Skip navigation
Politiek & Economie

De plannen van de regering voor komende jaren

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van woensdag 8 juni 2022

Placeholder
NCPN

Enkele maanden terug werd het regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd door dezelfde vier partijen die we de afgelopen kabinetsperiode ook al aan de macht hebben gezien. VVD, D66, ChristenUnie en CDA kwamen er na tien maanden achter dat ze toch maar weer gewoon dezelfde coalitie zullen vormen. Met veel pijn en moeite hebben deze burgerlijke partijen een regeerakkoord gesloten vol vaagheden die ze nu, een paar maanden later, alweer los willen laten naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne. Politici claimen nu dat het noodzakelijk is om het regeerakkoord open te breken om het defensiebudget fors op te pompen. Het wordt gepresenteerd als een plotse bewustwording waardoor ze het over een andere boeg willen gooien. Wat staat er dan eigenlijk in dat regeerakkoord? Over welke boeg gooien ze het überhaupt?

Dat het regeerakkoord was bedoeld als “akkoord op hoofdlijnen” werd tot in den treure herhaald. Het is uiteindelijk toch een boekwerk van meer dan 50 pagina’s geworden. Ter vergelijking, de vorige twee regeerakkoorden zaten wat hoger met rond de 70 en rond de 80 pagina’s, maar die van Rutte I had er slechts 46, en die van Balkenende IV had er 53. Het is dus geenszins gelukt om de omvang te beperken. Toegegeven, het is ondanks dat pagina-aantal zeker geen nauwkeurig uitgewerkt document, het betreft vooral héél veel vaagheden. We hebben ervoor gekozen om te concentreren op een aantal onderwerpen die exemplarisch zijn voor het akkoord als geheel en die bovenal de richting van dit kabinet weergeven, ook als deze afspraken worden aangepast. De grote woorden verhullen namelijk dat men het beleid niet totaal wil aanpassen, maar vooral de in het regeerakkoord gekozen strategie wil intensiveren. In dit artikel zal het vooral gaan over de plannen voor defensie, zoals reeds genoemd, evenals de plannen voor huisvesting en klimaat.

Voordat we echter naar deze specifieke voorbeelden kijken, wijzen we op de kern van de strategie van de regering: een keynesiaanse aanpak van overheidssteun aan het kapitaal om investeringen en consumptie te stimuleren. Dat is rode draad die we terug kunnen vinden in de aanpak van verschillende beleidsterreinen. De machthebbers zijn zich namelijk bewust dat een nieuwe economische crisis dreigt en proberen door middel van enorme investeringen de wetmatigheden van het kapitalisme te omzeilen, of in ieder geval uit te stellen. Economische groei was al laag toen de coronapandemie uitbrak en een zware klap aan de economie uitdeelde. Waar tijdens de vorige crisis, in 2008, er meteen op alles werd bezuinigd, kiest men nu een ander pad. De bezuinigingen zijn jarenlang doorgegaan waardoor de arbeidersklasse de staatskas flink heeft kunnen spekken. Die reserves worden nu aangesproken om investeringen en consumptie te stimuleren. In het kader van de pandemie heeft de regering bijvoorbeeld een groot deel van de loonkosten van bedrijven betaald en uitstel van belastingbetalingen toegestaan. Daardoor zijn veel bedrijven niet failliet gegaan en is te grote een stijging van de werkloosheid voorkomen. In het nieuwe regeerakkoord wordt deze aanpak doorgezet op andere onderwerpen waar de nood ook hoog is, zoals de woningcrisis. Er wordt met miljarden gestrooid om het kapitaal te stimuleren, maar directe interventie is geen mogelijkheid binnen het kapitalistisch systeem. Hierdoor zien we dat het kapitaal gespekt wordt, maar de arbeidersklasse wordt geconfronteerd door een enorme inflatie. Daarbovenop komt dat de mogelijkheden voor een keynesiaanse aanpak niet onbeperkt zijn. Al die miljarden die het kapitaal heeft gekregen, zullen moeten worden gecompenseerd met een nieuwe ronde aan bezuinigingen en afbraakbeleid. De verworvenheden van de werkende klasse zullen over de hele linie enkel verminderen als zij onverstoord hun gang kunnen gaan.

