Skip navigation
Pensioenen

Stuitende parlementaire behandeling nieuwe Pensioenwet

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van donderdag 24 november 2022

Woensdag 2 november is de Tweede Kamer gestart met de plenaire behandeling van het Wetsontwerp Toekomst Pensioenen (WTP). Op 10 november heeft de minister geantwoord en op 15 november heeft de Kamer op voorstel van de oppositie beslist het wetsontwerp ook artikelsgewijs te behandelen. Onduidelijk is hoe dit wordt georganiseerd, welke consequenties hieruit voortkomende wijzigingen hebben, en wanneer over de WTP zal worden gestemd.

Het voorstel van de oppositie is begrijpelijk. Het betreft immers de grootste operatie in sociale wetgeving sinds de Tweede Wereldoorlog. Het wetsontwerp raakt 10 miljoen gepensioneerden en werknemers die pensioen opbouwen. Het opgebouwde pensioenvermogen dat moet worden verdeeld bedraagt zelfs twee keer het Bruto Nationaal Product van Nederland.

Ongekende maatschappelijke impact

De wet raakt het huidig en toekomstig inkomen van zij die door te werken in hun levensonderhoud voorzien. Maar ook zij die hun baan kwijtraakten en als zzp-er weer aan de slag konden zonder pensioen op te bouwen. Want voor hen is er niets geregeld in de wet. Voor de 1 miljoen (flex-) werkers die niet onmiddellijk of helemaal geen pensioen opbouwen is een vage toezegging gedaan om deze groep te halveren.

Maar het voorgestelde pensioenstelsel gaat niet alleen om het huidige en toekomstige inkomen van miljoenen mensen. Het gaat ook om of ze op tijd en met een goede gezondheid kunnen stoppen met werken. En of de deelnemers invloed hebben op het beheer van hun gespaarde uitgestelde loon, en daarmee ook hoeveel invloed zij hebben op de Nederlandse economie. Wordt het gespaarde loon belegd in durfkapitaal of in voorzieningen voor maatschappelijke behoeften zoals woningbouw, energietransitie, duurzame landbouw, enz.? Wordt het gespaarde loon gebruikt voor opbouw van vermogen in de fondsen of wordt het uitgekeerd aan de gepensioneerden om prijsstijgingen te kunnen betalen en daarmee in de reële economie gestopt?

Regeringspartijen doof voor fundamentele kritiek

Gezien dit enorme maatschappelijke belang is het schokkend om te zien dat in het plenaire Kamerdebat over deze ‘mega-operatie’ alleen de woordvoerders pensioenen van de verschillende partijen aanwezig waren. Geen volksvertegenwoordigers van de grote partijen die verantwoordelijk zijn voor de beleidsvelden sociale zaken, volkshuisvesting, arbeidsmarkt, volksgezondheid, rechtszekerheid, financieel beleid, enz. Onderwerpen die allemaal geraakt zullen worden door de invoering van het nieuwe pensioenstelsel. Op 2 en 10 november voerden 17 Kamerleden het woord voor een praktisch lege zaal. Hoewel straks tijdens de stemming over de wet de zaal vol zal zitten met de 150 volksvertegenwoordigers, zullen deze allemaal naar hun woordvoerders kijken wanneer ze moeten stemmen.

Nog stuitender is dat de sprekers van de coalitiepartijen opnieuw alle propagandapraatjes voor de wet opdreunden. Op geen enkele wijze gingen ze in op de fundamentele kritiek op het wetsontwerp die uit de samenleving klinkt: alle organisaties van ouderen hebben zich tegen de wet uitgesproken omdat deze niet waarmaakt wat in het pensioenakkoord van 2019 werd voorgespiegeld. Opnieuw hebben 40 prominenten uit de politiek, de financiële wereld en de wetenschap een vernietigend oordeel uitgesproken over de wet en dit per brief aan de twee Kamervoorzitters laten weten. Er kwam geen reactie op de waarschuwing van de Raad voor de Rechtspraak, die stelde dat het rechtsstelsel ontwricht dreigt te worden door de vele rechtszaken die de overgang van het huidige naar het nieuwe pensioenstelsel zal veroorzaken. Het gaat nu niet om enkele tienduizenden gevallen (zoals bij de toeslagen-affaire) maar om miljoenen mensen die betwijfelen of hun opgebouwde pensioenrechten correct zijn omgezet naar het nieuwe stelsel. De minister heeft hierop enkele miljoenen vrijgemaakt voor extra personeel bij de gerechtshoven die nu al met personeelstekort kampen, zonder zich daarbij te vergewissen of dit personeel ook te vinden is. En de regeringspartijen gaven geen serieuze reactie op de vrees van het College van Rechten van de Mens dat de wet leeftijds- en seksediscriminatie bevordert.

Belangen bij een nieuw pensioenstelsel

Overduidelijk blijkt dat de pensioenrechten van miljoenen Nederlanders - die als arbeidsvoorwaarde nog steeds een zaak zijn voor van werknemers en werkgevers - zijn vastgetimmerd in het regeerakkoord Rutte IV. Ruimte voor gefundeerde kritiek uit de samenleving en voortschrijdend inzicht op de overdracht van deze rechten naar een nieuw stelsel is er niet. Waarom legaliseert deze wet de onteigening van opgebouwde rechten? Wie heeft daar belang bij?

