Skip navigation
Internationaal

De positie van India en de strijd van Indiase arbeiders en boeren

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 7 juli 2026

Foto: CITU Centre / CC BY 4.0

India laat vandaag de dag diepe tegenstellingen zien. Aan de oppervlakte lijkt de binnenlandse arbeidersklasse onderworpen door erbarmelijke arbeidsomstandigheden en verdeeld door oude kastenhiërarchieën die de heersende klasse bewust cultiveert om het klassenbewustzijn te verlammen. Toch vindt er indrukwekkende georganiseerde strijd van arbeiders en andere volkslagen plaats. Honderden miljoenen Indiase arbeiders gaan de straat op om een alternatief te eisen voor de dictaten van het kapitaal, terwijl de staat grijpt naar politierepressie en paramilitaire terreur.

Klassendynamiek in India: de economische basis kan weg

In het India van vandaag de dag worden de klassentegenstellingen tot het uiterste gedreven. Monopoliekapitaal, geconcentreerd in enorme conglomeraten, hebben de belangrijkste productiemiddelen van het land in handen: fabrieken, havens, digitale netwerken en land dat nodig is om rijkdom te produceren. De Adani Group, Tata, Reliance Industries, Aditya Birla en Bharti, de ‘Big Five’-bedrijfsgroepen, hebben 25 belangrijke sectoren veranderd in monopolistische bolwerken. Markthervormingen, die gepaard gingen met grote privatiseringen in de jaren ‘90, hebben dit proces versterkt. Hierdoor konden de ‘Big Five’ agressief uitbreiden naar verschillende sectoren. Met staatssteun, fusies en overnames werden kleinere economische spelers opgeslokt.

Ondertussen zit de grote meerderheid van de arbeiders, zo’n 87,2 procent, vast in rechteloze en onzekere omstandigheden. Zij werken zonder contracten, baanzekerheid of juridische bescherming. De agrarische sector (bijna de helft van de bevolking) bestaat uit kleine boeren die vastzitten in schulden en landloze Dalit-arbeiders die onderworpen zijn aan kastegebonden loononderdrukking. Dalit betekent letterlijk ‘de onderdrukten’ en verwijst naar gemeenschappen die historisch als ‘onaanraakbaar’ werden behandeld en buiten de kastenhiërarchie werden geplaatst. Er zijn ook de Adivasi’s (‘oorspronkelijke bewoners’). Dit zijn inheemse gemeenschappen, vooral geconcentreerd in de bosrijke, mineraalrijke gebieden van India. De heersende klasse houdt deze traditionele kastenhiërarchieën bewust in stand als concrete productieverhoudingen, zodat Dalits en Adivasi’s worden gedwongen tot het slechtst betaalde handwerk: vegen, leerlooien, werken in steenovens en handmatig latrines schoonmaken. Dit terwijl arbeiders uit hogere kasten als opzichters worden aangenomen. Ook de moslimminderheid wordt op de arbeidsmarkt geconfronteerd met discriminatie, onderdrukking en segregatie. Deze verdeling van de arbeidersklasse verhindert solidariteit. Als arbeiders proberen zich te organiseren in een vakbond, gebruikt de baas bestaande kaste- en religieuze spanningen om de staking te breken.

Tegenstelling

De fundamentele tegenstelling van het kapitalisme kenmerkt ook de Indiase economie. Enerzijds een opeenhoping van rijkdom door het monopoliekapitaal en anderzijds de verslechtering van het levenspeil van de arbeidersklasse die steeds meer wordt uitgebuit. Terwijl het BBP jaarlijks met 6 tot 7 procent groeit, bezit de rijkste 1 procent meer dan 40 procent van de nationale rijkdom.

De realiteit weerspreekt het sprookje van burgerlijke economen dat de groei van het kapitaal vooral banen creëert. Er is een enorm industrieel reserveleger. Dit speelt de kapitalistische klasse direct in de kaart, omdat de constante overvloed aan arbeidskrachten de lonen drukt. De productiesector stagneert en slaagt er niet in de miljoenen mensen op te nemen die elk jaar de arbeidsmarkt betreden. Miljoenen mensen migreren vanuit arme plattelandsstaten zoals Bihar en Uttar Pradesh naar ‘rijke’ stedelijke centra zoals Mumbai of Bangalore. Daar leven ze onder erbarmelijke omstandigheden, zonder sociale voorzieningen en gezondheidszorg.

Agrarische strijd

Op het platteland wordt de boerenbevolking systematisch onderdrukt door een onopgeloste agrarische crisis die geworteld is in een enorm monopolie op landbezit. Meer dan 40 procent van de plattelandsgezinnen is volledig landloos, terwijl de bovenste 20 procent van de plattelandselite meer dan driekwart van alle landbouwgrond controleert. Dit is logischerwijs het gevolg van de groei van kapitalistische verhoudingen op het Indiase platteland.

