Skip navigation
Emancipatie

Intersectionaliteit of klassenstrijd?

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 1 september 2026

Foto: Alec Perkins / CC BY 2.0

Twee afleveringen van de BOOS-podcast van Tim Hofman met Bob Scholte en Sylvana Simons deden afgelopen maand de discussie oplaaien over intersectionaliteit en klassenstrijd. Drijft het verhaal van intersectionaliteit, identiteit en ‘woke’ de arbeidersklasse in de handen van extreemrechts? Of gaan intersectionaliteit en klassenstrijd juist hand in hand?

Bob Scholte, oprichter van mediaplatform Left Laser, vroeg zich in de podcast hardop af wat Black Lives Matter en organisaties zoals BIJ1 en Omroep Zwart nu eigenlijk bereikt hadden, omdat het 'intersectionele' verhaal volgens hem niet aan was geslagen bij (mensen van kleur uit) de arbeidersklasse. Om wél succes te boeken zou een meer klassegericht verhaal nodig zijn. Een week later sprak Tim Hofman hierover met BIJ1-oprichter Sylvana Simons, die zich afvroeg: kan het niet allebei? Zij vindt dat “juist als je alles aan elkaar verbindt, je het hebt over klassenstrijd.”

Dit bracht een maatschappelijk debat op gang. Daarin kwam van alles aan bod, behalve een kritische uiteenzetting over hoe intersectionele theorie zich precies verhoudt tot, of verschilt van, het marxisme. Die vraag staat in dit artikel centraal.

Klassenstrijd en emancipatie

Binnen de sociale beweging bekommeren de mensen die voor intersectionaliteit pleiten zich voor de positie en rechten van vrouwen, etnische en religieuze minderheden, mensen van kleur, lhbti-personen, mensen met een beperking en allerlei andere specifieke groepen mensen die op uiteenlopende wijzen geconfronteerd worden met vormen van discriminatie, een gebrek aan specifieke voorzieningen of algemener een achtergestelde positie in de maatschappij.

Communisten staan voor sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Dat staat voor ons buiten kijf. Wie bekend is met de geschiedenis van de communistische beweging, zal dan ook weten dat communisten strijd hebben gevoerd voor elke onderdrukte groep en tegen elke vorm van discriminatie.

Bijvoorbeeld op het vlak van vrouwenemancipatie. In Nederland heeft de Communistische Partij van Nederland (CPN) deze strijd altijd in woord en daad gesteund en zij was in de naoorlogse periode initiatiefneemster van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB). De revolutie die leidde tot het ontstaan van de Sovjet-Unie, de eerste socialistische staat, begon met de massale staking van vrouwelijke textielmedewerkers in Sint-Pietersburg. Het begin van die staking, 8 maart in onze kalender, vieren we nog altijd als Internationale Vrouwendag. De socialistische staat die uit deze revolutie voortkwam, was het eerste moderne, grote land waar vrouwen het recht kregen om te kiezen en verkozen te worden, waar abortus werd gelegaliseerd en waar talloze voorzieningen werden getroffen, zoals een publiek en universeel toegankelijk netwerk voor kinderopvang.

Een ander voorbeeld is de strijd tegen racisme en kolonialisme. Niet alleen was het marxisme de belangrijkste inspiratiebron voor een reeks antikoloniale bewegingen in Afrika en Azië in de vorige eeuw, maar steun aan de bevrijdingsbewegingen in woord en daad was één van de lidmaatschapsvoorwaarden van de in 1919 opgerichte Communistische Internationale. In Nederland was de CPN de enige partij die streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië.

Zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te noemen. Voor communisten is elke emancipatiestrijd altijd verbonden geweest aan de strijd voor de emancipatie en bevrijding van de in het kapitalisme uitgebuite en onderdrukte klassen, in de eerste plaats de arbeidersklasse, maar ook de arme boeren, beambten en kleine zelfstandigen.

Materialisme en het belang van klasse

Wat het communisme echter onderscheidt van andere emancipatiebewegingen, is dat het dankzij de grondleggers Karl Marx en Friedrich Engels stoelt op een wetenschappelijke wereldbeschouwing. Het gaat communisten niet enkel om het bestrijden van symptomen, maar om maatschappelijke problemen wetenschappelijk te verklaren en bij de wortel aan te pakken.

Een belangrijk uitgangspunt in de wetenschappelijke, marxistische benadering is het materialisme: het inzicht dat het menselijk denken wordt gevormd door de objectieve, materiële werkelijkheid. Onze ideeën staan dus niet los van de maatschappelijke omstandigheden waarin we leven.

De manier waarop in een maatschappij gedacht wordt – en algemener de politiek, het recht en de cultuur – komt niet uit de lucht vallen. Dit vormt de bovenbouw die verbonden is met een basis die in de eerste plaats wordt gevormd door de economische verhoudingen: het eigendom van de productiemiddelen en de organisatie van de arbeid. Basis en bovenbouw beïnvloeden elkaar voortdurend, maar de materiële productie en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke verhoudingen vormen de basis van de samenleving.

