Terwijl het kabinet haast maakt met het verder militariseren van de Nederlandse samenleving, wordt de rekening opnieuw doorgeschoven naar de werkende mensen. De FNV slaat alarm over plannen om militair vervoer ook buiten noodsituaties voorrang te geven op het spoor. Die werkzaamheden dienen dan nota bene te worden uitgevoerd door gewone, civiele spoorbedrijven en hun personeel.
Machinisten, conducteurs, verkeersleiders en planners zijn geen soldaten. Toch dreigen zij feitelijk te worden ingelijfd bij het militaire apparaat. “Het kan niet zo zijn dat zij opeens onderdeel worden van militaire logistiek, zonder bescherming, keuzevrijheid en duidelijke regels”, stelt FNV Spoor terecht. Waar zit dan precies het probleem? Militaire transporten brengen namelijk extra veiligheidsrisico’s met zich mee, waarvoor spoorwerkers niet voor zijn opgeleid, niet op voorbereid zijn en bovenal niet hebben gekozen om opeens voor ‘Defensie’ te worden ingezet. In een brief aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat hekelt de vakbond dan ook de onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor wat: “De veiligheid van werknemers moet altijd voorop staan.” Bovendien moeten cao-afspraken worden gewaarborgd en moet personeel ook het meewerken aan militaire transporten kunnen weigeren, zonder dat dit gevolgen heeft voor hun baan. Het fabeltje over ‘landsbelang’ wordt maar al te vaak misbruikt voor verdere afbraak van arbeidersrechten. Het voorstel van het kabinet past in een bekend patroon: de lokroep van winsten voor de wapenindustrie en het leger worden boven die van arbeidsveiligheid gesteld. Hoewel de vakbond een stevigere positie zou mogen innemen tegen de vergaande militarisering van de maatschappij – zij eisen namelijk ‘geen blokkade’ van militair vervoer – moet spoorpersoneel en de rest van de arbeidersklasse hier een duidelijk lijn trekken: wij werken niet mee aan verdere oorlogshitserij en winsten voor wapenfabrikanten.
Waar het kabinet spoorwerkers richting militaire dienst duwt, laat het kapitaal zien hoe het organiserende werkers aanpakt: met ontslag. Maandag 19 januari trok de FNV naar de Amsterdamse Zuidas. Niet naar een distributiecentrum maar naar de marmeren torens van Amundi en Goldman Sachs; twee grote aandeelhouders van Albert Heijn, en daarmee medeverantwoordelijk voor het ontslag van Pawel Rudzki. Hij werkte ruim acht jaar in het distributiecentrum in Pijnacker en werd ontslagen nadat hij een leidende rol speelde in de staking voor gelijke rechten voor uitzendkrachten. Volgens FNV Flex een bewuste poging om medewerkers af te schrikken: wie zijn vakbondsrechten gebruikt loopt het risico zijn baan te verliezen bij Albert Heijn. De keuze om op de Zuidas te demonstreren was bewust: daar zetelen aandeelhouders die profiteren van flexarbeid, maar de sociale gevolgen afwentelen op de werkvloer. Met de actie en de campagne #Justice4Pawel eist de FNV herstel van het onrecht: Rudzki terug aan het werk en een einde aan het intimideren van uitzendkrachten.
En terwijl we vorig editie nog rapporteerden over frustratie onder tuinzaadwerkers over het teleurstellende loonbod, is het personeel inmiddels toe aan actie na het uitblijven van een redelijke cao. Het eindbod doet namelijk geen recht doet aan hun werk of hun koopkracht, ondanks de positieve financiële resultaten voor tuinzaadbedrijven de laatste jaren. De vakbonden starten een petitie voor 6 procent loonsverhoging, automatische prijscompensatie en fatsoenlijke afspraken over duurzame inzetbaarheid, waaronder de 80-90-100-regeling en een RVU. De kern van het conflict zit dieper dan loon alleen. Werkgevers proberen de sector-cao verder uit te hollen door afspraken te verschuiven naar bedrijfsniveau. Onder het mom van een ‘raam-cao’ wilden zij collectieve rechten vervangen door versnipperd overleg per bedrijf. Dat leidt tot ongelijkheid, onzekerheid en concurrentie tussen medewerkers – en dat is alleen maar in het voordeel van de bazen.
Een andere sector die hard strijd voor een terechte cao zijn de jeugdzorgwerkers. Vanaf 3 februari starten 38.000 jeugdzorgmedewerkers uit het hele land stiptheidsacties omdat het cao-eindbod onvoldoende is. “Werkgeversorganisatie Jeugdzorg Nederland laat haar medewerkers op zo’n ongelooflijk botte manier in de steek”, stelt de FNV. “We hebben echt alles geprobeerd, maar als je zo’n houding aanneemt dan vraag je om boze medewerkers en dus acties.” De vakbonden maken duidelijk dat zij niet vragen om cosmetische aanpassingen, maar om een volwaardige cao. Werkdruk, veiligheid en behoud van personeel – precies de punten waarop de jeugdzorg al jaren kraakt – blijven buiten beeld. Daarmee laten de bazen hun medewerkers, en indirect ook de jongeren die zij moeten beschermen, in de steek. Begin februari vinden 14 acties plaats: werknemers gaan zich precies houden aan hun taakomschrijving en wat ze moeten doen. Ze zetten dus geen stap extra. Volgens de vakbonden gaat dat ook een van de grote problemen in de jeugdzorg blootleggen. Zoals de hoge werkdruk en jeugdzorgmedewerkers die alle gaten al jarenlang dichtlopen, wat alleen maar het falen van dit systeem benadrukt; zowel voor arbeiders als de arbeidersjeugd.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!