Op 18 maart 1871 kwamen de arbeiders van Parijs in opstand en hesen zij de rode vlag boven het gemeentehuis. De Commune van Parijs hield 72 dagen stand. Voor het eerst in de geschiedenis vestigden arbeiders hun eigen macht en werden radicale veranderingen doorgevoerd. De Commune eindigde op 28 mei 1871, toen tienduizenden Parijse arbeiders werden afgeslacht. Wat bracht de Parijse arbeiders ertoe de wapens te pakken en barricades op te werpen in de nauwe straten van de Franse hoofdstad? Wat wilde de Commune van Parijs bereiken? Wat verklaart de wrede ondergang van de Commune? En wat kunnen we 155 jaar later leren van deze strijd?
De opkomst van het kapitalisme in Frankrijk
Toen de Parijse Commune plaatsvond in 1871, was Parijs al bijna een eeuw het toneel van hevige klassenstrijd, grootse veranderingen en opstanden. De sociale ondergrond van deze ontwikkelingen was een revolutionaire verandering die de maatschappij onderging. Het was namelijk de periode waarin de definitieve omverwerping van het feodale systeem plaatsvond en het kapitalistische systeem zich via een reeks burgerlijke revoluties vestigde. In dat proces kwamen de machthebbers van de oude maatschappij, de feodale heren, de adel en koningen, in conflict met de groothandelaren en industriëlen, oftewel de opkomende kapitalistenklasse.
Het startschot voor deze revolutionaire periode uit de Europese geschiedenis was de burgerlijke Franse Revolutie van 1789. In de jaren die volgden werden de feodale instituties verder afgebroken en de macht van de kapitalistenklasse geconsolideerd, onder andere via de Napoleontische oorlogen in 1799-1815, de julirevolutie in 1830 en in het bijzonder revolutiejaar 1848 dat de geschiedenis in ging als de ‘lente der volkeren’.
De afschaffing van feodale verhoudingen en de vestiging van de macht van de kapitalistenklasse gaf een impuls aan de uitbreiding van kapitalistische productieverhoudingen. Er vond industrialisatie plaats en in dat proces genereerde de ontwikkeling van het kapitalisme ook zijn eigen doodgraver: de arbeidersklasse. Van de twee miljoen bewoners van Parijs werkte 57% in de industrie.
De opkomst van het kapitalisme creëerde daarmee de twee kampen die later in de Parijse Commune met elkaar in conflict kwamen. Enerzijds de kapitalistenklasse, met haar staat, instituties en politieke vertegenwoordigers. Anderzijds de arbeidersklasse, waarbij twee nauw aan elkaar verbonden ontwikkelingen van doorslaggevend belang waren voor het rijpingsproces van de arbeidersbeweging in de 19e eeuw.
De eerste ontwikkeling was de grondvesting van de revolutionaire theorie, door met name Karl Marx en Friedrich Engels. Eerdere ideologische stromingen met socialistische idealen waren doordrongen van utopische en kleinburgerlijke elementen. Marx en Engels slaagden erin het socialisme wetenschappelijk te funderen en legden de essentie van de kapitalistische uitbuiting bloot. Dat bracht hen het inzicht dat de arbeidersklasse als revolutionair subject kan optreden. Met andere woorden, Marx en Engels stelden voor het eerst het doel dat het proletariaat de macht neemt, waarmee de arbeidersbeweging ophield politiek onderworpen te zijn aan de doelstellingen van de kapitalistenklasse, maar haar eigen politieke doelstelling formuleert, gericht op de vestiging van haar eigen macht. Dit gebeurt in februari 1848 met de uitgave van het Manifest van de Communistische Partij, ook bekend als het Communistisch Manifest.