Ook opvattingen zoals racisme en seksisme moeten vanuit dit perspectief maatschappelijk worden begrepen. Niemand wordt geboren met racistische of seksistische opvattingen; zulke ideeën worden aangeleerd en gereproduceerd binnen een bepaalde maatschappelijke werkelijkheid. Het zijn daarom geen louter individuele verschijnselen, maar maatschappelijke verschijnselen.

Vrouwenonderdrukking en seksisme zijn bijvoorbeeld verbonden met de historische ontwikkeling van de economische verschijnselen zoals de arbeidsdeling, het private eigendom en erfenis.1 Racisme ontwikkelde zich historisch op basis van economische verschijnselen zoals slavernij, kolonialisme, concurrentie en oorlog, terwijl het in het kapitalisme dient om bevolkingsgroepen te verdelen, arbeidskrachten ongelijk te behandelen, extra uit te buiten en tegen elkaar op te zetten.2

Het materialisme is van belang om de essentie van zulke problemen te zien en niet te blijven hangen bij de oppervlakte. Bijvoorbeeld: hoewel vrouwen door mannen zijn en vaak nog worden onderdrukt, is de man an sich niet de oorzaak van die onderdrukking, maar de economische en maatschappelijke verhoudingen die ten grondslag liggen aan de reproductie van de ongelijke positie van vrouwen en seksistische opvattingen. Clara Zetkin, Alexandra Kollontai en talloze andere marxistische voorvechters van de vrouwenbeweging begrepen daarom dat de strijd van de vrouwen uit de werkende klasse zich in de eerste plaats moet richten tegen de kapitalistenklasse, die deze maatschappelijke verhoudingen in stand houdt. Dat is precies waarom de vrouwen uit de arbeidersklasse objectief gemeenschappelijke belangen hebben met de mannen – wat vanzelfsprekend niet wil zeggen dat er geen seksisme bestaat onder mannen uit de arbeidersklasse of dat je daar niets van zegt.

Hoe verhoudt deze marxistische benadering, die de klassenstrijd centraal stelt, zich tot intersectionaliteit?

Wat is ‘intersectionaliteit’ en waar komt het vandaan?

Het afgelopen decennium heeft intersectionaliteit, ook wel kruispuntdenken, rap aan populariteit gewonnen op universiteiten, bij overheidsinstellingen en in bepaalde delen van de sociale beweging. Intersectionaliteit vindt haar oorsprong in een kritiek van de Amerikaanse rechtsgeleerde Kimberlé Crenshaw. Zij stelde dat iemands positie pas echt begrepen kan worden vanuit het ‘kruispunt’ van diens identiteitskenmerken, zoals geslacht of gender, etniciteit en klasse.

De theorie van Crenshaw, die geen marxist is, wordt rond 1990 gepopulariseerd. Het was een periode van diepe crisis voor de arbeidersbeweging. Samen met de crisis van de internationale communistische beweging, verdwenen ook de klassengerichte bewegingen voor vrouwenemancipatie, antiracisme en andere emancipatievraagstukken naar de achtergrond. Vakbonden werden onder sociaaldemocratische leiding gedecimeerd, hun rol ingeperkt tot een onderhandelingspartij voor cao’s en het lidmaatschap stagneerde: de overgebleven vakbondsleden bevonden zich grotendeels in sectoren die in voorgaande decennia waren georganiseerd. Dit voedde de misvatting dat klassenstrijd beperkt zou zijn tot de strijd voor hogere lonen voor (oude, mannelijke en/of witte) arbeiders.

In die historische omstandigheden verzwakte de invloed van de marxistische benadering in allerlei emancipatiebewegingen, terwijl groepen mensen zich niet vertegenwoordigd voelden door de polderende arbeidsbeweging. In die context omarmden sommige emancipatiebewegingen de intersectionele benadering.

Intersectionaliteit en klasse

In abstracto lijkt die benadering van intersectionaliteit onschuldig en bijna vanzelfsprekend. Maar er zit een addertje onder het gras. Intersectionaliteit onderscheidt zich niet van het marxisme omdat het erkent dat verschillende identiteitskenmerken samengenomen moeten worden om iemands positie en ervaring te begrijpen en dat die verschillende strijdterreinen aan elkaar verbonden zijn. We hebben immers gezien dat communisten altijd al erkenden en voorop stonden in die verschillende strijdterreinen. De ‘vernieuwing’ die het intersectionalisme aanbrengt is dat klasse slechts één van die identiteitskenmerken zou zijn. Verschillende vormen van onderdrukking komen toevalligerwijs samen op een 'kruispunt', waar klasse geen bijzondere rol in speelt.