Klimaat

‘Verduurzaming’ wordt centraal gesteld in het regeerakkoord. Energie, industrie, landbouw, volkshuisvesting, infrastructuur – al deze en andere grote onderwerpen worden geplaatst in het kader van de ‘verduurzaming’. De toenemende problemen door de aantasting van het milieu, waaronder de verandering van het klimaat, zijn dringend, maar tegelijk ook ingewikkeld. Het kabinet reduceert deze complexe problemen tot enkel het beperken van de uitstoot van CO2 en stikstof. Onder het voorwendsel van het beperken van de uitstoot worden miljarden worden beschikbaar gesteld voor het grootkapitaal en winstgevende investeringen in ‘groene’ sectoren. Die investeringen in de industrie, energie, infrastructuur en landbouw worden respectievelijk gepresenteerd met termen als ‘transitie naar een groene industrie’, ‘energietransitie’, ‘schone mobiliteit’ en ‘transitie naar kringlooplandbouw’.

De enige oplossing die Rutte IV ziet voor het milieu, is grote geldbedragen opschrijven en hopen dat de markt het oplost. Het kabinet neemt zich voor om met een ‘klimaat- en transitiefonds’ te komen met daarin maar liefst 35 miljard euro. Geld te over dus, perfect in lijn met de strategie om veel geld in de economie te pompen als antwoord op de economische crisis. In contrast tot de gigantische geldbedragen is het regeerakkoord echter zo vaag mogelijk over hoe men CO2-reductie wil realiseren. Zo lezen we een zin als “We gaan in de industrie de ambitie verhogen.” Met ambitie en geld komt men nergens, tenzij het plan is om de dijken te versterken met geldzakken…

Voor de industrie legt het nieuwe kabinet de nadruk op wat ze zelf ‘wederkerigheid’ noemen. Voor wat, hoort wat. In ruil voor afspraken over klimaatdoelen belooft de overheid van alles om het grootkapitaal te faciliteren. Het ‘vestigingsklimaat’ lijkt hier belangrijker te zijn dan het daadwerkelijke klimaat. De regering richt zich daarom op investeringen in de infrastructuur en subsidies, vanzelfsprekend onder het mom van verduurzaming. In wezen betreft het echter maatregelen die gericht zijn op het steunen van het kapitaal en het verbeteren van de concurrentiepositie van de Nederlandse monopolies.

Tegelijkertijd heeft de wereldwijde fossiele industrie een dikke vinger in de pap en wordt daarom de keuze gemaakt om het kapitaal te verleiden om ‘groene’ keuzes te maken door middel van subsidies en fondsen. Zo dreigt echter juist de vervuiler gepamperd te worden in plaats van stevig aangepakt. Over de fossiele industrie staat in het regeerakkoord het volgende: “We onderzoeken de mogelijkheden om financiële prikkels voor fossiele brandstoffen af te bouwen om vervolgens de financiële stimulering voor deze brandstoffen waar mogelijk te beëindigen. We doen dit zoveel mogelijk met andere landen, met het oog op ons vestigingsklimaat.” Zelfs het stoppen van subsidiëren van vervuilende bedrijven blijkt dus onmogelijk. Het enige wat de regering voor elkaar kan krijgen is tientallen miljarden beschikbaar stellen. Daar kan het grootkapitaal zich natuurlijk ook makkelijk in vinden.

