Skip navigation
Politiek

Het handige sprookje van ‘gekke wereldleiders’

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 31 maart 2026

Doodskisten van Amerikaanse soldaten liggen opgestapeld in transportbusjes, terwijl militairen ze salueren
Foto: publiek domein

In de afgelopen maanden zijn de wereldwijde spanningen toegenomen: nieuwe agressies, oorlogen, militaire escalaties en een opeenstapeling van crises. Media en politici geven ons vaak een simpele verklaring: ‘ontspoorde leiders’ zouden het probleem zijn, persoonlijkheden die ongeschikt zijn om macht uit te oefenen. Dit is een gevaarlijke lezing van de feiten, omdat het ons afleidt van de werkelijke oorzaken van wat er gebeurt.

Even een korte terugblik op het begin van het jaar: in januari heeft een Amerikaanse militaire operatie de Venezolaanse president Nicolás Maduro gevangengenomen en naar een detentiecentrum in de Verenigde Staten overgebracht na bombardementen op Caracas. Tegelijkertijd heeft Washington de druk op Cuba opgevoerd door in feite een blokkade op olieleveringen op te leggen en ook derde landen te bedreigen met sancties als zij energie naar het eiland exporteren, waardoor een al diepe economische crisis verder wordt verergerd. In het Midden-Oosten gaat de escalatie door: aanvallen en moorden nemen toe tussen Israël en Iran, waarbij energie- en strategische infrastructuur wordt getroffen en andere landen in de regio direct betrokken raken. In Gaza en op de Westelijke Jordaanoever nemen geweld en gedwongen ontheemding van het Palestijnse volk toe, terwijl in Libanon inmiddels bijna een miljoen mensen op de vlucht zijn. De oorlog in Oekraïne gaat ondertussen door en sleept zich voort.

Waarom gebeurt dit allemaal?

Een antwoord dat we vaak horen is dat we te maken hebben met leiders die ‘ontspoord’ zijn, figuren zoals Trump of Netanyahu, of leiders van andere imperialistische blokken, beschreven als irrationeel, bijna gek, die hele landen meeslepen in onlogische beslissingen. Dat is in zekere zin een geruststellende verklaring, omdat het suggereert dat het probleem bij individuen ligt. Dan zou het voldoende zijn om hen te vervangen door ‘redelijkere’ leiders om van richting te veranderen. Maar het gevaar van deze visie is precies dit: alles herleiden tot een kwestie van de persoon. Door ons te concentreren op enkele individuen verliezen we de materiële voorwaarden uit het oog die deze imperialistische keuzes mogelijk maken en, volgens de logica van het kapitalisme, steeds vaker noodzakelijk maken. Binnen dit systeem is het verschil tussen ‘gematigde’ en ‘extreme’ leiders vaak een verschil in taalgebruik, niet in de onderliggende belangen die zij vertegenwoordigen.

Deze keuzes van wereldleiders beantwoorden aan concrete belangen: toegang tot grondstoffen, controle over markten, strategische positionering. Ze zijn niet simpelweg het resultaat van de keuzes van individuele leiders, maar uitingen van de belangen van het monopoliekapitaal dat via de staat optreedt. In een periode van economische moeilijkheden en druk om winst te maken duwt dit staten naar steeds agressievere vormen van concurrentie.

In Europa is deze tegenstrijdigheid duidelijk zichtbaar. Regeringen scharen zich achter de Verenigde Staten via militaire samenwerking en sancties, terwijl hun leiders tegelijkertijd spreken over de-escalatie, diplomatie en vrede. Deze hypocrisie is het resultaat van tegenstrijdige druk: de noodzaak om allianties en strategische belangen te behouden, en de angst voor de economische en sociale gevolgen van escalatie. In feite groeien de interne spanningen: delen van de bevolking, vooral werkenden, zijn tegen de oorlog, en delen van de burgerij maken zich zorgen over instabiele markten, stijgende prijzen en wereldwijde onzekerheid.

Macron spreekt over de-escalatie en diplomatie, maar Frankrijk heeft vliegdekschepen, oorlogsschepen en verdedigingssystemen naar de regio gestuurd en draagt zo direct bij aan de versterking van de militaire aanwezigheid.

Sánchez presenteert zich als tegen de oorlog en neemt afstand van militaire operaties, maar Spanje behoudt troepen in NAVO-missies in de regio en heeft oorlogsschepen naar het oostelijke Middellandse Zeegebied gestuurd. Het land blijft in de praktijk onderdeel van dezelfde militaire samenwerkingsstructuren.

De Nederlandse regering zegt dat zij geen deel uitmaakt van de oorlog met Iran, maar stuurt toch een fregat naar de regio om bondgenoten en strategische routes te beschermen. De gevolgen zijn concreet: de energiekosten stijgen en de druk om de militaire uitgaven te verhogen neemt toe. Sommige sectoren profiteren van deze instabiliteit, maar voor werkenden betekent het hogere prijzen, druk op publieke diensten en bezuinigingen. Elders zijn de gevolgen nog veel zwaarder: vernietiging, ontheemding en verlies van mensenlevens.

Daarom moeten we niet in het verhaal van ‘ontspoorde leider’ trappen: Europese regeringen zijn volledig betrokken bij deze keuzes. Voor de arbeidersklasse is het begrijpen hiervan een politieke noodzaak. Verzet hiertegen vereist organisatie en mobilisatie, om een alternatief op te bouwen waarin politieke en economische beslissingen de belangen van werkenden dienen, en niet die van het kapitaal.


Emanuela is lid van de Commissie Internationaal van de NCPN

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!