In de tijd van de Eerste Internationale, zag Marx vakbonden als leermeesters van de klassenstrijd. Tegelijkertijd wisten hij en Engels dat vakbonden onder het kapitalisme een machtsfactor waren die door kapitalisten konden worden beïnvloed. Dan zouden de bonden niet alleen oog hebben voor de belangen van de werkende massa. Het is daarom de taak van betrokken vakbondsleden, zoals communisten, om de belangen van de arbeidersklasse luid en duidelijk naar voren te brengen binnen elke vorm van arbeidersorganisatie.
Ook in Nederland komt het geregeld voor dat binnen de vakbond klassenbewuste stellingnames ingaan tegen een reformistische koers van de vakbondsleiding. Bijvoorbeeld tijdens de recente bestuurscrisis in de FNV. Deze legt een aantal structurele problemen bloot, die voor kritische leden al veel langer duidelijk zijn. De redactie van Manifest ging in gesprek met één van die leden, Jan Ilsink, NCPN’er en doorgewinterd kaderlid. We spraken over de nijpende behoefte aan transparantie, zeggenschap van leden en vakbondsdemocratie binnen de FNV. Ilsink richtte samen met een aantal vakbondsgenoten het Kaderberaad op; een platform om de ervaringen van de meest betrokken (kader)leden binnen de vakbond te bundelen. Zo wil het beraad het gebrek aan vakbondsdemocratie in de organisatie van de FNV sinds de fusie in 2014 en de ‘capitulatiekoers’ die de vakbondsleiding vaart in de strijd met de bazen en de afbraakpolitiek van achtereenvolgende kabinetten aan de kaak stellen.
Wat is de geschiedenis van het Kaderberaad?
In 2015 organiseerde de FNV samen met politieke partijen en andere vakbonden een grote campagne genaamd ‘Red de Zorg’. Dit was een landelijke actie tegen bezuinigingen die inmiddels helaas werkelijkheid zijn geworden. De petitie uit die tijd leest als een déjà vu, met aandacht voor problemen rondom het tekort aan personeel, toenemende bureaucratie, slechte salariëring en het buitensporige beroep op vrijwilligers. Het was een succesvolle campagne waarbij lokale comités meer dan een miljoen handtekeningen inzamelden voor een petitie met duidelijke eisen. De FNV had met deze campagne goud in handen om verbetering van het levenspeil van de arbeidersklasse af te dwingen.
Een akkoord rondom de bezuinigingen kwam plots uit de lucht vallen, met handtekeningen van de vakbondsleiding en PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn. In het akkoord was enkel bedongen dat enkele bezuinigingen werden uitgesteld en dat enkel de arbeidsvoorwaarden voor de thuiszorg iets werden verbeterd. Dit terwijl de eisen van de petitie gericht waren op de volledige zorgsector, waaronder de inzet van minder ziekenhuispersoneel en betere arbeidsvoorwaarden in de ouderenzorg. Uit het niets, zo leek het, besloot de FNV de strijdbijl te begraven, zonder het akkoord aan de actievoerders voor te leggen. Volgens de vakbondsleiding was het doel bereikt.
De initiatiefnemers van de comités keken met verbazing naar de overwinningsverklaringen in de pers. De FNV had goud in handen met brede massasteun om een vuist te maken tegen de plannen. Maar voordat de echte strijd tegen de bezuinigingen kon beginnen, werd iedereen naar huis gestuurd. Toen het nieuws de kaderleden had bereikt zochten die naar manieren om in contact te blijven en de strijd voort te zetten in ‘Strijd voor Zorg’. Maar op beperkte schaal, zonder reis- en vergaderfaciliteiten van de FNV en zonder contactgegevens van de vele actievoerders.
Hoe kreeg het Beraad vorm na de acties over het pensioenstelsel?