Om naast geld toe te zeggen ook actie te ondernemen om de klimaatcrisis en algemener de aantasting van het milieu te lijf te gaan is echter uit den boze. Doordat onder het kapitalisme geen directe maatschappelijke controle over de productie is, is de regering afhankelijk van de wensen van het kapitaal, en het ‘klimaatbeleid’ wordt zo een grote dekmantel voor het keynesiaanse beleid van de regering, dat in werkelijkheid enkel als doel heeft de winsten van het kapitaal veilig te stellen.

Wonen

Op het gebied van volkshuisvesting lijkt het helder dat de nood hoog is. Zowel in de koop- als de huursector rijzen de prijzen de pan uit. In de grote steden wonen is bijna alleen nog weggelegd voor de rijken, terwijl arbeiders overal de wijken uit worden gejaagd en studenten zich diep in de schulden moeten steken voor een kamer ter grootte van een bezemkast. Het nieuwe coalitieakkoord biedt weinig hoop op verbetering van de nijpende situatie.

De frase “we bouwen” komt veelvuldig voor in het relevante hoofdstuk, maar dit kan worden beschouwd als een grove leugen. Er is geen enkel plan om deze “we”, de overheid, werkelijk te laten bouwen. In plaats daarvan blijft de Rijksoverheid exact dezelfde aanpak houden als voorheen: alles over laten aan de private sector. De concrete plannen om meer woningen te creëren zijn stuk voor stuk omslachtige pogingen om indirect invloed uit te oefenen op de woningbouw zonder aan de vrije markt te toornen. De overheid zelf weigert nog steeds om de regie te nemen en over te gaan op direct vanuit de overheid gestuurde bouw.

Zoals bij elk probleem waar Nederland mee te maken heeft is ook hier het favoriete middel van het nieuwe kabinet om een fonds met geld beschikbaar te stellen. Niet voor het huisvesten van de bevolking natuurlijk, maar om op verschillende manieren woningbouw pogen te stimuleren. Zo wordt er een bedrag van 7,5 miljard genoemd voor de goede infrastructurele ontsluiting van nieuwe woningen. Daarnaast wordt ook een verlenging van het volkshuisvestingsfonds voorgesteld, waar gemeenten aanspraak op kunnen maken voor geld voor de verbetering van woonkwaliteit, leefomgeving en verduurzaming in “kwetsbare” gebieden. Oorzaken aanpakken daarentegen, daar wil het kabinet niet echt aan. Er wordt mondjesmaat gesproken over beleid dat woningen betaalbaarder zou kunnen maken maar wil ook dat “het rendabel blijft voor institutionele beleggers om in deze woningen te investeren.” Huizen voor winst dus en niet voor bewoners. Zaken als een registratieplicht of een verhuurvergunning worden op het bord van gemeenten gegooid.

Defensie

De oorlogsindustrie is in Nederland een tijdje wat minder populair geweest, maar is nu weer helemaal terug. Met het uitbreken van de oorlog in Oekraïne buitelen burgerlijke politici over elkaar heen en roepen om het hardst voor een alsmaar groter budget voor het leger. De historisch hoge inflatie die onze bevolking zwaar raakt kan niet gecompenseerd worden volgens minister-president Rutte omdat we ook meer geld in defensie willen gaan investeren. Bommen zijn belangrijker dan brood voor onze machthebbers. De schijn wordt hierbij gewekt dat de Russische invasie in Oekraïne hen heeft wakker geschud en van inzicht doen veranderen. Niets is minder waar, het komt ze juist goed uit als legitimatie van plannen die zij allang hadden getrokken.

Het regeerakkoord sprak immers al het volgende af: “We investeren deze kabinetsperiode €10,7 miljard in onderhoud en intensivering van onze defensie uitgaven. Structureel trekken we €3 miljard uit.” Dit betreft enorme bedragen, al afgesproken maanden voor de invasie begon. Het past in een patroon dat we al jaren kunnen zien, waarbij de imperialistische machtsblokken in de wereld scherper tegenover elkaar komen te staan. De Verenigde Staten en haar NAVO-bondgenoten waren heer en meester in de jaren 90, na de val de Sovjet-Unie. Het NAVO-blok breidde zich steeds verder naar het oosten uit, maar maakt zich nu steeds meer zorgen om de agressieve buitenland strategie van het nu ook kapitalistische Rusland en de razendsnelle economische groei van China. In Oost-Europa, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en andere gebieden komen de belangen van deze imperialistische machten in conflict met elkaar.

