaar oud.7
Lessen van Utrechtse stakers
De Utrechtse Februaristaking laat zien dat het verzet tegen de fascistische bezetten niet alleen in Amsterdam werd gedragen, maar ook in andere steden diepe wortels had. De verhalen van Kapperman, Van der Steen en De Vries tonen hoe uiteenlopend de achtergronden van de stakers waren. Hun moedige optreden toont dat de staking niet spontaan ontstond, maar voortkwam uit een vanuit klasse georganiseerde werkvloer. De bedrijfscellen van de CPN gaven de aanzet en het startsein, maar de staking kon alleen slagen omdat zij hun collega’s wisten te mobiliseren.
De bedrijfsarchieven van machinefabriek Jaffa en staalfabriek DEMKA tonen geen sporen van de staking. Wat ze wel laten zien is een grote onderlinge verbondenheid tussen de fabrieksarbeiders. Een ‘sociale voorman’ besprak de zorgen van het personeel met de directie en elke afdeling van de productie was vertegenwoordigd in de fabrieksraad.8 De fabrieksarbeiders steunden elkaar, dus toen een collega opriep tot staking werd hier massaal gehoor aan gegeven. De Utrechtse Februaristakers laten zien dat een georganiseerde werkvloer gezamenlijk een vuist kan maken tegen fascisme. In Utrecht is op 26 februari 1941 het werk neergelegd in de volgende bedrijven: de Werkspoorfabriek, staalfabriek DEMKA, machinefabriek Smulders, machinefabriek Jaffa en loodbewerkingsbedrijf Hamburger.9
Op vrijdag 20 februari wordt er in Utrecht een politiek café georganiseerd over de Februaristaking. In Buurthuis de 3 Krone, aan de Oudegracht 227, Utrecht van 19:30 tot 22:00. Op zaterdag 28 februari organiseren de CJB en NCPN een grote landelijke herdenking voor de Februaristaking in de Zuiderkerk (Zuikerkerkhof 72) in Amsterdam om 13:00.
- Oud Utrecht, ‘Eerste herdenking Februaristaking in Utrecht’, 22 februari 2025, https://oud-utrecht.nl/nieuws/1534-eerste-herdenking-februaristaking-in-utrecht.
- De beelden zijn van 1994 en 1997.
- Het gaat om evementen in 1975 en 1978.
- Van Miert, Jan. Een gewone stad in een bijzondere tijd : Utrecht 1940-1945. Stichtse Historische Reeks. Het Spectrum, Broese Kemink, 1995.
- Spaans-van der Bijl, T. Utrecht in Verzet, 1940-1945. Stichting de Plantage, z.d.
- De Utrechtse Februaristaking 26 februari 1941. Museum van Zuilen, gemeente Werkgroep Directe Voorzieningen, 2025.
- Archiefstuk: NIOD, 077 ‘Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West)’ inventarisnummer 1138 ‘Utrecht, provincie’.
- Archiefstuk: Het Utrechts Archief, 786 ‘N.V. Machinefabriek Jaffa te Utrecht’, inventarisnummer 42 ‘1927-1944’; Het Utrechts Archief, 850 ‘Demka Staalfabriek te Utrecht’ inventarisnummer 97 en 1364.
- Van Miert, Jan. Een gewone stad in een bijzondere tijd : Utrecht 1940-1945. Stichtse Historische Reeks. Het Spectrum, Broese Kemink, 1995.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!