Drie jaar later doemde een vergelijkbaar scenario op met de hervorming van het pensioenstelsel. De FNV-leiding en het FNV-pensioenteam namen deel aan besprekingen over hervorming van het pensioenstelsel. Kaderleden werden in bijeenkomsten op de hoogte gehouden van keuzes die moesten worden gemaakt. Op die bijeenkomsten vroegen kaderleden waarom het stelsel gewijzigd moest worden. Of enkele aanpassingen niet voldoende waren? In de media werd immers voortdurend gemeld dat Nederland één van de beste pensioenstelsels ter wereld had. Deze vraag werd nooit beantwoord. Daarom besloten die kaderleden bij elkaar te komen en een open brief aan toenmalig voorzitter Han Busker te sturen met deze vraag, die uitgebreid onderbouwd werd. Toen daar ook geen antwoord op kwam werd het Actiecomité Red het Pensioenstelsel gevormd. En met de lessen van ‘Red de Zorg’ in het achterhoofd werden onmiddellijk contactgegevens van oude en nieuwe bondgenoten verzameld en een organisatiestructuur opgebouwd.
Want het comité was vastberaden om deze keer niet met lege handen achter te blijven als na de opbouw van massale steun de FNV-leiding opnieuw zou melden dat er een akkoord bereikt was zonder dat aan de actievoerders voor te leggen. Net als in de zorg, gaat het pensioenstelsel iedereen aan en was het potentieel van een massa-actie onmisbaar. De strategie van het actiecomité was om zich bij elke pensioenbijeenkomst van de FNV te laten horen.
Terwijl de lobby om het stelsel te veranderen op volle toeren draaide, bleef het actiecomité kritische vragen stellen en pamfletten produceren. Daardoor stonden veel kaderleden lijnrecht tegenover ‘sociale partners’, de directies van werkgevers- en werknemersorganisaties en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Maar toen de PvdA in 2017 ineens verdween uit kabinet Rutte III, begon ook de leiding van de FNV het nut in te zien van een strijdbaar actiecomité. FNV lanceerde in 2018 een offensief tegen het kabinetsbeleid in een bijeenkomst in Tivoli. Onder de naam ‘Stop de race naar beneden’ leek het alsof het actiecomité eindelijk een vaste plek zou krijgen binnen de structuur van de vakbond. Zo werd het landelijk overlegorgaan van het Actiecomité door de top van de FNV geïnformeerd over de meest recente ontwikkelingen rondom de pensioenonderhandelingen.
Er werd een campagne opgetuigd met duidelijke eisen: bevriezen van de AOW-leeftijd, indexatie van pensioen voor elke generatie, elke werkende toegang tot een pensioenfonds en voor zwaar werk eerder met pensioen. Voor deze eisen werd op 18 maart 2019 massaal (80.000 deelnemers) in verschillende steden actie gevoerd. Helaas werd een centrale bijeenkomst die avond in Utrecht afgeblazen door een aanslag op een tram eerder die dag.
De acties trokken veel media-aandacht. In mei waren grote manifestaties en staakte het openbaar vervoer. Toch werd in juni een akkoord gesloten. Dat akkoord bleek de verhoging van de pensioenleeftijd niet tegen te houden, maar twee jaar uit te stellen en daarna met twee derde te vertragen op basis van de levensverwachting. Dit akkoord werd wederom niet aan de actievoerders voorgelegd maar digitaal aan alle leden. Die stemden met 70 procent voor maar realiseerden zich kennelijk niet dat in het akkoord over alle andere eisen (indexatie, toegang tot het stelsel en eerder stoppen met zwaar werk) niets in het akkoord stond. De 30 procent tegenstemmers waren waarschijnlijk de leden die bij de acties betrokken waren geweest.
Een jaar lang werd het Actiecomité nog betrokken bij de uitwerking van het pensioenakkoord. Maar de eisen waarmee was actiegevoerd werden niet gerealiseerd. Opnieuw werd het goud dat de FNV in handen had met de massale steun voor de pensioeneisen door de leiding genegeerd. Vlot daarop werd de campagne gestaakt en de stekker wederom uitgetrokken en vielen alle middelen voor acties weer weg. FNV-voorzitter Tuur Elzinga stelde: “Je denkt toch niet dat ik mijn eigen oppositie ga faciliteren?” De FNV hing de vlag uit en liet de comités weten dat hun werk erop zat. Het Actiecomité Red het Pensioenstelsel zette echter haar werk voort en volgde op haar website de ontwikkelingen in de wijzigingen van het stelsel en bracht nieuwsbrief na nieuwsbrief uit.