Nederland is altijd een van de trouwste bondgenoten van de VS geweest en heeft de oproep van eerst Trump en nu Biden begrepen. Trump bracht dit op zijn lompe manier en stelde simpelweg dat als NAVO-leden niet aan de 2%-norm voldeden zij niet meer op de VS moeten rekenen. Volgens die norm moeten landen minstens 2% van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) aan defensie uitgeven. Biden heeft een andere retorische stijl en drukt zijn Europese bondgenoten op het hart dat Amerika altijd klaar staat, maar deelt de boodschap van zijn voorganger, en de oorlog in Oekraïne is voor veel landen een goed voorwendsel om weer aan deze afspraak te voldoen. De Amerikanen verwachten van de Europeanen dat zij meer gaan bijdragen aan de imperialistische politiek en dat betekent meer troepen, meer strijd met de concurrenten en meer nieuwe wapentuig, bij voorkeur natuurlijk door Amerikaanse bedrijven geproduceerd. Het regeerakkoord maakt glashelder dat dit proces al in gang was gezet voordat de rechtvaardiging ervoor was. Dat deze nu door Rusland op een presenteerblaadje is overhandigd betekent wel een hevige intensivering van dit proces. De wapenindustrie zal zijn zakken vullen, terwijl op sociale zekerheden zal worden bezuinigd.

Conclusie

Sommige mensen denken dat als een overheid veel geld uitgeeft dit per definitie socialistisch is. Het moge na deze korte uiteenzetting helder zijn dat dit niet klopt, ongeacht wat je maatschappijleerdocent je waarschijnlijk heeft verteld. Een onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ op basis van hoeveel de staat doet of ingrijpt in de economie is een mythe. Waar het werkelijk om draait zijn de verschillende klassenbelangen die de kern van de staat vormen. De Nederlandse regering blijkt geen enkele moeite te hebben met enorme hoeveelheden geld beschikbaar te stellen, zolang het maar niet voor de gewone werkende inwoners is. De ‘liberale’ VVD die deze en vorige kabinetten leidt heeft geen moeite met staatssteun zolang deze de belangen dienen van het grootkapitaal. Voor de arbeidersklasse is het hooguit een sigaar uit eigen doos die ze kunnen verwachten. Belastinggeld uit hun zakken wordt via fondsen voor bedrijven beschikbaar gesteld en zo komt het weer terug bij de bevolking, maar dan met aftrek van flinke winstmarges.

Het socialistische antwoord van de Communistische Jongerenbeweging en de Nieuwe Communistische Partij van Nederland draait niet om meer of minder geld, maar om het dienen van de belangen van de arbeiders. Wij willen geen staatssteun voor de grote bedrijven, opgehoest door belasting op inkomen uit arbeid of door BTW. Wij willen een economie onder controle van de gehele maatschappij. Directe planmatige sturing om in de behoefte van mensen te voorzien, niet om winsten te maximaliseren. Woningen creëren voor mensen om in te wonen, niet om mee te speculeren. Directe grip op de vervuilende industrie om deze toekomstbestendig te maken, niet het subsidiëren van fossiele industrie en zogenaamd ‘groene’ investeringen. Defensie daadwerkelijk voor de verdediging van het land, niet het spekken van de kas van de wapenindustrie en de eisen van de NAVO in imperialistische oorlogen. De strijd voor woningen, voor vrede en voor de planeet is de strijd voor het communisme!

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die tien keer per jaar verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!