De tweede ontwikkeling was de opkomst van organisaties die voortkwamen uit de strijd van de arbeidersklasse. Dit proces begon al tijdens de Engelse burgerlijke revolutie van de 17e eeuw. In de klassenstrijd in de 19e eeuw ontstonden organisaties zoals de Samenzwering der Gelijken van de Franse revolutionair Gracchus Babeuf, de organisaties van Louis-Auguste Blanqui, de chartisten in Groot-Brittannië en de Bond der rechtvaardigen die zich dankzij de inspanningen van Marx en Engels ontwikkelde tot de Bond der Communisten. Deze ontwikkeling mondde in 1864 uit in de oprichting van de Internationale Arbeiders Associatie (Eerste Internationale) in Londen. Vlak daarna werden de eerste afdelingen van de Internationale in Frankrijk opgericht. Daarin bestond een marxistische stroming, maar aanhangers van Proudhon en Blanqui hadden de overhand. De problemen in hun theorie en strategie oefenden later een negatieve invloed uit de op ontwikkeling van de Parijse Commune.
De Frans-Duitse oorlog
Op 19 juli 1870 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de Duitse staat Pruisen. Dit zette de gebeurtenissen in gang die uiteindelijk uitmondden in de Parijse Commune. De oorlog was het resultaat van de veranderende economische krachtsverhoudingen. In het voorgaande decennium had de Pruisische economie zich sterk ontwikkeld, met name sleutelsectoren van die tijd zoals de kolen- en stoommachineproductie. Tegelijkertijd was er een verenigingsproces gaande van kleinere Duitse staten met Pruisen. De Franse bourgeoisie had dus een sterke economische concurrent en potentiële militaire vijand gekregen, die zij wilde neutraliseren.
De oorlog verliep echter rampzalig. Het Franse leger kon niet op tegen de superieure tactieken, organisatie en artillerie van het Pruisische leger. Na de slag van Sedan, waar keizer Napoleon III en meer dan 100.000 Franse soldaten krijgsgevangen werden genomen, gaf Frankrijk zich op 2 september 1870 over.
Op 4 september besloot het Wetgevend Lichaam (een soort parlement) in Parijs echter tot de afschaffing van de monarchie en de oprichting van een constitutionele burgerlijke democratie. Er werd een ‘Regering van Nationale Verdediging’ gevormd en een Nationale Garde opgezet om de hoofdstad te verdedigen. De Nationale Garde was geen staand professioneel leger, maar een militie van het volk. De regering was in handen van de kapitalisten. Zij stuurde aan op overgave aan Pruisen en het afwentelen van alle oorlogskosten op de bevolking. De Nationale Garde bestond echter voornamelijk uit arbeiders die niet bereid waren om een Pruisische bezetting te accepteren.
Op 19 september begon een maandenlange belegering van Parijs door het Pruisische leger. Tienduizenden Parijzenaren kwamen om van de honger. Dit leidde tot het ontstaan van een revolutionaire situatie, oftewel een situatie waarin een revolutie kan plaatsvinden.
Een revolutionaire situatie heeft drie belangrijke kenmerken die we terugzien in Parijs. Ten eerste kon de kapitalistenklasse haar macht niet langer opleggen als onder normale omstandigheden. Dit kwam mede door tegenstellingen binnen die klasse en het rampzalig verloop van de oorlog. Ten tweede was er een drastische verslechtering van de leefomstandigheden van de bevolking. Ten derde nam de activiteit van de massa’s toe met kleine en grote protestacties en opstanden. Dat kwam niet alleen door de armoede. Arbeiders hadden ook het vertrouwen verloren in de instituties van de burgerlijke macht en haar politieke vertegenwoordigers. Dit kwam mede door onvrede over de intentie om te capituleren en Parijs over te geven aan het Duitse leger, maar ook doordat de burgerlijke democratie werd ontmaskerd aangezien de bevolking niet de politieke rechten verwierf die zij had verwacht na de afzetting van Napoleon III. In zulke revolutionaire omstandigheden kan een vonk genoeg zijn om de opstand te ontketenen.
Op 18 januari werd in Versailles de Pruisische koning uitgeroepen tot Keizer van Duitsland en tien dagen later ondertekende de burgerlijke regering de volledige overgave. De plannen van de Franse burgerij en de Pruisische veroveraars bleven echter een papieren werkelijkheid, want de Nationale Garde weigerde de wapens in te leveren en Parijs te overhandigen aan de bezetter. Op 16 februari organiseerde de Nationale Garde verkiezingen en vormde een eigen Centraal Comité als bestuur.