Hoewel de BJP beweert boeren te steunen, onderdrukt zij bewust de minimumprijzen die door boerenorganisaties worden geëist. Deze structurele onderbetaling, gecombineerd met de volledige deregulering van prijzen van kunstmest en andere productiemiddelen, heeft miljoenen mensen in permanente schulden gestort en een catastrofale crisis van meer dan 300.000 zelfmoorden onder boeren aangewakkerd.

Tegelijkertijd maakt de staat de gedwongen inbeslagname van landbouwgrond voor private monopolies mogelijk. In de bosgebieden neemt dit de vorm aan van voortdurende ‘primitieve accumulatie’ tegen Adivasi-gemeenschappen. De staat heeft actief meer dan de helft van alle inheemse landtitels afgewezen om hen te beroven van bauxiet-, steenkool- en ijzerertsmijnen. Verdreven Adivasi’s worden gewelddadig de stedelijke arbeidsmarkten ingeduwd als een bezitloos reserveleger van arbeid, structureel gedwongen om onzeker en laagbetaald werk te accepteren.

Repressie

Om een economische basis te beschermen die gebouwd is op scherpe ongelijkheid, moet de heersende klasse de politieke en culturele bovenbouw controleren. Onder het bestuur van de BJP gebeurt dit via de dwingende macht van de staat en Hindutva (hindoe-nationalisme), een ideologie die onder andere wordt aangedreven door de paramilitaire organisatie van de BJP, de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS).

De RSS functioneert als de stoottroepen van de heersende klasse en werkt via duizenden lokale afdelingen om hun reactionaire ideologie in de samenleving te verspreiden. Door een strategie van fysieke terreur in te zetten via lokale burgerwachtgroepen en door publieke woede te richten op religieuze minderheden (vooral moslims) slaagt het RSS-BJP-kader erin het bewustzijn van de arbeidersklasse te fragmenteren en een verenigd front tegen de monopolies te belemmeren. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat de massa arme, werkloze hindoe jongeren hun waardigheid vinden in religieuze overheersing in plaats te vechten voor een samenleving zonder uitbuiting en werkloosheid.

De arbeidersklasse vecht terug

Toch kan religieuze verdeeldheid worden overwonnen. Wanneer zware economische schokken plaatsvinden, reageert de arbeidersklasse met gecoördineerde massale actie, ongeacht religieuze overtuiging. Op 12 februari 2026 hielden naar schatting 300 miljoen arbeiders, boeren, studenten en professionals een enorme landelijke algemene staking. Georganiseerd door de Central Trade Unions (CTU) kwam de productie tot stilstand in kolenmijnen, raffinaderijen en transportnetwerken, waarbij het industriële proletariaat werd verenigd met miljoenen plattelandsarbeiders.

Deze beweging eiste de intrekking van India’s vier ‘Labour Codes’. Deze arbeidswetgeving verzwakt collectieve onderhandelingen en vergroot ‘flexibilisering' met onzekere en rechteloze arbeidsrelaties. Zij riep ook op tot uitbreiding van sociale voorzieningen, naast verzet tegen vrijhandelsovereenkomsten met de VS en de EU, die lokale arbeiders en kleine producenten ruïneren. Ten slotte eisten ze dat minimumloon wordt gekoppeld aan inflatie, gelijk loon voor gelijk werk en structurele regulering en bescherming van contractarbeiders tegen uitbuiting.

Staatsgeweld

Wanneer ideologische afleidingen falen en de arbeidersklasse zich organiseert rond hun materiële belangen, laat de door de BJP geleide staat zijn democratische façade vallen. Massale boerenopstanden en industriële stakingen worden systematisch beantwoord met harde staatsrepressie. Om de winsten van conglomeraten veilig te stellen, zet de staat paramilitaire troepen in, bouwt betonnen barricades en prikkeldraad aan stadsgrenzen, schort internettoegang op en gebruikt bedrijfsmedia om stakers af te schilderen als ‘anti-nationale’ saboteurs. Lokale politiediensten handelen daarin in feite als private beveiliging voor conglomeraten en criminaliseren de basisinstrumenten van arbeidersmacht: het recht om te staken, te protesteren en zich te organiseren in vakbonden.

De staat bewaart zijn zwaarste dwang voor de politieke voorhoede die deze massale woede probeert te coördineren. Op 27 mei 2026 arresteerde de politie van Delhi M.A. Baby, de algemeen secretaris van de Communistische Partij van India (Marxist) of CPI(M), samen met leden van andere progressieve organisaties en arbeiders. Zij werden vastgehouden omdat zij protesteerden tegen politiek gemotiveerde invallen van de Enforcement Directorate (ED), die bedoeld waren om Pinarayi Vijayan, een belangrijke CPI(M)-leider, en zijn familie te intimideren.