Waar klasse wordt gereduceerd tot één identiteitscategorie naast vele andere, verdwijnt ook het materialistische inzicht dat de verhouding tussen arbeid en kapitaal de fundamentele tegenstelling van de kapitalistische maatschappij vormt. In wezen ontkent deze benadering dan ook het materialisme. Het ontkent dat de economische basis en klasse fundamentele kwesties zijn, die ten grondslag liggen aan alle andere maatschappelijke verhoudingen.

Vanuit deze benadering kan niet langer wetenschappelijk de dialectische samenhang tussen verschillende maatschappelijke kwesties goed worden doorgronden. Het kapitalisme verschijnt als slechts een deelvraagstuk naast andere maatschappelijke problemen (die worden geïnterpreteerd als ‘kolonialisme’, ‘patriarchaat’, ‘klimaatcrisis’ en noem maar op), terwijl het kapitalisme juist de grondslag is.

Intersectionaliteit is dan ook vaak verbonden aan postmoderne benaderingen, die niet het materialisme maar het idealisme als uitgangspunt nemen. Het postmodernisme verheft de individuele ervaring tot het absolute criterium van de waarheid. Als een specifieke vorm van onderdrukking niet ervaren wordt, dan wordt dit al gauw als een ‘privilege’ gezien – alsof het een voorrecht zou zijn om niet gediscrimineerd te worden. Niet langer wordt de kapitalistenklasse als het probleem gezien, maar de bevoorrechte man, witte persoon etc. In enkele extreme gevallen hebben we zelfs gezien dat dit binnen sociale bewegingen kan leiden tot een giftige en onveilige sfeer – ondanks dat we niet ontkennen dat een voor iedereen veilige omgeving creëren (‘inclusiviteit’) vaak juist het streven is.

Doordat het belang van het klassevraagstuk wordt gereduceerd, werkt intersectionalisme reformisme in de hand. Ondanks allerlei radicale terminologie (waaronder ‘antikapitalisme’), zien we in intersectionele kringen geen sterk perspectief op de omverwerping van de kapitalistische macht en de opbouw van een socialistische maatschappij.

Capitulatie of strijd

Het is de arbeidersklasse die produceert. Inherent aan de klassenmaatschappij is dat de uitbuitende klasse slechts een minderheid is, die haar macht ontleent aan het toe-eigenen van een gedeelte van de productie van de werkende bevolking. Juist deze afhankelijkheid geeft de arbeidersklasse onder het kapitalisme het vermogen om door te staken haar wil op te leggen, en zelfs om de productie op een radicaal andere manier te organiseren, zonder tussenkomst van een uitbuitende klasse. Met andere woorden: de werkende klasse heeft het unieke vermogen om de economische basis voor onderdrukking op te heffen, door te bouwen aan het socialisme-communisme. Dat inzicht in de rol van de arbeidersklasse is van belang voor een revolutionair perspectief.

Wie slechts specifieke vormen van onderdrukking en ongelijkheid probeert aan te kaarten zónder klassenstrijd te voeren, ontbreekt dus het vermogen om de onderliggende oorzaak van onderdrukking - het kapitalisme - omver te werpen. Je kan dan hoogstens pleiten voor een gelijke behandeling binnen het kapitalisme, wat voor de burgerij bijvoorbeeld ‘meer vrouwen aan de top’ betekent en voor arbeiders dat mannen en vrouwen evenveel uitgebuit worden. Dat kunnen voor individuele personen wezenlijke veranderingen zijn, maar zolang de machtsverhouding arbeid-kapitaal niet wordt aantast, heeft de kapitalistische klasse nog evenveel macht als voorheen en kan zij deze veranderingen terugdraaien wanneer het haar uitkomt. Daarnaast blijft de kapitalistische economie, die gebaseerd is op winstbejag en concurrentie, een vruchtbare basis voor de reproductie van allerlei reactionaire opvattingen en discriminatie.

Na de contrarevoluties en de teruggang van de arbeidersbeweging aan het einde van de vorige eeuw, verklaarden burgerlijke ideologen "het einde van de geschiedenis": het kapitalisme, of wat zij beschreven als 'democratie', zou onverslaanbaar zijn. In deze zin is intersectionaliteit in essentie een capitulatie: het accepteert dat de arbeidersklasse haar revolutionaire rol niet langer zou kunnen vervullen, en beperkt zich tot het bestrijden van ongelijke behandeling en culturele uitingsvormen binnen dat systeem.

Als communisten gaan we daar niet in mee. We erkennen dat de arbeidersklasse het revolutionair subject is: dat is de maatschappelijke kracht die de objectieve positie heeft binnen de maatschappelijke verhoudingen om een revolutionaire omwenteling van de maatschappij tot stand te brengen. In die strijd voor een betere maatschappij, staan we op tegen elk onrecht, tegen elke vorm van discriminatie, voor gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid, voor een socialistische maatschappij “waarin de vrije ontwikkeling van eenieder de voorwaarde is voor de vrije ontwikkeling van allen.”

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!