Rond de 400 kanonnen, die het volk van Parijs zelf had gemaakt met hun eigen ingezamelde geld ondanks de armoede en honger, werden door de Nationale Garde opgesteld in de hooggelegen wijk Montmartre en andere arbeiderswijken, om Parijs te kunnen verdedigen tegen het Duitse leger en om ze weg te houden van het regeringsleger dat wilde capituleren.
De opstand van 18 maart: Vive la Commune!
Op de vroege ochtend van donderdag 18 maart rende een arbeider bij Montmartre naar het gebouw van het Centraal Comité van de Nationale Garde. Hij vertelde over verdachte bewegingen bij het regeringsleger. Die verdenkingen werden gecontroleerd en bevestigd: het regeringsleger viel arbeiderswijken binnen en omsingelde Montmartre. De Nationale Garde en de Parijse bevolking kwamen direct in actie en namen strijdposities in bij Montmartre.
De regering, onder leiding van de reactionair Adolphe Thiers, eiste van de Nationale Garde dat de kanonnen werden overgegeven. Toen de Nationale Garde weigerde, bevalen de officieren van het regeringsleger de aanval. Maar soldaten gehoorzaamden niet. Ze namen hun generaals gevangen en zij werden geëxecuteerd. Ook in andere delen van de stad sloten soldaten van het regeringsleger zich aan bij het gewapende volk.
De opstandelingen namen het gemeentehuis van Parijs in en hesen daar de rode vlag. Tegen elf uur ’s nachts had de Nationale Garde de hele stad onder controle, inclusief het Paleis. Thiers vluchtte naar Versailles in zo’n grote paniek dat hij zelfs zou zijn vergeten zijn vrouw mee te nemen.
Maxime Vuillaume schreef1: “Vandaag is alles veranderd. (…) Vlaggen voor alle ramen. Groepen, groepen op alle balkons. En daarboven, onbeweeglijk, de zon bedekkend die haar met stralende zonnestralen doordringt, de rode vlag die is geplaatst sinds de dag na de overwinning op de Montmartre. (…) De menigte roept, zingt, brult en gromt. Wat zingen ze? De Marseillaise. Wat roepen ze? Leve de Commune! Ze brult als een storm en gromt als de zee.”
De zaadjes van een nieuwe maatschappij
De dagen erna verspreidde de opstand zich naar andere steden in Frankrijk, zoals Toulouse, Marseille en Lyon, waar hij echter al snel en wreed werd onderdrukt. Maar in Parijs bleef de rode vlag 72 dagen wapperen en in die dagen werd voor het eerst in de geschiedenis de macht van de arbeidersklasse gevestigd.
Direct na de opstand werden verkiezingen uitgeschreven. Die vonden plaats op 26 maart en op 28 maart werd een nieuwe revolutionaire regering gevormd die voor 60 procent was samengesteld uit arbeiders.
De Commune besloot het leger en de politie te vervangen door de Nationale Garde en een volksmilitie. Ambtenaren werden voortaan verkozen, waren herroepbaar en hadden geen voorrechten. Voor het eerst in de geschiedenis speelde de werkende klasse een essentiële rol in besluiten nemen en controleren, want de Commune was een dictatuur van het proletariaat, oftewel een proletarische democratie.
De Commune bestond ook uit vrouwen, die al in de loop van de Franse revolutie en de revoluties van 1830 en 1848 een belangrijke rol hadden gespeeld. Niet alleen in verzorging van gewonden, maar ook met wapens op de barricades. Het waren met name geschoolde vrouwen uit de middenklasse die pamfletten schreven en vrouwen opriepen zich in de strijd te werpen. Maar de massa van vrouwen die deelnam aan de revolutionaire strijd waren de textielarbeidsters, arme kooplieden en andere werkende vrouwen. Zij konden kiezen en verkozen worden in de Commune, ondanks dat de positie van vrouwen botste op de vooroordelen van sommige utopische en anarchistische stromingen die voor vrouwen vooral een rol als passieve toeschouwers zagen.