Op de eerste plaats is dit gunstig voor de werkgevers. Zij krijgen een vaste premie, waarbij alleen aan de cao-tafel wordt onderhandeld over het werkgevers- en werknemersdeel. Zij hoeven niet te vrezen voor hogere premies, zoals in het huidige stelsel vanuit de ambitie om 70% eindloon of 80% middelloon als pensioen uit te keren wel het geval is. Ook de dreiging om vanuit diezelfde ambitie te moeten bijstorten in het fonds is van de baan. Op de tweede plaats profiteert de pensioenindustrie: de pensioenbeheerders, beleggingsadviseurs, en derivaten handelaars kunnen door het wetsontwerp rentedaling afdekken. Ook de Nederlandsche bank, de waakhond van het kapitaal in Nederland en toezichthouder op pensioenfondsen profiteert mee. Ten derde zien verzekeraars kans hun aandeel op de pensioenmarkt te vergroten. Nationale Nederlanden en Achmea berichtten aandeelhouders zelfs dat hun marktaandeel zal verdubbelen.

Bevestiging van de onthutsende politieke verhoudingen

Met dit wetsontwerp en de besluitvorming erover worden de parlementaire politieke verhoudingen van Nederland wederom bevestigd: de kabinetten Rutte dienen ondubbelzinnig de belangen van het kapitaal ten koste van de bevolking, die afhankelijk is van werken. In de praktijk van de parlementaire democratie blijkt het slechts te gaan om macht teneinde de belangen van het kapitaal door te drukken. Niet om de belangen van de bevolking te dienen op basis van argumenten. PvdA en Groenlinks zijn zich totaal niet bewust dat met het nieuwe pensioenstelsel het laatste bolwerk van de naoorlogse sociale en collectieve verzorgingsstaat wordt gesloopt. Zij lijken zich tevreden te stellen met een paar kluiven en helpen daarmee het kabinet aan een meerderheid.

Eén van die kluiven is de boterzachte ‘belofte’ van werkgevers- en werknemersorganisaties om in vijf jaar het aantal werkenden dat geen pensioen opbouwt te halveren. Hiermee wordt voldaan aan de eis van de PvdA en Groenlinks om de ‘witte vlekken’ in het pensioenstelsel te verminderen. Een duidelijk bewijs van het handje-klap tussen vakbeweging en sociaal democratie in achterkamertjes. Zij verkiezen een kruimel boven het het informeren van hun achterban en de bevolking over de schadelijke gevolgen van deze wet en hen op te roepen massaal op te treden tegen het voorstel.

Instrumenten van de arbeidersklasse

De SP neemt wel een juist standpunt in. Zij wijst in het parlement en in pamfletten op het grote belang voor de arbeidersklasse van handhaving en verbetering van het collectieve en solidaire pensioenstelsel. Maar door sektarisme streeft zij er niet naar de maatschappelijke krachten die het gevaar van deze wet zien te verenigen om zo een eensgezind front te vormen.

En de top van de vakbeweging, een belangrijk instrument voor de belangen van de werkende bevolking te behartigen, is blind en doof voor alle argumenten en bewijzen uit de samenleving dat de wet op geen enkele wijze voldoet aan de eisen waarvoor in 2018 en 2019 actie werd gevoerd. Het bestuur durft het niet aan om het nieuwe stelsel aan de leden voor te leggen, zoals met een onderhandelingsresultaat van een cao gebruikelijk is. Als de leden zich daartegen uitspreken wordt er immers overgegaan tot mobilisatie. Dit terwijl het wetsvoorstel de belangen van honderdduizenden leden betreft. Integendeel, bij de presentatie van de WTP in maart hield de FNV voorzitter glashard vol dat “iedereen erop vooruit zou gaan.”

Een sterke communistische partij nodig

Bovenstaande schets van de teloorgang van de parlementaire democratie laat zien dat de de belangen van de werkende bevolking ondergeschikt worden gemaakt aan die van het kapitaal, en toont de enorme trukendoos die nodig is om dat te bewerkstelligen. Het toont de dringende noodzaak aan van een sterke communistische partij die in staat is de belangen van de werkende bevolking te erkennen in de dynamiek van het kapitalisme in crisis. Een partij die de bevolking informeert en mobiliseert om voor haar belangen op te komen. Een partij die de politieke machinaties in, bijvoorbeeld, de inhoud en totstandkoming van deze pensioenwet uitlegt en de manipulaties om de wet door te drukken onthult. Een partij die initiatief neemt vanuit de werkende bevolking, wiens belangen worden geraakt. Daarmee kan de partij richting geven aan de vakbeweging, wat helaas maar al te vaak nodig is.

Dat de opbouw van een dergelijke partij gevreesd wordt blijkt wel uit het toenemende anticommunisme dat wordt verspreid door de media. In Manifest hebben we kunnen lezen hoe dat heeft geleid tot vervolging en veroordelingen in vele Europese landen. Het is daarom bijzonder heuglijk nieuws dat de Nieuwe Communistische Partij Nederland haar 30-jarig bestaan heeft gevierd met vele nieuwe en jonge kameraden, waarvan in deze krant ook een verslag is te lezen.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die tien keer per jaar verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!