Hoewel deze leiders uiteindelijk werden vrijgelaten, zijn deze tijdelijke aanhoudingen een tactisch wapen van de kapitalistische staat. Verre van alleen logistieke ongemakken, zijn ze ontworpen om organisatie te verstoren, militanten te terroriseren en een kille waarschuwing te sturen aan de beweging. Door de leiding van de communistische partij, progressieve krachten en de arbeidersklasse aan te vallen, probeert de heersende klasse de beweging te ‘onthoofden’.

India en imperialisme

In de internationale verhoudingen kan India niet worden gezien als een geïsoleerde nationale speler of als een passief slachtoffer van mondiale krachten. India functioneert als een opkomende imperialistische macht die een specifieke positie inneemt binnen het wereldwijde imperialistische systeem. De Indiase bourgeoisie sluit zich niet blijvend aan bij één enkel blok. In plaats daarvan manoeuvreert zij tactisch tussen het Euro-Atlantische imperialisme en de China-Rusland-as, om de belangen van haar eigen binnenlandse monopolies te bevorderen.

Dit tactische ‘schipperen’ is vooral zichtbaar in de strijd om mondiale transportroutes te bewerkstelligen. Aan de ene kant is India een essentiële partner in de door de VS gesteunde India-Middle East-Europe Economic Corridor (IMEC), die expliciet is bedacht als een alternatief om te kunnen concurreren met het Chinese Nieuwe Zijderoute. De Indiase heersende klasse steunde IMEC om haar conglomeraten beter toegang te geven tot de Euro-Atlantische markten. Hiermee positioneert de Indiase bourgeoisie zich als een directe rivaal voor Chinese infrastructuurnetwerken, terwijl Israëls streven naar volledige controle over Gaza een voorwaarde is om de mediterrane terminal van de corridor veilig te stellen.

Deze afstemming wordt verder versterkt door het diepe militair-industriële partnerschap tussen India en Israël. India is geëvolueerd van de grootste importeur van Israëlisch militair materieel ter wereld naar een voorkeurspartner voor de coproductie van wapens. Via joint ventures tussen Israëlische defensiebedrijven en Indiase conglomeraten zoals Adani worden in India geproduceerde drones en onderdelen rechtstreeks geïntegreerd in het Israëlische militaire apparaat.

Tegelijkertijd onderhoudt de Indiase staat belangrijke lijnen open naar het rivaliserende blok. De deelname van premier Modi aan de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO) in Beijing gaf een poging aan om economische banden te stabiliseren en de grensgeschillen tussen India en China te de-escaleren.

Tijdens de SCO-top kwamen de tegenstellingen in India’s positie openlijk naar voren. Terwijl de VS en de G7 eenzijdige tarieven en secundaire sancties opleggen aan India als ‘vergelding’ voor zijn massale import van goedkope Russische ruwe olie en militair materieel, gebruikte Modi het multilaterale forum om de economische dictaten van de VS te veroordelen.

Toch is dit volstrekt geen anti-imperialistisch standpunt. Wanneer de VS India onder druk zetten om te stoppen met het kopen van Russische energie, bedreigt dit de winstmarges van Indiase conglomeraten zoals Reliance en Adani, die deze goedkope olie raffineren voor massale wereldwijde export. De ‘strategische autonomie’ van de Indiase staat is simpelweg het buitenlandsbeleid van zijn heersende miljardairs: aan de ene kant gebruikt het de China-Rusland ruimte van de SCO om de VS onder druk te zetten voor betere handelsvrijstellingen, en tegelijkertijd blijft het op hoog niveau gezamenlijke militaire oefeningen houden met de VS om zich in te dekken tegen China in de Indische Oceaan en langs de omstreden Himalayagrenzen.

De algemene staking van februari 2026 bewijst dat materiële omstandigheden uiteindelijk bepalen hoe de geschiedenis zich zal ontwikkelen. De verdeeldheid op basis van kaste en religie kan worden overwonnen door de verenigde actie van de arbeidersklasse en andere onderdrukte volkslagen. De illusie van een ‘multipolaire’ wereld waarin het Indiase proletariaat uiteindelijk zou floreren binnen het kader van BRICS is gevaarlijk en zal, geen structurele verandering brengen voor de Indiase arbeidersklasse. De strijd van het Indiase proletariaat en de boerenbevolking is geen geïsoleerde nationale gebeurtenis, maar een belangrijke frontlinie in de strijd tegen het wereldwijde kapitalisme, en bewijst dat zelfs onder het gewicht van de reactie de arbeidersklasse de doodgraver van het kapitalistische systeem blijft.


Emanuela is lid van Commissie Internationaal.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!