In de eerste decreten van de Commune werd nachtarbeid in verschillende sectoren verboden, werden huurschulden van arme mensen afgeschaft, werd onderwijs gratis gemaakt en werd een volledige scheiding van kerk en staat doorgevoerd.
Een typerend voorbeeld van de besluiten die de Commune nam, betrof de Colonne Vendôme op het plein Vendôme. Deze enorme triomfzuil met een standbeeld van Napoleon Bonaparte was gemaakt uit het brons van 1200 kanonnen die het Franse leger had buitgemaakt op haar vijanden. De Communards (zo werden de leden van de Commune genoemd) vernietigden deze zuil die nationalisme en haat tussen volkeren symboliseerde, en hernoemden het plein naar Internationaal Plein.
De Bloedige Week
Inmiddels was de burgerlijke regering zich aan het hergroeperen in Versailles. Al op 3 april vinden de eerste aanvallen plaats op buitenwijken van Parijs die onder controle stonden van de Nationale Garde. De Nationale Garde probeerde Versailles aan te vallen, waarbij de leider van de Nationale Garde Gustave Flourens om het leven kwam, maar slaagde er niet in Versailles in te nemen.
Vervolgens nam de Commune een houding van passieve verdediging aan, terwijl het regeringsleger verdere aanvallen voorbereidde en begon met een ononderbroken, anderhalve maand durend bombardement van Parijs – dezelfde burgerlijke figuren die de bombardementen van de Pruisen eerder nog ‘heiligschennis’ hadden genoemd.
Verenigd in hun haat tegenover de revolutionaire arbeidsmacht, werkte de Franse bourgeoisie samen met haar voormalige aartsvijand. Duitsland stelde geld en wapens beschikbaar, en bevrijdde Franse krijgsgevangenen van de slag om Sedan om tegen de Commune te strijden.
In de loop van mei slaagde het regeringsleger van Versailles erin om enkele forten rondom Parijs in te nemen, waarmee de weg naar de stad open lag. Maar Parijs werd indertijd omringd door stevige stadsmuren, die ironisch genoeg in opdracht van Thiers zelf waren gebouw rond 1840 toen hij minister was. Een verrader gaf echter informatie door over een onbewaakte ingang en op de vroege ochtend van zondag 21 mei zette het regeringsleger met 130.000 goed getrainde en gewapende soldaten en zware artillerie de aanval in.
De Communards gaven zich niet over. In de week van 21 tot 28 mei streden zij heldhaftig op de barricades, om elke straat en om elk huis. Die dagen liet de arbeidersklasse voor het eerst zien hoe heldhaftig zij kan strijden voor haar idealen voor een betere, rechtvaardige maatschappij. Aan de andere kant liet de kapitalistenklasse die dagen, die bekend staan als de Bloedige Week, haar meest wrede gezicht zien. Er werden legerrechtbanken opgezet die duizenden ter plekke ter dood veroordeelden. Meer dan 30.000 Communards werden geëxecuteerd, waaronder vele vrouwen en kinderen. Meer dan 45.000 Communards werden opgepakt en gevangengezet, nog vele duizenden verbannen. De vervolgingen zouden nog jaren voortduren, zelfs tot 1879. Zo diep zat de haat en de angst bij de burgerlijke macht voor de Parijse Commune en de idealen die zij vertegenwoordigde.
Marx schreef2: “De zelfopofferende heldenmoed, waarmee het Parijse volk, mannen, vrouwen en kinderen, acht dagen lang, na het binnenrukken van de Versaillanen, de strijd voortzette, weerkaatst evenzeer de grootheid van hun zaak, als de helse daden van de soldateska de ingeboren geest weerkaatsen van de beschaving, wier gehuurde voorvechters en wrekers zij zijn.”
