Skip navigation
Crisis FNV

Vakbondsdemocratie uitgehold in overhaaste voorbereiding FNV-congres

Dit artikel verscheen in de editie van Manifest van dinsdag 5 mei 2026

Het Centraal Vakbondshuis van de FNV in Utrecht
Foto: NCPN

Vakbondsleden die benieuwd zijn naar en willen bijdragen aan het komende congres van de FNV, komen van een koude kermis thuis. Het congres wordt in recordtempo georganiseerd, waardoor er weinig ruimte lijkt te zijn voor ledendemocratie. Terwijl het juist nodig is de fundamentele discussie te voeren over wat voor vakbond we nodig hebben.

Het idee achter een congres als hoogste orgaan is dat hier namens alle vakbondsleden besluiten worden genomen over de strategie van de bond. Dat vereist discussie, te beginnen op de werkvloer. Op openbare bijeenkomsten met collega’s en vergaderingen onder kaderleden in de bedrijfsledengroep. Het zijn deze werkers, die elke dag voor zichzelf en hun collega’s opkomen, die de koers van de vakbond moeten bepalen en deze ook moeten inzetten. Zonder hen te betrekken is het onmogelijk om tot juiste, breed gedragen besluiten te komen. En als de ledenbasis niet betrokken is bij de vorming van besluiten, wie gaat ze dan uitvoeren?

Vakbondsdemocratie?

Een goed proces kost tijd, en dat mag ook: tot de fusie van 2015 vond elke vier jaar een congres plaats. Toch is er deze keer besloten om halsoverkop een congres te organiseren. Een korte tijdlijn: nadat de nieuwe statuten op 30 december werden doorgedrukt door de Ondernemingskamer, vond op 2 februari –onder druk van onder andere het Ledenparlement– een ‘miniconferentie’ plaats om ideeën op te halen. In maart werd aangekondigd dat het congres op 4 en 5 juni zal plaatsvinden. Enkele weken later, op 8 april, stond voor de meeste sectoren de deadline om hun delegatie vast te stellen, en op 23 april moesten eventuele amendementen ingediend worden.

Het mag dan ook niet verbazen dat het in veel sectoren niet eens is gelukt om vakbondsleden te informeren dat er een congres plaatsvindt, laat staan dat er serieuze discussie is georganiseerd. Zonder brede, democratische deelname, is het voor veel kaderleden en leden die niet in een sectorraad of bondsraad zitten vrijwel onmogelijk om betrokken te raken bij het proces. In veel gevallen waren het niet strijdbare vakbondsleden op de werkvloer die hun afgevaardigden verkozen, maar zijn het bestuurders – wiens loon betaald wordt uit vakbondscontributie – die een grote invloed uitoefenden op de afvaardiging. Dat maakt het proces onzuiver en zet de deur open voor achterkamertjespolitiek.

Ook voor de gedelegeerden kwam er haastige spoed bij kijken om de congresresolutie te bestuderen. In de twee weken tussen de bekendmaking van de delegaties en de deadline voor amendementen was slechts ruimte voor een korte bijeenkomst met andere gedelegeerden uit de sector, waarbij opnieuw een grote rol was weggelegd voor bestuurders. Het resultaat is dat veel gedelegeerden voor het FNV-congres daar niet staan met mandaat vanuit hun achterban, maar dankzij connecties of bestaande positie binnen de bond.

Een groot deel van de afgevaardigden bestaat dan ook uit leden van de bondsraad (het voormalige ledenparlement) en mensen in de sectorraden. In principe is het goed dat leden van de sectorraden en bondsraad aan het congres deelnemen, ware het niet dat deze organen momenteel via online verkiezingen worden verkozen, waardoor in sommige gevallen de afstand tot de ledenbasis op de werkvloer groot kan zijn.

De vakbond die we nodig hebben

Voor degenen die de vakbond als een sociale ANWB zien, met een sterke focus op dienstverlening, is er niets aan de hand. Voor hen is het congres een formaliteit, gaat het er vooral om dat de posities verdeeld worden en komt het informeren van leden achteraf wel. Maar zo’n vakbond heeft de arbeidersklasse niets te bieden, zeker niet in deze tijd.

De vakbond die de arbeidersklasse nodig heeft is een strijdorganisatie. Een organisatie die werkers kan verenigen, organiseren en mobiliseren in de strijd tegen de constante achteruitgang van ons levenspeil. Is de vakbond er slechts om te onderhandelen over de voortdurende achteruitgang, of is de vakbond er om eisen van werkers op tafel te leggen die beantwoorden aan hun objectieve belangen?

Een belangrijk vraagstuk in deze tijd is ook hoe de vakbond zich opstelt tegenover de toenemende internationale tegenstellingen, in een context waarin de burgerij duidelijk kiest voor militarisering van de economie en maatschappij. Wat dat betreft vinden we in de congresresolutie voor het meerjarenbeleid van de FNV maar één zin, onder het kopje “Inrichting economie van de toekomst”. De vakbond gaat “onderzoeken hoe wij van toegevoegde waarde kunnen zijn, ten tijde van internationaal conflict.” Dat is niet alleen een zwakke formulering, maar een formulering die zelfs de deur open houdt voor steun aan militarisering en oorlog, onder het mom van ‘groei’ in sectoren die militariseren of naïeve hoop op goede banen terwijl arbeiders naar de vleesmolen worden gestuurd. Het is essentieel dat de bond een duidelijke positie inneemt tegen de oorlogseconomie en de militarisering, die hand in hand gaat met de sociale afbraak en met de afbraak van democratische rechten.

De afgelopen periode was een turbulente tijd voor de FNV, die echter ook veel tegenstellingen heeft blootgelegd en waardevolle inzichten biedt in wat wel een vruchtbare strategie voor de vakbond is en wat niet. De komende tijd blijft het belangrijk om ons in te zetten voor een strijdbare, klassengerichte FNV, want er staat veel op het spel.

Wil je een abonnement op Manifest?

Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland

Manifest is de krant van de NCPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.

Abonneer Nu!