Toen de wet uiteindelijk in 2023 werd gepresenteerd riep Elzinga trots dat ‘iedereen erop vooruit gaat’. De kaderleden stonden versteld, en niet voor de eerste maal. Want vele deskundigen voorspelden dat de wet door complexiteit onuitvoerbaar zou zijn. Het comité bleef de uitvoering van de wet daarom kritisch volgen.
Inderdaad blijkt de Wet Toekomst Pensioenen (WTP), waarin de collectieve pensioenpotten moeten worden verdeeld over alle individuele deelnemers, vrijwel onuitvoerbaar: miljoenen opgebouwde pensioenen (veel werknemers hebben in hun werkzame leven pensioen opgebouwd bij verschillende fondsen) moeten worden omgezet naar individuele pensioencontracten. De ontwikkeling van digitale programma’s hiervoor heeft al miljoenen gekost. En opgebouwd pensioen, in essentie uitgesteld loon, is eigendom. Dus de ‘transitie’, de omzetting van dit eigendom vereist instemming van de miljoenen eigenaren. De WTP sluit dit echter uit. Waarom in de Tweede Kamer een amendement is ingediend om per pensioenfonds dit wel mogelijk te maken of om een referendum te houden over de transitie, het ‘invaren’ in het nieuwe stelsel (minimaal 30 procent opkomst, meerderheid van 50 procent plus één) laat zich raden. Sociale Partners, dus ook de FNV, hebben al laten weten faliekant tegen dit amendement te zijn.
Deze vasthoudendheid van de FNV-leiding, en het delen van onvolledige of verdraaide informatie naar de leden over de gevolgen van de wet voor hun pensioen, hebben leden van het Actiecomité doen besluiten een Kaderberaad op te richten uit de achterban van het Actiecomité.
Wat doet het FNV Kaderberaad dan?
Het Kaderberaad moet een zelfstandig vakbondsplatform vormen dat het beleid van de FNV volgt en zich kan uitspreken over (verkeerde) beslissingen van het vakbondsbestuur, daar moet haar kracht liggen. Zo’n 20.000 mensen ontvangen regelmatig updates via de nieuwsbrieven. Het Kaderberaad zelf bestaat tot nu toe uit meer dan honderd leden vanuit alle provincies en sectoren. Daarom roep ik ook meer mensen op om aan te sluiten. De zorgen van veel vakbondsleden zijn groot en terecht. Met organische overlegorganen zoals het Kaderberaad is het mogelijk om deze zorgen effectief te presenteren aan de vakbondsleiding.
De opbouw van het Kaderberaad werd echter ingehaald door de bestuurscrisis binnen de FNV. Een crisis die begon met een misverstand over een gedragscode die de directeur van de werkorganisatie had laten opstellen. Waarvan het Ledenparlement (het hoogste orgaan van de Vereniging FNV: de leden) dacht dat die ook voor hen gold. De cao-coördinator in het FNV bestuur bracht vervolgens naar buiten dat hij werd gedwarsboomd in zijn kandidaatstelling voor het voorzitterschap van FNV. Even later bleek dat de Algemeen Secretaris van de FNV een onderzoek had laten instellen naar klachten van kaderleden over medewerkers van de werkorganisatie, zonder die medewerkers daarvan in kennis te stellen. Alle reden voor FNV-medewerkers om vast te stellen dat er sprake was van een bestuurlijke chaos die voor hen geen veilige werkomgeving bood. Daarom eisten zij het aftreden van het FNV bestuur. Inmiddels is er een bondgenootschap ontstaan tussen het personeel (de vakbond van FNV-personeel) en de sectorraden en sectorbesturen, waar ook het Kaderberaad zich bij heeft aangesloten, om een uitweg te zoeken uit de crisis.
De crisis legt het disfunctioneren van de FNV sinds de fusie in 2015 bloot: gebrek aan vakbondsdemocratie (geen brede discussie over vakbondsbeleid maar digitale verkiezing van besturen), miscommunicatie (door verkokerde bureaucratische organisatie) en een onbestuurbare organisatie (geen getrapte verkiezingen maar door bestuursorganen elk van een kiezersmandaat te voorzien). Het zal de opgave van het bondgenootschap zijn om die krachten in de FNV te bundelen die het doel van een strijdbare, democratische en sociaal veilige FNV ondersteunen. Uit de aanleidingen van deze conflicten blijken breuklijnen dwars door de vereniging en de werkorganisatie te lopen. Om een strijdbare, democratische en sociaal veilige FNV te bereiken, zullen dus niet alleen organisatorische maar ook inhoudelijke doelen moeten worden bepaald.