Eén van de laatste gevechten vond plaats op de begraafplaats Père Lachaise. Tweehonderd Nationale Gardisten verdedigden daar de Commune. Van hen werden 140 tegen de muur gezet en ter plekke geëxecuteerd, waarbij velen als laatste woorden riepen: Vive la Commune!
Vlak na het einde van Commune schreef arbeider en Communard Eugène Pottier, die geïnspireerd was door de Commune van Parijs, de tekst van de Internationale, die tot de dag van vandaag in alle uithoeken van de wereld wordt gezongen in de strijd van arbeiders. “Ontwaakt, verworpenen der aarde!”
Want hoewel de Commune in bloed werd gesmoord, leeft haar nalatenschap voort. Marx schreef2: “Het Parijs van de arbeiders, met zijn Commune, zal eeuwig worden gevierd als de roemrijke voorbode van een nieuwe maatschappij. Zijn martelaren tronen in het grote hart van de arbeidersklasse. Zijn verdelgers heeft de geschiedenis reeds thans aan de schandpaal genageld, en alle gebeden van hun papen zijn niet bij machte om hen daarvan te verlossen.”
Waarom verloor de Commune?
Marx, Engels en later Lenin besteedden veel aandacht aan het bestuderen van de ervaringen van de Commune van Parijs, de eerste poging van de arbeiders om hun eigen macht te vestigen en het kapitalisme af te schaffen.
Lenin onderscheidde twee belangrijke factoren die de ondergang van de Commune verklaren. Allereerst de terughoudendheid van de Commune om de bank in te nemen (die vervolgens Thiers financierde) en kapitalisten te onteigenen. Ten tweede dat de Communards niet de strijd doorzetten en de burgerlijke macht braken toen ze de mogelijkheid hadden, waardoor de bourgeoisie zich kon hergroeperen in Versailles en in samenwerking met het Duitse leger de Commune kon aanvallen.
Deze fouten waren het resultaat van de theoretische onrijpheid van de revolutionaire arbeidersbeweging in die tijd, en specifieker van de leiding van de Commune waar aanhangers van Proudhon de overhand hadden. De aanhangers van Proudhon, die bekend staat als de voorvader van het anarchisme, wilden in de praktijk het privaat eigendom en de markt in stand houden, ondanks dat onder de aanhangers van Proudhon soms ook radicale leuzen over eigendom werden verkondigd.
Bovendien was er geen gevestigde organisatie die al voor de opstand bestond en was opgebouwd. Daardoor verliepen essentiële zaken niet effectief, waaronder de verdediging van Parijs die niet goed en centraal werd geleid, waardoor krachten waren versnipperd over honderden barricades.
Het nalatenschap van de Commune van Parijs
De studie van het verloop en de ondergang van de Commune speelde een fundamentele rol in de verdere ontwikkeling van de theorie door Marx, Engels en later Lenin, en was een beslissende factor in de overwinning van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie in 1917. Wat kunnen we dan leren van de Parijse Commune?
Alleen al het feit dat de Parijse Commune bestaan heeft, is al een belangrijke les. Want het betekent dat het kapitalisme, hoe sterk het ook lijkt, door zijn eigen tegenstellingen de omverwerping ervan op de agenda zet. De tegenstellingen van het kapitalisme zelf leiden noodzakelijkerwijs en objectief tot het voordoen van revolutionaire omstandigheden.
De Parijse Commune was de eerste keer dat de macht van de kapitalistenklasse niet zozeer in theorie en op papier in twijfel werd getrokken, maar in de praktijk door de omverwerping van de burgerlijke macht, al was het voor slechts 72 dagen. Daarom vierden de Bolsjewieken ook uitgebreid feest toen hun revolutie meer dan 72 dagen had standgehouden. Ze wisten dat ze al geschiedenis hadden geschreven.
