Op 25 Juli 2026 organiseerde CJB-afdeling Limburg een historische wandeling door Heerlen, met als thema de mijngeschiedenis en de rol die de kolenmijnen speelden voor en na de sluiting. Tijdens de wandeling werd verteld over een aantal specifieke locaties en monumenten. Zo werd er stilgestaan bij de schacht van de Oranje Nassau I mijn, de kerk, de ambachtsschool en nog meer locaties die nauw verwant zijn met deze rijke Heerlense arbeidersgeschiedenis.
De mijnindustrie had een enorme grip op de gehele gemeenschap in Heerlen. De invloed van de mijnmaatschappijen reikte van onderwijs, religie, gezinnen, en woningen tot verenigingen, cultuur en zelfs onze taal. Zo werkten bijvoorbeeld de mijneigenaren samen met de kerk middels door de burgerij ingekapselde, Christelijke vakbonden. Ook waren woningen in eigendom van de mijnbedrijven, waardoor zij een grote machtspositie hadden over de huisvesting van hun arbeiders en hen zelfs uit huis konden zetten wanneer zij dat nodig achtten.
Rijkdom boven de grond, uitbuiting eronder
Met de komst van de mijnen kwam een grootschalige industrialisering. Heerlen, dat eerst een klein en arm agrarisch dorp was, bloeide uit tot één van de rijkste steden van Nederland. Maar dat betekende niet dat iedereen van die rijkdom kon meegenieten. Degenen die er rijk van werden woonden niet in de mijnwerkerskoloniën, zoals de arbeidersbuurten genoemd werden. Nee, de mijnbazen woonden in villa’s, en hoefden zelf niet honderden meters af te dalen om te zwoegen voor hun geld.
Tijdens de wandeling schiep men een beeld van de erbarmelijke werkomstandigheden van de mijnwerkers. Het stof dat de mijnwerkers dagelijks inademden, leidde tot de gevreesde ’stoflongen’. Deze beroepsziekte werd decennialang niet serieus genomen en zelfs ontkend, zodat er geen financiële compensatie voor uitgekeerd hoefde te worden. De bedrijfsartsen, die in dienst waren van de mijnbedrijven, werkten mee aan het verdoezelen van de ziekte en de gevolgen ervan.
Daarnaast werkten ze in de hitte: hoe dieper ze afdaalden, hoe heter het werd. In sommige mijnen kon de temperatuur in de diepste gangen wel 39 graden bereiken. Het was zwaar en gevaarlijk werk, met een hoog productietempo. Deze koempels (jargon voor ‘mijnwerkers’) werkten lange uren in de gangen waar een gevaar voor explosie door mijngassen reëel was. Klagen of zelfs organiseren was haast ondenkbaar, want er stonden genoeg andere arbeiders klaar om hun baan over te nemen. Wie zich niet schikte naar de regels van de mijnmaatschappij of de kerk kon rekenen op uitsluiting, ontslag, isolement of zelfs het verlies van hun woning.
Toen de rijkdom verdween
Door goedkopere buitenlandse arbeid en de ontdekking van aardgas in Groningen werden alle kolenmijnen in Zuid-Limburg gesloten over een periode van ongeveer tien jaar (1965 tot 1974). Bijna tachtigduizend mijnwerkers en medewerkers verloren hun baan, wat de hele regio ontwrichtte.
De werkloosheid en daardoor ontstane armoede sloeg toe als een vloedgolf, voortgebracht door mensen die geconditioneerd zijn door het systeem van individualisme, concurrentie en winstbejag. De vele beloftes van de staat en de burgerij om de massawerkloosheid op te vangen zijn – uiteraard – niet vervuld. Ook van compensatie was nauwelijks sprake; het enige wat achterbleef van de mijnen waren stoflongen en een vervreemde samenleving.
Laat het verleden een les zijn
De rode wandeling bood niet alleen een kijk terug op het verleden, maar diende ook als een waarschuwing voor de toekomst. Neem bijvoorbeeld Chemelot, het chemische bedrijventerrein bij Geleen. Honderden werkers zijn daar al ontslagen omdat chemiebedrijf Fibrant drie fabrieken sloot tegen het einde van 2025. Een jaar eerder werd ook de autofabriek in Born van VDL Nedcar gesloten, met als gevolg dat vierduizend arbeiders op straat kwamen te staan. Het is niet moeilijk om de vergelijking te trekken met de mijnen die sloten toen ze niet meer rendabel waren. Waar winst is, blijft het kapitaal. Waar geen winst meer is, vertrekt het. En de arbeiders? Die worden achtergelaten.
De interesse voor de historische wandeling door Heerlen onderstreept de behoefte aan een klassenperspectief op de lokale geschiedenis; een perspectief dat je niet in de burgerlijke media vindt.
Job is lid van CJB afdeling Limburg
Wil je een abonnement op Manifest?
Met jullie hulp garanderen we een communistische visie op de actualiteit in Nederland
Manifest is de krant van de CPN die maandelijks verschijnt. Met Manifest blijf je op de hoogte van de actualiteit en van onze acties. Manifest belicht verschillende aspecten van de strijd in binnen- en buitenland, en publiceert analyses die inzicht bieden in de nationale en internationale ontwikkelingen vanuit een marxistisch-leninistisch perspectief. Neem nu een abonnement op Manifest of vraag een gratis proefabonnement aan.
Abonneer Nu!