Waarom zou een kaderlid zich aan moeten sluiten bij het Kaderberaad?
Het Kaderberaad constateert in veel stukken dat de FNV het contact met de werkende bevolking verloren is. Dat zou het Kaderberaad willen herstellen. Je ziet aan het ledenverloop dat er iets fundamenteels mis gaat. Tijdens de oorspronkelijke pensioenacties van 2015 had de FNV nog 1,2 miljoen leden. Nu zijn het er 700.000. Dat komt deels door verloop, maar het is een onmiskenbaar signaal. Vroeger werd men vanzelfsprekend lid van de vakbond. Kaderleden van de FNV kwamen zelfs naar lessen staatsinrichting op scholen om het belang van arbeidersmacht duidelijk te maken. Mensen werden zo al heel vroeg bekend met de vakbond. Nu wordt jongeren aangeleerd dat je een sukkel bent als je bij de vakbond gaat, omdat je dan niet voor jezelf zou kunnen zorgen. De verheerlijking van individualistische zelfredzaamheid zien we in de praktijk terug door de groei van gele bonden. De FNV zou hier actief in moeten optreden. Dat gebeurt wel, maar zou actief onder de werkende bevolking moeten worden aangepakt. Die ANWB-mentaliteit van ‘de leden komen op de voorzieningen af’, die moet weg. De potentiële leden moeten beseffen dat ze een baan hebben omdat de baas aan hen verdiend (uiteindelijk). En dat ze zich alleen collectief daartegen kunnen beschermen en beter arbeidsvoorwaarden afdwingen. Het Kaderberaad wil deze opvattingen terugbrengen binnen de FNV.
Hoe kijkt het Kaderberaad aan tegen de verkiezingen in de FNV?
Deze crisis heeft een diepe oorzaak die voortkomt uit de structuur die bedacht is na de fusie in 2014. Eigenlijk moet de vakbond een eensgezinde en slagvaardige organisatie zijn, vergelijkbaar met een willekeurige voetbalvereniging, en ook onze communistische partij: je houdt ledenvergaderingen om voorstellen of uitvoering van het beleid te bespreken. Eens in de zoveel jaar organiseer je een congres, waarvoor de afgevaardigden door de ledenvergadering worden gekozen. Het congres kiest het bestuur, enz. De huidige structuur van de FNV verlamt de eenheid binnen de vakbond. Omdat leden digitaal op elke organisatie-eenheid twee kapiteins kiezen. De vakbondsleiding heeft tegelijkertijd een middel om de eenheid te breken bij het maken van lastige beslissingen, want dan moeten de statuten eraan te pas komen. De bestaande structuur vormt een extra obstakel in de vele uitdagingen van de vakbond. Het Kaderberaad is zich hiervan bewust en zal de deelnemende kaderleden ondersteunen bij de opbouw van een vakbond die de belangen van werkers als leidraad hanteert.
Hoe kan de FNV volgens het Kaderberaad het ledenparlement hervormen?
Het Ledenparlement is een vloek in een vakbeweging. In een parlement wordt niet inhoudelijk gediscussieerd maar over partijstandpunten gedebatteerd. Meerderheden worden met ‘koppen tellen’ gevonden en niet met inhoudelijke overtuiging zoals in een vakbond noodzakelijk is. Als het Ledenparlement na de crisis nog bestaat, is het beste besluit dat het kan nemen de voorbereiding van een congres waarop een nieuwe organisatiestructuur wordt besproken en vastgesteld. Deze manier van besluitvorming staat in contrast met een Ledenparlement vol mensen die om de vier jaar een tegenstrijdige boodschap inbrengen. Het Kaderberaad kan zonder organisatorische hordes blijven bestaan ter bescherming en ondersteuning van een democratische, strijdvaardige en veilige FNV.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!