Maar misschien wel de belangrijkste les uit de Commune van Parijs is dat zij het ware gezicht van de burgerij onthulde. Zij onthulde hoe wreed de burgerij wordt wanneer haar macht in twijfel wordt getrokken. Zij liet zien dat de kapitalistenklasse een reactionair karakter had gekregen in maatschappelijke ontwikkeling en dat de arbeidersklasse de maatschappelijke kracht was die de revolutionaire omvorming van de maatschappij kon leiden in de socialistische revolutie. De Parijse Commune toonde hoe belangrijk het is dat er geen illusies bestaan over de bourgeoisie en dat de klassenstrijd noodzakelijk is.
In het voorwoord van de uitgave van het Communistisch Manifest uit 1872 benadrukte Marx dat de ervaring van de Commune van Parijs toont dat de arbeidersklasse het burgerlijke staatsapparaat niet kan inzetten voor eigen doeleinden, oftewel voor de socialistische opbouw. De burgerlijke staat heeft uiteindelijk als doel de macht van de kapitalistenklasse en de kapitalistische uitbuiting veilig te stellen.
Op basis daarvan stelde Marx een belangrijke voorwaarde voor de overwinning van de socialistische revolutie, namelijk het stukslaan van de burgerlijke staat en het vestigen van een dictatuur van het proletariaat dat de actieve, democratische deelname van de arbeidersklasse veiligstelt en de arbeidersmacht consolideert. Marx bouwde voort op de ervaringen van de Commune toen hij de principes voor de arbeidersmacht verder uitwerkte, zoals dat beambten verkozen en herroepbaar zijn, zonder voorrechten, en dat het leger en de politie worden vervangen door milities van het volk. Later zou Lenin dit verder uitbouwen, mede op basis van de ervaringen met de Sovjets die ontstonden in de loop van de burgerlijk-democratische Russische revolutie van 1905.
Helaas zijn deze lessen later verwaterd, en hebben veel communistische partijen in de loop van de 20ste en 21ste eeuw deel genomen aan burgerlijke, vaak sociaaldemocratische, regeringen, vaak onder het mom van fronten tegen dreigingen zoals fascisme of oorlog. Deze strategie heeft echter nergens geleid tot het socialisme en in de regel ook niet tot het afwenden van de dreiging, maar tot het herstel van de burgerlijke macht.
De arbeidersklasse moet in staat zijn om bij verscherping van de tegenstellingen niet de ene of andere kant te kiezen binnen de kaders van de tegenstellingen van het kapitalisme. Zij moet niet ‘helpen’ om burgerlijke macht te ‘redden’, maar juist een strategie aanhouden die gericht is op de omverwerping van de burgerlijke macht.
In het verlengde daarvan, toonde de Commune van Parijs het belang van een georganiseerde politieke voorhoede, de communistische partij, die revolutionaire theorie en strategie creatief moet ontwikkelen op basis van de veranderende materiële omstandigheden.
“Maar ondanks al haar fouten”, schreef Lenin3, “vormde de Commune het schitterendste voorbeeld van de grootste proletarische beweging van de 19de eeuw. Marx had een zeer hoge dunk van de historische betekenis van de Commune – als de arbeiders gedurende de verraderlijke overval van de bende van Versailles op de bewapening van het Parijse proletariaat zich zonder strijd hun wapens hadden laten afnemen, zou de noodlottige uitwerking van de door een dergelijke zwakte in de proletarische beweging teweeggebrachte demoralisering oneindig veel groter zijn geweest dan de schade als gevolg van de verliezen die de arbeidersklasse in de strijd ter verdediging van haar wapens leed. Hoe groot de offers van de Commune ook waren, zij worden vergoed door de betekenis ervan voor de strijd van het gehele proletariaat: de Commune heeft de socialistische beweging in Europa op gang gebracht.”
- Maxime Vuillaume, Mes cahiers rouges au temps de la Commune, 5e editie (Parijs: Société d'Éditions Littéraires et Artistiques, 1900), 164. Vertaling door de auteur.
- Karl Marx, De burgeroorlog in Frankrijk (1871). Geraadpleegd via https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1871/1871burgeroorlog.htm
- V.I. Lenin, "De lessen van de Commune". Zagranitsjnaja Gazeta, 23 maart 1908.
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!